Opvoeden is een proces van vallen en opstaan

Body: 
MIJN EIGEN KIND IS EEN ANDER VERHAAL


Professionals over hun ervaring als ouder:

Geen gebit zo verwaarloosd als dat van het zoontjevan de tandarts. Geen grotere mieren- en muggenverpletteraar danhet dochtertje van de bioloog. Geen minder onwelgevoeglijk kind dande telg van een onderwijzer. De appel valt vér van de boom,lijkt in dit geval het cliché. Met zéér persoonlijkebijdragen aan de bundel 'Mijn eigen kind is een ander verhaal' nameen aantal 'gestudeerde opvoeders' - pedagogen, onderwijskundigen,ontwikkelingspsychologen, jeugdsociologen - de proef op de som:hebben ze op de universiteit iets geleerd waarmee ze 's avonds aanhet ledikantje van zoon- of dochterlief uit de voeten kunnen? Wel'iets' blijkt, maar het houdt niet over.

Vooral door dat persoonlijke karakter van de bijdragen is debundel een prachtboek geworden. De openheid is ontwapenend maar wastevens bij de samenstelling - zo blijkt uit het voorwoord - eenhandicap. Menige ouder of menig kind wilde niet dat in een boek opeen dergelijke wijze zijn of haar privé-domein werd betreden.Voor sommige auteurs - gepokt en gemazeld in het wetenschappelijkschrijven - was het reflecteren op eigen ervaringen eenkrachtsinspanning: 'Nog nooit zó'n moeilijke klus gehad!'Zonder uitzondering zijn het echter meeslepende verhalengeworden.

'Stil kinderen! Papa moet over opvoeden nadenken!' Dat was hetmotto dat Bas Levering - één van de samenstellers van hetboek - zijn proefschrift meegaf. Niet voor niets heeft hij zijnbijdrage de titel 'De aanleunvader' meegegeven. Er zijn natuurlijkwél nog avonduurtjes, vakanties en weekenden, tijdens welke devaders hun steentje kunnen bijdragen aan het opvoeden en er metmoeder over gereflecteerd kan worden. Maar papa is vooral bezig metzijn werk; de opvoeding van de eigen kinderen is hoofdzakelijkmoeders werk.

De bijdragen van vrouwen aan de bundel laten een ander beeldzien. Daarin gaat het vooral om de krachtsinspanning die ze moetenleveren om het werk met het moederen te kunnen combineren, om detwijfels en schuldgevoelens rondom kinderdagverblijven, om hetuitstellen van het moment van kinderen krijgen, om de vraag of erüberhaupt wel kinderen moeten komen.

'Rolverdeling' is meer een afgeleide thematiek van het boek,maar wel een opmerkelijke. Wie dacht dat de emancipatie al zóver gevorderd wasdat - zeker in de academische kringen van deGrachtengordel - zorgtaken en arbeid gelijkelijk over vaders enmoeders verdeeld zijn, moet na lezing van dit boek een andereconclusie trekken. Zelfs onder de 'opvoedingsprofessionals' blijkenhet meer de vrouwen dan de mannen te zijn die zich over hetdagelijks wel en wee van hun kroost ontfermen.

Waarmee overigens beslist niet gezegd is dat er geenbetrokkenheid zou zijn. De gedetailleerdheid waarmee ook de vadersover hun kinderen schrijven, de bezorgdheid of vreugde die uit hunverhalen opstijgt, de reflectie die er heeft plaatsgehad... hetgetuigt van een enorme interesse.

Intuïtief

Voeden 'professionals' anders, bewuster, intentioneler,doordachter op dan pa en ma-Doorsnee? Op de eerste pagina van deeerste bijdrage - van 'meisjesonderzoeker' Mieke de Waal - wordt algelijk het antwoord gegeven: "Mijn 'vak' heeft me geen gouden tipsvoor de opvoeding opgeleverd, maar me eerder een vergaanderelativerende houding bijgebracht... Nu voeden we zus op, maarvroeger zo; hier gebeurt het volgens deze regels, maar elders doetmen het heel anders; wij kunnen keuzen maken, maar de buren denkener weer heel anders over."

