'Nederland moet het van Endemol hebben'

Body: 
Prof.dr. J. Lambooy heeft hoge verwachtingen bij denoordvleugel van de Randstad:

De soaps, quizzen en andere spelletjes die uit deproductiehallen van Endemol komen, zijn niet alleen van belang omde TV-kijker te vermaken. De entertaiment-industrie is een grotebron van inkomsten en werkgelegenheid, zegt dr. Jan Lambooy,hoogleraar ruimtelijke economie. Hij is sinds maart 1997 aan deUniversiteit Utrecht verbonden. Lambooy gelooft dat in het vermaaken in andere bedrijstakken van de `kenniseconomie' - zoals demedische technologie en de informatie- en communicatietechnologie -méér toekomst zit dan in nóg een spoorlijn ofluchthaven.

Volgens Lambooy moeten we ondernemingen zoals Endemol koesteren,want de pretfabriek uit Aalsmeer levert niet alleen aan Nederlandsezenders, maar weet ook programmaformules en shows aan buitenlandsezenders te verkopen. Zoals films en TV-series uit Hollywoodwinstgevende exportproducten zijn voor de Verenigde Staten, zokunnen de Endemol-soaps een bijdrage leveren aan de Nederlandsebetalingsbalans.

Deze nieuwe ontwikkelingen, die kansen voor toekomstigeeconomische groei bieden, gaan tot ergernis van Lambooy aan debeleidsmakers voorbij. "In Nederland zijn we erg goed in hetdoortrekken van ontwikkelingen uit het verleden.'' Na de oorlogheeft het Nederlandse bedrijfsleven goed verdiend aan de productievan allerlei goederen. Machines, chemische producten en elektronicagingen in grote hoeveelheden door de fabriekspoorten om in binnen-en buitenland afnemers te vinden. Daarnaast vervult Nederland alsvanouds een belangrijke rol als distributieland. Productie envervoer zijn nog steeds belangrijk, beklemtoont Lambooy. Maar hetis te betwijfelen of succesformules uit het verleden economischegroei voor de komende decennia kunnen garanderen.

Betuwelijn

De economie is namelijk veranderd. "Philips besteedt een grootdeel van zijn productie uit. Stork is vooral bezig met advies enhet ontwerpen van systemen. De productie-economie maakt plaats vooreen kennis- en diensteneconomie. Nederland heeft nog steeds eendoorvoerfunctie, maar moeten we wel zoveel investeren ininfrastructuur? Vervoer is immers geen groeisector meer. Misschienis het beter geld te steken in de ontwikkeling van een nieuweeconomie", stelt Lambooy voorzichtig.

Wanneer er discussie gevoerd wordt over de noodzaak van eentweede nationale luchthaven of de Betuwelijn wijzen hetbedrijfsleven, ambtenaren en politici op de economische voordelendie deze projecten opleveren voor Nederland. Lambooy heeft er zozijn twijfels over. "Wat levert de Betuwelijn op? De kosten-batenanalyses van economen lopen uiteen van min 8 miljard tot plus 52miljard gulden", zegt hij lachend.

Dat de goederenlijn er tóch komt, is te danken aan dekrachtige lobby van de zuidelijke Randstad, die bestaat uit DenHaag, het Rijnmondgebied en Dordrecht. Hij denkt dat het goedkoperzou zijn geweest om de IJzeren Rijn, die vanuit Antwerpen naar hetDuitse achterland loopt, nieuw leven in te blazen. Deze oudespoorlijn ligt er immers al en kan na enige aanpassingen prima eendeel van de groei van de goederenstroom opvangen. Maar vanwege derivaliteit tussen Rotterdam en Antwerpen was en is deze optie voorRotterdam onbespreekbaar.

"De capaciteit van de Betuwelijn is nu nog niet eens nodig'',verzucht Lambooy. "Het is jammer dat er zoveel belastinggeld opaandringen van een lobbygroep in die lijn wordt gestoken. Deaannemers zijn er zeker gelukkig mee."

