'Mijn vader geeft de planten water'

Body: 
Samen kinderen krijgen, samen zorgen en beiden een carrière. Het brengt naast lusten ook lasten met zich mee. Drie positief ingestelde universitaire medewerkers over hun kroost, de zorg en het werk: "Inmiddels reken ik Bert en Ernie tot mijn vrienden."

Ton (48), Sjoerd (4), Casper (4) en Lisa (4)

Alles in 3voud. Zo luidt de titel van het boek dat sociaal-geograaf Ton van Rietbergen deze zomer uitbracht. In die verzameling columns uit 'Ouders van Nu' mijmert Van Rietbergen naar hartelust over het vaderschap en de vele onverwachte kanten die daar voor hem aan bleken te zitten. "Wat moet je doen als Casper met zijn piemel zit te spelen en opeens tegen je zegt: "Hé, hij wordt hard."?

"Vanaf de geboorte van onze drieling wist ik dat ik het volledig wilde ervaren. Dus niet alleen maar het vlees aansnijden op zondag en af en toe met ze naar de dierentuin, maar juist ook de immense drukte en de verkleining van je wereld tot het eigen huis. Je hebt natuurlijk ook geen keus, want met drie kinderen heb je altijd je handen vol. Daarom heb ik de afgelopen vier jaar bewust mijn aantal uren tot 27 teruggebracht. Daar zijn op de universiteit gelukkig veel mogelijkheden voor. Komisch en typisch Nederlands is wel dat er een echte regeling bestaat voor drielingen. Ouders hebben bijvoorbeeld recht op drie maal ouderschapsverlof, maar er is slechts voor één kind financiering. Bij mijn faculteit vonden ze dat niet echt rechtvaardig. Vandaar dat ze mij twee ouderschapsverloven hebben doen toekomen en met de inlevering van al mijn vrije dagen kon ik die vier jaar net doorkomen. Ondanks al dat verlof heb ik echter nog nooit zo weinig echte vrije tijd gehad. Kinderen zijn nu eenmaal zeer dwingend en ik durf de stelling wel aan dat opvoeding van kinderen een aanzienlijk zwaardere baan is dan een fulltime aanstelling als docent-onderzoeker. Ook je wereldbeeld wordt door kinderen flink aangetast want inmiddels reken ik Bert en Ernie tot mijn vrienden maar heb ik geen flauw idee meer wat voor popmuziek er uitkomt. Bij films kan ik alleen nog meepraten over Pluk van de Petteflat (leuke film trouwens, ook voor volwassen).

"Aan de andere kant maken kinderen je rustiger, ook relativeer je meer. Als alle mannen gedwongen zouden worden om een paar dagen per week thuis voor de kinderen te zorgen, zou de wereld er een stuk humaner uitzien. Kinderen die zich onder de uitroep 'bij je zitten' op je schoot wringen en wiens billen je duizenden keren hebt afgeveegd, zul je niet makkelijk ten oorlog laten gaan. Nu kun je zeggen dat veel bestuurders ook kinderen hebben, maar bij de meesten beperken de activiteiten zich toch tot een plichtmatige nachtzoen en het halen en brengen van en naar de sportclub. Het oneerlijke is dat deze wegblijvers door de kinderen met veel meer enthousiasme worden onthaald dan de tobbende thuiszitter.

"Wel heb ik een duidelijke keuze moeten maken. Mijn carrièrepad is wel zo'n beetje gestrand. Hoogleraar worden zit er, als ik daar al de capaciteiten voor zou hebben, gewoon niet in. Al die vergaderingen en bijeenkomsten waar je dan bij moet zijn, ik zou er echt geen tijd voor hebben. Het grappige is wel dat ik mijn werktijd efficiënter besteed dan voordat ik vader werd. Toen maakte het me niet zoveel uit hoe laat het werd, met als gevolg dat ik behoorlijk wat tijd vermorste. Nu haal ik het uiterste uit de dagen die ik heb.