Kortom: er is niet één - de beste - manier vanopvoeden, waarvan de professional weet heeft en waarvan hij de restvan de wereld op de hoogte kan brengen. Het opvoeden wordt in hogemate bepaald door culturele factoren, door de eigen jeugd, dooroordelen en meningen van vrienden en familie, door de tijdsgeest.Wat er zoal aan aanbevelingen uit het boek rolt is vaakcommon-sense: Wat bijvoorbeeld nodig is, schrijft diezelfde Miekede Waal, is "een warme respectvolle betrokkenheid van devolwassenen bij hun kinderen."

Wat de beroepsopvoeder aan tips kan geven, is dan veelal reedsbekend bij de meeste ouders. Uit een onderzoek onder 1200'doorsnee' ouders in Nederland bleek dat "ouders in hoge matekind-gecentreerd zijn. Men gaat voorzichtig en met respect om metde groei en ontwikkeling van het kind. Men vindt het op de eersteplaats belangrijk de dingen te vermijden die de ontwikkeling vanhet kind schade zouden kunnen toebrengen. Vaders en moeders zorgendat het kind weet dat het altijd bij de ouders terecht kan als hetnodig is."

Opvoeden blijkt in veel gevallen, óók voorberoepsmatige opvoeders, een kwestie van intuïtie te zijn."Opvoeden, hoe natuurlijk en spontaan dit proces soms ook lijkt, iseen activiteit die iedereen met vallen en opstaan leert", ontdekteSophie Drenth, hoofd van de Pedagogiek-opleiding van de Tilburgsehogeschool. "Dat geldt voor elke opvoeder, ook als hij of zijdaarvoor professioneel geschoold is."

Bescheidenheid

Wat de professional wél mee heeft, blijkt uit de bundel, isde beschikbaarheid van een fundament op basis waarvan hij gedegenop opvoeding, opvoedingsstijlen en opvoedingsdoelen kanreflecteren. De theorieën over 'hechting' bijvoorbeeld, ofover anti-autoritaire opvoedingsstijlen, kunnen ouders helpen bijhun keuze om hun kroost al dan niet aan kinderdagopvang toe tevertrouwen, of bij de keuze voor het soort opvang. MargrietChorus-Reintjens bijvoorbeeld - gespecialiseerd in kind- enjeugdliteratuur - trok haar conclusies na bestudering van deSowjet-psycholoog Vygotsky: "We organiseerden zélfkinderopvang of activiteiten, zodat we er in ieder geval zeker vanwaren dat 'de zone van de naaste ontwikkeling' naar behorengestimuleerd werd."

Zo bevat elke bijdrage een onderhuidse laag die verklapt metwelk soort onderzoek de auteur bezig is. 'Vredesopvoeder' LennartVriens zet uiteen welke moeite hij zich getroost om zijn kinderenaf te houden van speelgoedgeweertjes of TV-programma's als 'TheA-team'. Randgroep-jongeren onderzoeker Hans Werdmölder zet deharde wereld van zijn onderzoeksobject af tegen de beschermendewereld bij hem thuis. Ontwikkelingspsycholoog enverslavingszorg-specialist Frans Leenders is in zijn bijdragevooral in de weer met de plaats van een kind in de kinderrijén het gebruik van drugs...

Of een opvoeding slaagt is al evenzeer een kwestie van commonsense: aan voelen dat het goed is in elkaars gezelschap teverkeren. "Zoals gisteravond onze oudste na drie onrustige dagenmet vriendjes en met over en weer logeren stralend weer bij ons aantafel zit", vertelt Wilma Vollebergh, medewerker bij hetTrimbos-instituut. "Wat lach je toch, vraag ik. 'Die lach komtgewoon naar boven', zegt hij. 'Die kan ik niet tegenhouden. Datkomt omdat ik jullie zo lief vind.' Dat zijn onze gouden momenten.En het op peil houden van deze momenten, dat is het doel van mijnopvoeding."

