Plasterk onderneemt niets tegen bursalenstelsel

Body: 
De ene aio is als promovendus in dienst van een universiteit, de ander doet hetzelfde werk met een beurs en met weinig sociale zekerheid. “Onwenselijk”, vindt minister Plasterk. Maar hij kan er juridisch niets tegen doen. Jammer, vinden Abvakabo-FNV en PNN.

Plasterk reageerde deze week op een vorig jaar verzonden brief van Abvakabo-FNV, die bezorgd is over de grote statusverschillen tussen promovendi. De bewindsman – zelf “geen voorstander” van een bursalensysteem – is niet van plan om wetgeving te ontwikkelen waarin het bestaande wetenschapsstelsel wordt uitgebreid met een categorie ‘bursalen’, zoals de beurspromovendus officieel heet.

Maar het bursalensysteem verbieden kan de minister niet. “Arbeidsvoorwaarden en personeelsbeleid zijn zaken van de universiteiten zelf”, schrijft hij. Met andere woorden: de bonden moeten het met de universiteiten uitvechten. Plasterk ziet graag dat de universiteiten één lijn trekken en gezamenlijk afspreken of promovendi wel of geen werknemer zijn.

Marieke van den Berg van Abvakabo-FNV zegt in eerste reactie dat het goed is om te weten dat de minister in ieder geval geen voorstander is van het bursalenstelsel. “Maar het is tegelijkertijd jammer dat hij geen conclusies verbindt aan zijn stellingname.”

Van den Berg stuurde Plasterk afgelopen najaar een brief waarin ze aandacht vroeg voor de situatie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daar krijgen steeds meer promovendi die zich bezighouden met vrij onderzoek een beurs. “Daar zijn wij het niet mee eens. Inmiddels hebben we de eerste juridische stappen gezet. Intussen gaan steeds meer universiteiten met bursalen werken: onder meer Twente, Maastricht, Leiden en Utrecht. We beraden ons dus ook op andere strategieën.”

Voorzitter Gertjan Tommel van promovendinetwerk PNN vindt dat Plasterk zich verschuilt. “Hij heeft wel degelijk iets te zeggen over bursalen. Het is namelijk een beurzensysteem dat alleen voorkomt in het vrije onderzoek. En de minister is degene die daarvoor het geld beschikbaar stelt. Als hij van instellingen kan eisen dat er geld wordt uitgegeven aan internationalisering, dan kan hij ook geld oormerken voor goede arbeidsvoorwaarden voor promovendi.”

Plasterk spreekt zichzelf bovendien tegen, stelt Tommel. “Hij wil ook experimenteren met graduate schools, en daarin krijgen universiteiten weer wel de ruimte voor bursalen.”

Universiteitenvereniging VSNU wilde niet op de brief van de minister reageren.

HOP