Nederland loopt achter in genoomonderzoek

Body: 
Het aandeel van Nederlandse onderzoeksgroepen in degrote internationale genoomprojecten is volgens de Akademie vanWetenschappen KNAW disproportioneel laag. Ook op het gebied van debio-informatica dreigt ons land de boot te missen.

Dat zijn enkele constateringen uit het vorige week verschenenKNAW-rapport 'Bio-exact, mondiale trends en nationale positie inbiochemie en biofysica'. Volgens de rapporteurs, onder wie vijfUtrechtse hoogleraren, gaat het in zijn algemeenheid goed met hetNederlandse onderzoek in de twee vakgebieden. Het staat op hoogniveau, is vernieuwend en bevindt zich daarmee mondiaal gezien inde wetenschappelijke voorhoede. Maar desondanks is er op een aantalgebieden reden voor zorg.

Dat geldt allereerst voor de genoomprojecten die zijn gericht ophet ophelderen van de DNA-sequentie van een steeds groter aantalorganismen. De KNAW-rapporteurs constateren dat Nederlandsewetenschappers op dit terrein nauwelijks een rol spelen. Gevolgdaarvan is dat ook het onderzoek naar de relatie tussen degenetische structuur en ontwikkelingen in de cel hier nagenoegontbreekt. Met name op het terrein van dit zogeheten'post-genoomonderzoek' pleit het rapport voor een forsefinanciƫle injectie van de overheid, zodat Nederland hier eenvoortrekkersrol kan gaan spelen.

Onontbeerlijk voor dit onderzoek is een sterke aanwezigheid vande bio-informatica. Maar ook op dit gebied dreigt het in Nederlandmis te gaan, aldus de KNAW, omdat het ontbreekt aan goed onderwijsop dit gebied alsook aan de nodige apparatuur. Ook op dit voor hetUtrechtse bio-medische cluster essentiƫle terrein vraagt deKNAW om steun van de overheid. Die zou moeten zorgen voor deinstallatie en het beheer van softwareservers en databases, waaropde snel toenemende hoeveelheid genetische en moleculaire informatiekan worden verwerkt.

EH