Ook voor de beroeps blijkt het opvoeden een - soms zware maardoorgaans aangename - worsteling te zijn. Dat gegeven maakt hetboek zo sympathiek. Er is geen sprake van aanmatigendeprofessionals die nu eens uit de doeken doen hoe het eigenlijk zoumoeten. De vijftien hier verzamelde auteurs kenmerken zich doorbescheidenheid. En bescheidenheid siert de pedagoog.

Armand Heijnen

Ineke van Zande, Bas Levering, Frans Leenders(red.) Mijn eigen kind is een ander verhaal. Uitg. Elsevier, 39,50gulden


Paul Goudena

Ontwikkelingspsycholoog en psychotherapeut. Docent/onderzoekerbij de vakgroep Pedagogiek. Zijn proefschrift (1983) had betrekkingop het spreken en denken van kinderen. De laatste jaren is zijnaandacht verschoven naar de sociale omgang tussen jonge kinderen.Vader van een zoon en een dochter.

"Het leven volgt niet de wetenschap. Dat is wel de minste leringdie ik uit mijn opvoedingservaringen heb getrokken. De grilligheidvan het leven van alledag, de wisselende stemmingen van je kinderenen van jezelf leveren een bont geheel van factoren die niet alsenkelvoudige variabelen te analyseren zijn. Dat hoeft ook helemaalniet. Het leven van alledag en sociaal-wetenschappelijk onderzoekvan kinderen zijn twee verschillende dingen. Natuurlijk zijn erwetenschappers of psychotherapeuten die hun kennis dagelijks in hunhandelen proberen te vertalen. Het lijkt mij gruwelijk om zoietsals kind mee te moeten maken. ('Papa is nu aan degehechtsheidsrelatie aan het sleutelen'.) Iets anders is dat jesoms kunt of moet reflecteren op wat je gedaan of gelaten hebt tenaanzien van je kinderen. Ik ben in de gelukkige omstandigheid meteen partner samen te leven die niet zo ongeduldig is als ik en diebovendien zeer goed kan verwoorden wat er zoal gebeurt in onsgezinsleven. Dat betekent dat we altijd veel gepraat hebben overonze kinderen en over onszelf. Niet met de bedoeling ietswetenschappelijks te verrichten, maar om de trein op de rails tehouden. Het leven wordt voorwaarts geleefd en achterwaartsbegrepen, schreef Kierkegaard - en dat spreekt me wel aan."


Bas Levering

Theoretisch pedagoog. Docent/onderzoeker bij devakgroep Pedagogiek. Promoveerde in 1988 op 'Waarden in opvoedingen opvoedingswetenschap. Pleidooi voor een uitdagende pedagogiek'.Schreef voorts samen met prof.dr Max van Manen Childhood's secrets,in 1997 vertaald als 'Klein geheim. Intimiteit, privacy en deontwikkeling van identiteit'. Vader van een dochter en eenzoon.

"De ervaring je echt vader te voelen is bij mij nooitgekomen...Ik beleefde het idee nu vader van dit kind te zijn eerderals een abstracte gedachte dan als een concrete ervaring. Zo'n kindiseerder een vreemde voor je. Daarmee wil niet gezegd zijn dat hetzich niet op een heel natuurlijke manier bij je voegt. Vanaf deeerste dag dat ze bij je in huis zijn, is het alsof ze er altijdzijn geweest. Het is nooit dat je denkt: 'O ja, ook dat nog'. Inhet jaar voor de geboorte van onze dochter hadden vrienden bij onsin huis gewoond. Dat had ook iets heel vanzelfsprekends gehad. Maardit was toch van een volkomen andere orde. Misschien heeft datallemaal gewoon met verwachting te maken.

"Waar de ervaring van vader-zijn ontbrak, was er wel deongekende overweldigende ervaring van confrontatie metweerloosheid. Dat zo'n kind bescherming nodig heeft en daarinvolledig van jou afhankelijk is, is heel aangrijpend. Misschien isdat wel wat andere vaders als de ervaring van het vaderschapervaren. Bij de ervaring van het vaderschap stel ik me echter ietsvoor dat van binnen zit. En dit kwam allemaal van buitenaf. Wevonden ook dat ze op geen van ons beiden leek, dat ze van meet afaan echt zichzelf was.

