Nieuwe lobbyclub voor Nederlands onderwijs en onderzoek

Body: 
Het Netherlands House for education and research opent aanstaande woensdag zijn deuren in Brussel. De lobbyclub wil het Nederlandse onderzoek en onderwijs beter op de Europese kaart zetten.

Frans van Vught, voormalig collegevoorzitter van de Universiteit Twente, trekt de kar van Neth-ER. “Alleen wetenschapsorganisaties NWO en TNO hadden een Brussels kantoor. Andere koepelorganisaties vonden hier altijd minder goed de weg”, motiveert hij de oprichting van de vereniging. Dankzij Neth-ER hebben hogescholen, universiteiten en roc’s nu een voorpost in Brussel, en ook de KNAW en Nuffic. Van Vught: “Dat is belangrijk voor een land dat als kenniseconomie voorop wil lopen.”

Het gaat Neth-ER om meer dan alleen het incasseren van zo veel mogelijk geld. Dat ging de afgelopen jaren bovendien ook zonder de nieuwe lobbyclub redelijk goed. Zo ontving Nederland 1,2 miljard euro uit het onlangs afgeronde KP6-programma waarmee onderzoek en innovatie werden gefinancierd. “Maar invloed in Europa is net zo belangrijk als onderzoeksgeld. We willen al in een vroeg stadium kunnen meepraten over de koers van onderzoeksprogramma’s en initiatieven als het Europese Technologie Instituut. In een groeiende EU is het noodzakelijk dat je als Nederland goed zichtbaar bent.”

Het EIT-idee sloeg niet erg aan in Nederland, maar dat komt volgens Van Vught vooral omdat Frankrijk er een echte universiteit van wilde maken, met gebouwen en al. “Binnen de EU heeft men het voorlopig alleen over samenwerking tussen Europese universiteiten en wat daar zoal bij komt kijken. Omstreden is bijvoorbeeld de vraag of zo’n EIT zelfstandig diploma’s moet kunnen verlenen. Met minister van der Hoeven vind ik dat geen goed plan. Wel is het wat ons betreft goed denkbaar dat bijvoorbeeld de TU Delft een vignet krijgt voor opleidingen die binnen de EIT vallen.”

De EU investeert vooral in innovatie. Onderwijs is meer een zaak van de lidstaten zelf. Volgens van Vught kan daar echter op korte termijn verandering in komen, en daar wil hij klaar voor zijn. “In 2008 volgt een herziening van de begroting. Innovatie en kennis staan zeer hoog op de Europese agenda en de landbouwsubsidies gaan op de schop. Ik hoop dat er dan meer financiële ruimte komt voor Europees onderwijsbeleid. Daarmee zouden we dan extra kunnen investeren in de internationale mobiliteit van studenten. Want het huidige programma met Erasmusbeurzen is prachtig, maar het budget (230 miljoen euro voor de periode 2004-08, red.) zou eigenlijk moeten worden verdubbeld. Dat is echter makkelijker gezegd dan gedaan: je hebt nu te maken met 27 lidstaten die je van het nut moet overtuigen.”

HOP