Muskuseend heeft warmte nodig

Body: 
Toen hij ze als kind in Mozambique op het erf zagrondscharrelen, had Mohammed Harun geen idee dat hij het gedrag vanmuskuseenden ooit zou gaan onderzoeken. Laat staan dat hij eenproefschrift aan ze zou wijden. Donderdag 10 september promoveertHarun in Utrecht op broedgedrag en broedresultaat van demuskuseend. Een schoolvoorbeeld van praktisch bruikbaarwetenschappelijk onderzoek.

Veel bewoners van het platteland van Mozambique houden kippen eneenden, zowel voor de eieren als voor het vlees. Met name de eendis populair als scharreldier omdat het beest precies dievoedingstoffen nodig heeft waaraan de mens en andere dieren geenbehoefte hebben. In menselijk en dierlijk afval vinden eenden dusnog genoeg van hun gading. Een groot probleem is echter dat dejongen van de muskuseend, het meest voorkomende eendenras inAfrika, zo kwetsbaar zijn. Met name gedurende de eerste drie wekenvan hun leven blijken opvallend veel muskuseendjes het loodje teleggen.

In Utrecht ontdekte Harun dat die vroege sterfte alles te makenheeft met de heersende temperatuur. Hij stelde jonge eendjes in hetlaboratorium bloot aan ondervoeding en varieerde deomgevingstemperatuur. Zo lang die boven de tien graden bleef, waser niets aan de hand. Bij lagere temperaturen bleken de ondervoedeeendjes niet in staat zich voldoende warm te houden, terwijl eencontrolegroep van goed gevoede jonge eendjes daar wel in slaagde.De aanwezigheid van voldoende voedsel is dus van doorslaggevendbelang voor de overlevingskans van jonge muskuseenden, is de evensimpele als praktische conclusie van Harun, die zijn landgenotendan ook nu op wetenschappelijke basis kan adviseren om jongemuskuseenden gedurende de eerste drie weken van hun levenregelmatig bij te voeren.

Tijdens zijn verblijf in Utrecht zocht Mohammed Harun ook naarhet antwoord op twee andere vragen over de muskuseend. Hijweerlegde het in Mozambique wijd verbreide geloof dat slechtebroedresultaten van muskuseenden samenhangen met het ontbreken vanzwemwater. Ook wilde hij graag weten hoe het komt dat inbroedmachines vaak minder dan vijftig procent van de eierenuitkomt. Hoewel op deze laatste vraag in het proefschrift geenduidelijk antwoord wordt gegeven, viel het Harun wel op dat inbroedmachines geen sprake is van het vrijwel tegelijkertijduitkomen van alle eieren, zoals dat in de natuur wel gebeurt.Volgens de promovendus worden eendjes in de natuur gestimuleerd omuit het ei te komen doordat zij het gepiep van hun al eerderuitgekomen broertjes en zusjes horen. In de broedmachine gaatdatgepiep verloren in het geluid van de machine. Dat is volgens Harunde reden dat de meeste eendjes in broedmachines relatief langer inhet ei blijven.

EH

De vrouwtjesmuskuseend legt gedurende haar hele leven zo'n 185eieren.