Wat mij verrast heeft, is hoe veel zorgen je je als vader maakt. Bij elk kuchje gaat er, zeker als de kinderen nog heel klein zijn, een golf van angst door je heen. Maar het ergste van het vaderschap op latere leeftijd is misschien wel dat je voordurend zit te rekenen. Hoe oud zijn ze als ik tachtig ben? Wanneer kan ik rustig overlijden? Nou ja, een voordeel van mijn leeftijd is wel weer dat ik nu veel meer uitgebalanceerd ben dan toen ik twintig was. En afgezien van de puberteit krijgen ze waarschijnlijk niet de kans om me echt zat te worden, want tegen die tijd ben ik dood en wacht de erfenis, zoals Max Pam het ooit beschreef. En dat is een hele geruststelling voor beide partijen.

"Nu de kinderen naar school gaan, komen de opvoedingsvragen. Zullen ze wel populair genoeg worden, en krijgen ze wel vriendjes en vriendinnetjes? En het ergste van al: wordt de één niet populairder dan de ander? Laatst bracht Sjoerd een vriendje mee naar huis, die vervolgens de hele middag met Casper ging zitten spelen. Dan zit ik met arendsogen te kijken hoe Sjoerd dat opvat. En wat te denken van een vriendinnetje van Lisa dat Sjoerd vol op de mond zoende? Dat vond Sjoerd natuurlijk prachtig. 'Nu ga ik je al mijn speelgoed laten zien'. Maar Lisa begreep er niets van. 'Papa, meisjes horen toch met meisjes te spelen?' En wat moet je doen als Casper met zijn piemel zit te spelen en opeens tegen je zegt: 'Hé, hij wordt hard'. Daar staat niks over in al die mooie opvoedkundige boekjes, waar je als jonge ouders mee wordt doodgegooid."

"Ik ben blij dat ik columns in Ouders van Nu ben gaan schrijven, want ik denk dat ik de ontwikkeling van mijn kinderen daardoor bewuster heb meegemaakt dan veel andere ouders. Kinderen hebben zo'n oorspronkelijke kijk op de dingen en van die prachtige uitdrukkingen, die moet je gewoon vastleggen. Doe je dat niet, dan vergeet je ze. Op het boek met die columns wordt trouwens heel wisselend gereageerd. Vooral veel mannelijke collega's vinden het toch een beetje gênant: een wetenschapper die een boek over zijn kinderen schrijft. Een collega van mij zei zelfs tegen zijn vrouw: 'Je gaat dat boekje van Van Rietbergen toch hopelijk niet kopen?' Tja, het onderwerp kinderen staat nu eenmaal ver weg van de bronstige wereld waarin echte mannen zich bewegen. Maar daar staan heel leuke reacties tegenover. 'Hé', zei een hoogleraar uit Groningen die zelf al grootvader is, 'ik ben je laatst in de Ouders van Nu tegengekomen'. En in Utrechtse zwembaden en speeltuinen ben ik inmiddels de bekendste wetenschapper: 'Ik ken u ergens van', gaat het dan. 'Ja nu weet ik het weer, u schrijft stukjes in zo'n damesblad'."

Willemien (46), Maud (9) en Fu-Cheng (7)

We hebben er één van McDonalds en één van de Chinees. Dat is de standaardgrap van hoogleraar theologie Willemien Otten en haar partner Dick over hun dochters Maud, geboren in Boston, en Fu-Cheng, geadopteerd in China. Toen ze een emeritus-hoogleraar vertelde van de adoptie zag ze hem kijken: 'Ze heeft al een kind en nu nog één erbij, wat moet er worden van haar wetenschappelijke loopbaan?' Maar Otten zag het probleem niet en werd naast moeder en hoogleraar ook nog decaan van haar faculteit.

"Mijn jongste dochter vroeg me laatst: 'hoeveel vergaderingen heb je eigenlijk in je leven al gehad?' Ik denk niet dat ze zich kan voorstellen dat het leuk werk is wat ik doe. Toen de oudste een spreekbeurt moest houden, koos ze meteen voor het beroep van haar vader, want die werkt bij de televisie. Dat was veel flitsender dan het saaie werk van een hoogleraar kerkgeschiedenis, laat staan van dat van een decaan.

"Het beeld dat Maud van me heeft klopt wel een beetje, want als decaan heb ik uiteraard de nodige vergaderingen. Vergeet trouwens ook de recepties niet, want daar worden veel zaken bedisseld en het is onhandig om daar als decaan niet bij te zijn. Soms ben ik daardoor wel eens te laat thuis voor het eten en dan kan het behoorlijk knallen. 'Laat ze aan de universiteit eens fatsoenlijke werktijden aanhouden', roept Dick dan. Niet onlogisch, want hij is degene die kookt. Vroeger deed ik dat ook nog wel eens, maar geleidelijk is het zo gegroeid dat hij het eten maakt.

