Onderzoekschool AWSB niet langer erkend

Body: 
Het werk van onderzoekschool AWSB vertoont te weinigsamenhang. Reden voor de wetenschappelijk academie KNAW om deschool niet langer te erkennen. "Een domper", vinden deonderzoekers zelf. Een groep deskundigen die de school eveneensbeoordeelde is positiever.

De onderzoekschool Arbeid, Welzijn en Sociaal-economisch Beleidwordt door de KNAW niet opnieuw erkend. De afgelopen vijf jaar hadde overwegend Utrechtse school het KNAW-keurmerk wel, maar deacademie vindt nu dat het onderzoek te breed is en te veel zwakkeplekken heeft.

"Het overviel ons volledig", zegt zakelijk directeur Roger Henkevan AWSB over de KNAW-beslissing. Hij noemt het oordeel "eendomper", want uitgerekend deze week verschijnt ook een beoordelingdoor een groep deskundigen. Ook die heeft wel kritiek op AWSB, maaroordeelt in het algemeen "positief".

In AWSB werken zo'n 150 sociale wetenschappers, juristen eneconomen uit Utrecht, Amsterdam, Tilburg en Rotterdam samen. Of ditsamenwerkingsverband nu uit elkaar valt, zonder erkenning doorgaatof later opnieuw erkenning aanvraagt, durft Henke nog niet tezeggen.

De groep deskundigen, aan het werk gezet door de vereniging vanuniversiteiten VSNU, heeft deels dezelfde kritiek als de KNAW. Ookzij klaagt over gebrekkige samenhang. Bovendien is de structuur vanAWSB (met onder meer twaalf deelprogramma's) zo ondoorzichtig dataio's en zelfs programmaleiders "amper hun weg weten tevinden".

Net als de KNAW constateert de VSNU-commissie dat een aantalgroepen onder de maat blijft. Dat geldt met name voor hetdeelprogramma van de hoogleraren Van Dijck (Brabant) en Van Waarden(Utrecht) over 'beleid, organisatie en technologie'. Hun programmais niet goed genoeg, niet productief genoeg, niet belangrijk genoegen niet levensvatbaar genoeg.

Ook de kwaliteit van het werk van Van der Heijden (Amsterdam),Hessel en Siegers (beiden Utrecht) krijgt geen voldoende. Hunonderzoek naar de samenhang tussen de sociale en economischedimensie "moet veel concreter worden". Dit programma krijgt wel eenzesje voor zijn productiviteit.

De meeste lof is weggelegd voor het minderheden-onderzoek van deUtrechtse hoogleraar Hagendoorn. Ook de Utrechtse juristen Hol enJaspers (met onderzoek naar 'recht als instrument') en devoormalige Utrechter Engbersen (die in Rotterdam onderzoek doetnaar 'stad en staat') scoren goed.

Wetenschappelijk directeur prof.dr. Han Entzinger vindt dat deKNAW zijn oordeel slecht onderbouwd heeft, maar geeft wel toe datdesamenwerking niet in alle opzichten even goed is verlopen. Hijwijt dat overigens mede aan de onheldere opzet vanonderzoekscholen. "Het heeft mij regelmatig gefrustreerd dat ikweliswaar verantwoordelijk was voor de programmering van hetonderzoek, maar dat de financiƫle en organisatorischeverantwoordelijkheid bij de faculteiten bleef."

Hoogleraar Algemene Sociale Wetenschappen dr. Frans van Waardenis zeer verontwaardigd over het oordeel. "Bij de oprichting vanAWSB zijn Van Dijck en ik in een groep gezet, zonder dat we daarzelf in zijn gekend. De groep heeft in feite dan ook nooit bestaanen ik heb nooit contact gehad met Van Dijck. Hij heeft nooit enigebelangstelling gehad en zelfs mijn brieven niet beantwoord. Ik benin 1997 formeel uit de groep getreden en ik werk al jarenuitstekend samen met enkele juristen in Utrecht. Ik vind het bijnaKafkaesk dat de KNAW mij desondanks gewoon als onderzoeksleidernoemt. Mijn naam wordt te grabbel wordt gegooid, terwijl ik deafgelopen jaren juist een van de actiefste AWSB'ers bengeweest."

HOP, HO / EH