Laatste promotie 2007 over splitsende rivieren

Body: 
Rijnwater dat Nederland binnenstroomt, wordt via splitsingspunten verdeeld over de Waal, Nederrijn en IJssel. Veranderingen in de waterverdeling op deze splitsingspunten kunnen leiden tot overstromingen, maar ook tot droogte en scheepvaarthinder. Dat concludeert Roy Frings, die vrijdagmiddag 21 december de laatste Utrechtse promovendus was van 2007.

Fysisch geograaf Frings onderzocht de stabiliteit van deze splitsingspunten en richtte zich daarbij vooral op de verdeling van sediment dat met het water wordt meegevoerd. Deze sedimentverdeling is minstens zo belangrijk als de waterverdeling als het gaat om hoogwaterstanden en bevaarbaarheid. Een van de conclusies van Frings is dat meanderbochten vlak vóór de splitsingspunten een dominante invloed hebben op de sedimentverdeling. Dit betekent dat grote zorgzaamheid in acht genomen moet worden bij Ruimte-voor-de-Rivier projecten rond splitsingen.

Gezien de grote invloed van de mens op de Nederlandse rivieren, vroeg Frings zich af of daardoor ook de samenstelling van het sediment dat door de Rijn ons land wordt binnengevoerd wordt beïnvloed. Dit bleek inderdaad het geval. Rijnsedimenten zijn tegenwoordig veel grover dan vroeger. Vooral in de bovenstroomse rivierdelen bevat het beddingsediment naast zandkorrels ook veel grote grindkorrels. Omdat deze twee soorten korrels sterk in elkaar grijpen, is het poriëngehalte van het sediment klein.

De gevolgen hiervan voor de ligging van de rivierbodem en het sedimenttransport onderzocht Frings met een zelfgebouwd porositeitsmodel. Het onderzoek van Frings werpt ook meer licht op een fenomeen dat in veel rivieren wordt waargenomen: de stroomafwaartse verfijning van het beddingsediment. Daarbij blijken splitsingspunten, menselijke invloed en de beddingporositeit een sterke rol te spelen.

Bij zijn onderzoek maakte Frings gebruik van een groot aantal verschillende gegevensbronnen, variërend van sedimenttransportmetingen en computersimulaties tot historische rivierkaarten en geologische boringen.

EH