Dat goede en snelle transportverbindingen met Duitsland -"Nederland is een provincie van Duitsland" - onmisbaar zijn, zalLambooy niet ontkennen. Een simpel antwoord op de vraag of eenspoorlijn er wel of niet moet komen, is dan ook niet te geven. "Eeneconoom zal zich richten op de totale investeringen en de verwachteopbrengsten, maar een economische theorie kan weinig preciezeantwoorden geven op grote vraagstukken", zegt Lambooy. "Eenruimtelijk econoom gaat op een andere manier te werk. Hij zalkijken welke verbindingen er al zijn en welke verbindende schakelsnog gelegd moeten worden. En een ruimtelijk econoom zal metdeskundigen gaan praten."

Om het nut van de Betuwelijn te onderzoeken isFingerspitzengefühl nodig, zegt Lambooy. Statistieken enberekeningen onttrekken andere oplossingen aan het zicht. In hetgeval van de Betuwelijn had óók gekozen kunnen wordenvoor een gemoderniseerde en milieuvriendelijke binnenvaart of voorextra banen op de snelweg.

Flevoland

Met enige verbazing volgt Lambooy de discussie over de bouw vaneen tweede nationale luchthaven. "Je kunt je afvragen of Nederlanddie mainport wel nodig heeft. Als je de bestaande capaciteit vanSchiphol met de vijfde baan benut, kan de luchthaven misschien weldertig tot veertig miljoen passagiers aan. We hoeven toch niet degrootste luchthaven van Europa te hebben? Een paar plaatsjes lagerop de ranglijst is ook prima. Je kunt je afvragen ofjeméér groei van de luchtvaart als land nodig vindt. Voorde groei van de werkgelegenheid is die natuurlijk heel goed. Maarzal de enorme investering in een tweede luchthaven in Flevoland ofvoor de kust opwegen tegen de opbrengsten?"

Lambooy is er van overtuigd dat niet vervoer, maar kennis demotor is van de economie. "Nederland moet het van dekennisintensieve diensten hebben. De groei komt onder meer van demedische technologie, entertainment en de informatie- encommunicatietechnologie. Er ontstaan nieuwe technologieën eneen nieuwe vorm van ondernemerschap." Als voorbeeld noemt hij hetbedrijf Endemol. Entertainment levert geld en arbeidsplaatsen op."Endemol is een geïntegreerd complex, waarin reclamemensen,freelance-tekstschrijvers, acteurs, grafische ontwerpers enallerlei gespecialiseerde bedrijfjes samenwerken."

Endemol is gevestigd in wat Lambooy de noordvleugel van deRandstad noemt. Een corridor die loopt van Haarlem via Amsterdamnaar Utrecht en Amersfoort. In deze steden wonen veel hoogopgeleidemensen die hun brood verdienen in `kennisintensieve' beroepen.Lambooy heeft hoge verwachtingen van deze strook.

Nederland heeft als nadeel dat er geen grote metropool binnen delandgrenzen is. In Londen of Parijs zijn allerlei bedrijven enbedrijfjes gevestigd, die elkaars ideeën overnemen. Voor elkdenkbaar product of dienst is in een wereldstad een afnemer ofleverancier te vinden. De dynamiek van een wereldstad moetNederland ontberen. "We moeten roeien met de riemen die we hebben."De noordelijke Randstad is een kleine metropool, waar Nederland hetmee moet doen.

Voor de overheid is het vrijwel onmogelijk om de opkomst van dekennisintensieve sectoren af te dwingen. In het verleden kon deoverheid besluiten om bijvoorbeeld ergens chemische industrie tevestigen. Maar bedrijven die entertainment produceren, kunnen nietop commando van Den Haag uit de grond worden gestampt. "Alleen doorhet versterken van het onderwijs kan de landelijke overheid dekennisintensieve diensten stimuleren. Het vreemde is dat deuniversiteiten juist moeten bezuinigen. Van allegeïndustrialiseerde landen heeft Nederland de laagste uitgavenper hoofd van de bevolking voor onderwijs. Op de basisscholen zijnveel te weinig computers. Andere landen, zoals Australië enFinland, doen dat beter."

Michiel Slütter