"Met die vaderervaring is het nooit wat geworden. We waren tochniet extreem jong toen de kinderen kwamen. Toen onze dochtergeboren werd, was ik vierendertig jaar. Heel lang heb ik het gevoelgehad als ik 's morgens vertrok en het gezin mij uitzwaaide dat wevadertje en moedertje aan het spelen waren."


Christien Brinkgreve

Sociologe, hoogleraar sociale wetenschappen inUtrecht en voorheen hoogleraar Vrouwenstudies in Nijmegen.Promoveerde in 1984 op 'Psychoanalyse in Nederland. Eenvestigingsstrijd'. Was voorts co-auteur van het boek 'Magriet weetraad. Gevoel, gedrag, moraal in Nederland 1938-1978'. 'Stiefmoeder'van twee dochters en moeder van twee zonen.

"Waarom was ik daar zo bang voor? Ik denk omdat mijn moeder eenvan de vele vrouwen uit die generatie was voor wie het krijgen vankinderen gewenst en vanzelfsprekend was, maar die ook leden onderde beperkingen die dat met zich meebracht; beperkingen voor dieandere dingen die ze ook wilde, in haar geval tekenen.

"Die angst om kinderen te krijgen hield pas op toen ikgepromoveerd was en het gevoel kreeg dat ik het me kon permitteren,omdat ik me op het gebied van het werk wat zekerder ging voelen vanmijn plaats en mijn mogelijkheden, en het gevoel wat minder werddat ik me steeds opnieuw moest bewijzen. De grootste kentering inmijn gevoel voor kinderen heb ik echter te danken aan destiefkinderen die ik inmiddels 'gekregen' had: twee dochters vanmijn man uit een eerder huwelijk.Door hen begon ik te merkenhoeveel kinderen voor me betekenden, wat voor band je met ze konhebben en hoeveel belangrijker ik dat ging vinden dan weer eenartikel en nog een lezing. Inmiddels zijn mijn stiefdochters in detwintig en heb ik zelf twee zonen van zeven en elf."


Hans Werdmölder

Cultureel antropoloog. Coördinator van deOnderzoekschool Rechten van de Mens en docent aan deRechtenfaculteit; voorheen verbonden aan de vakgroep Pedagogiek.Promoveerde op een uitwerking van zijn onderzoek onder Marokkaanserandgroepjongens: 'Van vriendenkring tot randgroep'. Vader van tweezoons.

"Al enige jaren verkeerde ik in twee compleet verschillendewerelden. Ik bracht mijn tijd afwisselend door op de universiteit,thuis en in het clubhuis dat als basis diende voor mijn onderzoek.Ik trok met Marokkaanse jongens op die dag in, dag uit op dievenpadwaren. Met verbijstering hoorde ik het verhaal dat een mij bekendeMarokkaanse jongen zijn zusje met een mes had aangevallen, terwijleen andere jongen een poging had ondernomen zichzelf in brand testeken.

"Het meest ontdaan was ik door het verhaal dat ik las in een vande dossiers. Een van de jongens uit de onderzoeksgroep, vader vantwee kinderen, hanteerde een nogal straffe opvoedingsmethode. Omhet duimzuigen van zijn dochter voorgoed af te leren, had hij degewoonte de vlam van een aansteker onder de duim van zijn kind tehouden. Toen ik dit las, was ik verbijsterd. Zijn vriendin, eenex-leerlinge van mijn vrouw, was toen zwanger van zijn derde kind.We gingen op kraambezoek en bewonderden de cadeautjes waar deprijskaartjes nog aanhingen.

"Hoe beschermd voeden wij onze kinderen dan niet op? We zijneerder geneigd, misschien wel als reactie, onze kinderen nog meeraf te schermen. Maar er is ook nog zoiets als ruimte, lucht engroen. We prijzen ons gelukkig dat onze kinderen zonder toezicht dehele dag buiten kunnen spelen. Er worden hutten gebouwd in debomen, op het grasveld voor de deur wordt voetbal gespeeld en erwordt kattekwaad uitgehaald. Wat dat betreft hebben onze kinderende ruimte die nodig is om hun eigen wereld te ontdekken. Oudershoeven niet alles te weten."