Ornstein promotor van de eeuw

Body: 
Met 93 promovendi in 23 jaar is natuurkundige LeonardSalomon Ornstein de meest productieve promotor van de afgelopeneeuw geweest.

Dat blijkt uit een deze week in het U-blad gepubliceerderanglijst van de 25 meest succesvolle promotoren van de twintigsteeeuw. Met dit enorme aantal staat Ornstein - die in 1914 in Utrechttot hoogleraar werd benoemd en die zijn lab na mei 1940 vanwegezijn joodse afkomst niet meer mocht betreden - aan kop. Hij wordtnipt gevolgd door de meest succesvolle na-oorlogse promotor,farmacoloog David de Wied.

De lijst laat zien dat Utrecht al van oudsher een sterkbèta-medisch gericht onderzoeksprofiel heeft. In de top tienstaan naast vier onderzoekers uit de medische hoek drie chemici,twee natuurkundigen en een bioloog. Meest succesvolle vrouwelijkepromotor van de vorige eeuw was biologe Johanna Westerdijk.

De promotor van de eeuw

PROMOTOR VAN DE EEUW

1.......L. Ornstein (Natuurkunde, 1914)......93

2.......D. de Wied (Geneeskunde, 1963)......86

3.......J. Sixma (Geneeskunde, 1975)......79

4.......J. Verhoef (Geneeskunde, 1980)......73

5.......J. Overbeek (Scheikunde, 1946)......71

6.......J. Geus (Scheikunde, 1980)......69

7.......H. Zwaardemaker (Geneeskunde,1897)......67

.........J. Vliegenthart (Scheikunde, 1980)......

9.......C. Went (Biologie, 1896)......64

10.....P. Endt (Natuurkunde, 1955)......63

11......H. Kruyt (Scheikunde, 1916)......62

...........W. Gispen (Geneeskunde, 1980)......

13......J. Gonda (Letteren, 1943)......61

...........W. Seinen (Biologie / Dierg, 1984)......

15......C. de Vooys (Letteren, 1915)......58

16......S. de Laat (Biologie, 1987)......56

17......F. Kögl (Scheikunde, 1930)......54

18......G. Blasse (Scheikunde, 1970)......52

19......K. Winkler (Geneeskunde, 1947)......51

............L. van Deenen (Scheikunde, 1961)......

21......C. de Langen (Geneeskunde, 1938)......50

...........A. Haspels (Geneeskunde, 1969)......

23......C. Drooger (Aardwetenschappen,1966)......49

...........O. Schuiling (Aardwetenschappen, 1972)......

25......H. Westenbrink (Geneeskunde, 1946)......47

...........J. Westerdijk (Biologie, 1917).......42

In deze lijst zijn alleen promoties aan de (Rijks)UniversiteitUtrecht meegeteld.


'De maatschappij late de wetenschap geheel vrij in haaronderzoekingen'

Ook al eiste hij blinde gehoorzaamheid, zijnstudenten droegen hem op handen. Maar door zijn tegenstanders werdhij gevreesd. Dat was Leonard Salomon Ornstein (1880-1941), dekrachtige persoonlijkheid die in 1914 in Utrecht tot hoogleraarwerd benoemd en die het fysisch lab in de Bijlhouwerstraatuitbouwde tot een 'speelweide van experimenteerdrift'.

Merkwaardig genoeg had de theoreticus die Ornstein van huis uitwas voor zijn komst naar Utrecht nooit veel blijk gegeven vanbelangstelling voor de meer experimentele kant van de natuurkunde.Maar onder invloed van zijn collega's Julius en Moll - die zichonder meer bezighielden met zonne-waarnemingen - veranderde dat.Toch heeft Ornstein zelf nooit bekend gestaan als een sterkexperimentator. In een in 1994 verschenen biografie beschrijft H.Heijmans hoe de hoogleraar zijn experimenterende promovendi metenige regelmaat tot wanhoop wist te drijven door hun kamers binnente lopen en, ongedurig als hij was, aan knoppen te gaan draaien.Gevolg was meestal dat de opstelling voor de rest van die dagonbruikbaar was geworden.

Meer dan een experimentator was Ornstein een begenadigdorganisator. Opmerkelijk is de eigentijdse manier waarop hij zijnlaboratorium leidde. Hij maakte er een soort onderzoekschool avantla lettre van, en dat verklaart ook het enorme aantal van 93(volgens Heijmans 94) promovendi dat hij in 22 jaar naar eenpromotie wist te begeleiden. Daarin slaagde hij onder meer door deindustrie te interesseren voor zijn werk, wat hem de reputatiebezorgde van 'peetvader van het derde geldstroomonderzoek'. Zohield hij zich bezig met warmte-isolatie in woonhuizen en metelektriciteitscontroles. De verlichting in het nieuweGemeentemuseum in Den Haag werd geheel volgens zijn aanwijzingenaangelegd.

Tegelijkertijd stond hij echter pal voor de zuivere wetenschap,die door de maatschappij vrij moest worden gelaten in 'haaronderzoekingen'. In een artikel over toegepast onderzoek schrijfthij onder meer: "Geen groter gevaar voor de continue voortgang derwetenschap dan het keurslijf vantechnische eischen, die demaatschappij haar zou willen stellen. Door vrijheid is de wereldgroot geworden, door die vrijheid heeft zij de reeks vanfundamentele wetten en feiten geschapen, waarop onze hedendaagsetechniek en daarmede de mogelijkheid van het moderne levenberust."

In 1940 werd Ornstein door de Duitze bezetters - vanwege zijnjoodse afkomst en zijn contacten met de zionistiosche beweging - detoegang tot zijn lab ontzegd. Dat lab was zijn leven geweest en hettoegangsverbod was hem vermoedelijk zo'n kwelling dat hij al eenjaar later op 61-jarige leeftijd overleed.

EH

Zie ook Achtergrond: 'Weg met hetproefschrift!'?