"Afgezien van een keer te laat thuiskomen, heb ik verder eigenlijk nooit problemen gehad met het combineren van werk en kinderen. Ik maak werkweken van gemiddeld zestig uur, maar het voordeel van mijn soort werk is dat ik relatief veel thuis kan doen en vaak pas 's middags naar de faculteit hoef. En we hebben de taken thuis netjes verdeeld. Al met al leid ik dus een redelijk geëmancipeerd leven, maar het gekke is dat ik allesbehalve geëmancipeerd ben opgevoed. Een vrouwenhand en een paardentand staan nooit stil, zei mijn vader altijd. Maar Amerika is in dit opzicht een goede leerschool geweest. Een collega van mij, een bekende ethica had twee eigen en drie geadopteerde kinderen, en schreef toch elk jaar een boek. Dat vond ik heel inspirerend. Amerika is trouwens ook een opmerkelijk kindvriendelijk land. Dick werkte daar veel van huis uit en ik weet nog dat hij een keer een Amerikaanse minister aan de lijn had voor een interview, toen Maud begon te brullen. 'Sorry', zei hij, 'even een speentje erin stoppen'. Die man vond dat de gewoonste zaak van de wereld.

"Veel mensen denken dat je met kinderen niet meer toekomt aan uitgaan en dat soort dingen, maar ik heb eigenlijk nooit het idee gehad dat ik iets voor ze heb moeten opgeven. Ja, deze zomer zal het wel even lastig worden, omdat ik een uitnodiging heb gekregen om naar Australië te komen voor een aantal gastcolleges. Ik probeer dat wel te doen, maar om zoals vroeger dan meteen een maand of langer weg te blijven, is met twee opgroeiende kinderen en een werkende partner niet goed mogelijk. Naar belangrijke congressen ga ik wel, maar een lang studiereces kan er met twee kinderen niet af. Het is waar dat we sinds de kinderen er zijn minder vaak uitgaan dan vroeger, maar ik heb dat nooit als een probleem ervaren. We waren al twaalf jaar getrouwd toen we Maud kregen. We kregen heel wat aanbiedingen van mensen die wilden komen oppassen, maar wij vonden het juist heerlijk om na al die jaren 's avonds lekker rustig op de bank te kunnen zitten.

"Zorgen maak ik me totaal niet. Dick heeft dat meer, maar ik kom uit een gezin, waar het motto was: kinderen voeden zichzelf wel op. Als ze ergens om huilen, ga ik ze natuurlijk wel troosten, maar ik ben niet zo iemand die zit te tobben of ze het wel goed zullen doen op school. Ik ben overigens wel een voorstander van een goede opvoeding en je kunt met onze kinderen dan ook zonder problemen in een restaurant gaan eten. Dat is mede te danken aan de zondagse kerkgang. Met de kinderen naar de kerk gaan, is een fantastische training om ze te leren een tijd stil te zitten.

"Een van de belangrijkste dingen in huis vind ik humor. Ik ben berucht om de manier waarop ik mijn kinderen kan pesten, en op een gegeven moment zei Dick tegen ze: 'dat moet je niet langer pikken, je moet je moeder gewoon een keer terugpakken'. Kreeg ik een paar dagen later een schattig briefje op roze papier in het handschrift van Maud: Mevrouw Otten, het spijt ons zeer, maar u bent ontslagen. Was getekend: het college van bestuur van de Universiteit Utrecht. Ze had er zelfs een heel mooie Sol bij getekend. Toen ik dat briefje aan een collega liet zien, zei hij: "Goh, die dochter van jou kan zo decaan worden."

Corné (41), Silke (9) en Nikki (7)

Corné Pieterse is hoogleraar biologie. Toen hij in oktober zijn oratie hield verraste hij zijn gehoor door allereerst het woord tot zijn kinderen te richten. Om te voorkomen dat ze zich gingen vervelen bij zijn al te academische verhaal gaf hij ze de opdracht om te tellen hoe vaak hij het woord Arabidopsis zou gebruiken. Kinderen opvoeden combineren met een onderzoeksbaan is topsport, zei hij in diezelfde oratie, maar gevraagd naar nadere details blijkt het allemaal erg mee te vallen.

