Overhead hogescholen en universiteiten “gemiddeld”

Body: 
Een kwart van de arbeidsplaatsen bij hogescholen en universiteiten wordt ingezet voor overheadfuncties. In vergelijking met andere publieke organisaties slaat het hoger onderwijs geen gek figuur.

Dat is althans de conclusie van een onderzoek dat bureau Berenschot in opdracht van VSNU en HBO-raad deed. In 2004 verrichtte Berenschot een vergelijkbaar onderzoek bij dertien hogescholen, maar de uitkomsten bleken niet overtuigend. Er bleven kritische vragen komen over de ‘enorme’ bureaucratie in het hoger onderwijs. Ook volgens voormalig staatssecretaris Rutte ging er veel te veel geld naar ‘het management’, ten koste van het onderwijs. Daarop spraken HBO-raad en VSNU met de staatssecretaris af dat zij de overhead samen in kaart zouden brengen.

Het grote probleem in de discussie is dat de definities onduidelijk zijn en er appels met peren worden vergeleken. Berenschot maakt de keus voor het begrip ‘zuivere overhead’. Daaronder vallen in elk geval de bestuurders, de lijnmanagers en de algemene beleidsmedewerkers van de instellingen. Ook de secretariaten tellen mee en functies bij diensten als personeel & organisatie, financiën & control, informatisering & automatisering, marketing & communicatie, facilitaire en juridische zaken.

Deze functies komen in vrijwel alle publieke organisaties voor en dat maakt vergelijking mogelijk. Met 25,3 en 24,4 procent ‘zuivere overhead’ bevinden de universiteiten en hogescholen zich in de middenmoot: bij ministeries ligt dat percentage op 44,5 en in het voortgezet onderwijs op 17,6 procent.

Onderwijsinstellingen hebben echter ook onderwijs- en onderzoekondersteunende functies die niet onder ‘zuivere overhead’ vallen, maar die evenmin bij het primaire proces (onderwijs en onderzoek) horen. Denk aan medewerkers van bibliotheken, bureaus internationalisering en kwaliteitszorg, maar ook aan onderwijskundige beleidsmedewerkers, studievoorlichters, studentenpsychologen en roosteraars. De onderzoekers hebben hiervan een aparte categorie gemaakt, die relatief groot is: bij universiteiten 9,8 en bij hogescholen zelfs 11,2 procent.

Uit het onderzoek valt af te leiden dat de instellingen een kleine 65 procent van hun arbeidsplaatsen inzetten voor het ‘zuivere’ primaire proces. Over geldstromen zegt het echter niets. Of deze overheadmeting een eind maakt aan de discussie over bureaucratisering moet worden afgewacht.

HOP