"De grote kunst is volgens mij om de dingen goed te organiseren. Toen Silke was geboren, heb ik aansluitend aan het zwangerschapsverlof van mijn vrouw Lisette mijn dag ouderschapsverlof opgenomen. Dat liep precies af, toen Nikki werd geboren en Lisette weer vier maanden zwangerschapsverlof had. Meteen aansluitend heb ik toen weer míjn dag ouderschapsverlof laten ingaan. Dat was wel een aardig staaltje planning, al zeg ik het zelf. De dingen goed regelen houdt ook in dat je goede afspraken met elkaar maakt. Bij ons is zo'n afspraak bijvoorbeeld dat Lisette de bovenverdieping van het huis schoon houdt en ik de begane grond. En een tweede afspraak is dat we nooit zeuren als het een keer niet goed is gebeurd.

Natuurlijk is de combinatie kinderen-werken af en toe best zwaar, maar in feite hebben wij er nooit serieuze problemen mee gehad. Lisette werkt vier dagen in de week en ik vijf en daarom gingen Silke en Nikki al vanaf de tiende week naar de crèche en later naar de buitenschoolse opvang. Dat hebben ze van meet af aan erg leuk gevonden. Nu ze naar school gaan, werk ik op woensdagmiddag trouwens thuis. Met een doorsnee kantoorbaan zou dat niet kunnen, maar het mooie van een universitaire baan is dat je zoiets zonder veel problemen kunt doen. Als ik toch in De Uithof moet zijn, gaan ze wel eens mee. Dan zet ik ze achter de computer of neem ze mee de plantenkassen in.

Voor mij is het goed om kinderen te hebben, want toen ik nog aio en postdoc was, leefde ik wel erg sterk voor mijn werk. Ik stond op met mijn proeven en ik ging ermee naar bed. Kinderen kunnen ook een geweldige afleiding zijn. Kennelijk voorvoelde ik dat, want van ons tweeën was ik degene die heel graag kinderen wilde. Ik heb dan ook nooit het gevoel gehad dat ik nu opeens veel minder vrije tijd heb, iets waarover ik sommige ouders nog wel eens hoor klagen. Nu was ik toch al nooit zo'n uitgaanstype, maar met een goede oppas kun je nog steeds veel doen, heb ik gemerkt. En bovendien, er is toch niets leuker dan om dingen met je kinderen te doen? Dat beschouw ik net zo goed als vrije tijd.

Natuurlijk zijn kinderen druk, maar heel erg vermoeiend vind ik ze niet, misschien ook omdat het twee meiden zijn, dat scheelt wel, denk ik. Ik zorg er voor dat ik om zes uur thuis ben om te koken. Intussen haalt Lisette de kinderen op en dan is de tijd tot half negen gereserveerd voor het gezin. Dan gaan ze naar bed en is er nog tijd genoeg om te werken. Alleen 's ochtends kan ik me wel eens opwinden. Lisette staat niet graag vroeg op en mijn twee dochters zijn dan ook niet vooruit te branden. Dan komt de stoom wel eens uit mijn oren, want ik wil wel graag om kwart over acht op de fiets zitten. Dan is het prettig om een baan te hebben waarbij je achter je PC even tot rust kunt komen. Dat komt kennelijk zo vaak voor dat mijn collega's er na mijn oratie zelfs een stukje over hebben opgevoerd.

Voor mijn dochters is het nog een beetje raadselachtig wat ik doe. In het begin zeiden ze: hij geeft de planten water. Sinds enige tijd ben ik de plantendokter voor ze en in zekere zin klopt dat natuurlijk ook wel voor iemand die de resistentie van planten tegen ziekten bestudeert. Wat ze heel interessant vonden, was dat ik mijn oratie in toga hield. Tegen hun vriendinnetjes zeggen ze nu steevast: mijn papa is een prof. Ik denk niet dat ze al weten wat dat is, maar uit hun stripboeken weten ze dat proffen eerbiedwaardige mannen zijn die denken dat ze veel weten. Als je vader ook zo iemand is, dan kan het nooit kwaad om dat je vriendinnetjes duidelijk te maken."