Regelgeving staat loopbaanbeleid in de weg

Body: 
Universiteiten gaan steeds meer op gewone werkgeverslijken. Beperkte de eerste universitaire cao zich twee jaar geledennog tot de secundaire arbeidsvoorwaarden, in de nieuwe ronde staatmeer op het spel. Hete hangijzers zijn de beschikbare loonruimte ende wens van de universiteiten om het keurslijf van deambtenarenstatus af te schudden. Met name die laatste wens stuit opweerstand bij het personeel. Aan het Utrechtse college- enVSNU-overlegdelegatielid Lieteke van Vucht Tijssen de vraag wat deuniversiteiten nu precies voor ogen staat.

U wilt af van de ambtenarenstatus. Volgens de bonden is datvooral om slecht functionerende medewerkers gemakkelijker te kunnenontslaan.

"Dat is echt onzin. Dat wij over wensen te stappen opprivaatrechterlijke arbeidsovereenkomsten komt omdat wij af willenvan de huidige strikte regelgeving. Wij willen met onzepersoneelsleden afspraken op maat kunnen maken, alleen zo kunne weeen kwalitatief goed personeelsbeleid voeren.

"Een groot probleem vormen op dit moment de wel heel erg rigideaanstellingsmogelijkheden. Volgens de huidige spelregels kun jeiemand eigenlijk alleen vast in dienst nemen of tijdelijkaanstellen met een maximum van drie of vijf jaar. Wij zouden daarveel flexibeler mee om willen gaan. Ook voor de medewerkers zelfzou dat trouwens wel eens gunstig kunnen uitpakken. Denkt u maareens aan de positie van de analisten. Die hebben - als gevolg vande door de bonden bepleite regelgeving - tegenwoordig na drie jaarrecht op een vaste aanstelling. Maar omdat je nooit zeker bent ofer voldoende nieuwe projecten zullen worden binnengehaald, is ervaak geen geld voor zo'n vaste aanstelling. Gevolg is dat we alverschillende analisten hebben moeten laten gaan, ondanks dat zijzelf niet weg wilden en dat wij ze niet kwijt wilden."

Maar in de praktijk zal die flexibiliteit toch met zichmeebrengen dat de rechtszekerheid voor veel medewerkers kleinerwordt?

"Wie zo redeneert, gaat er vanuit dat wij er op uit zijn omminder goed functionerende mensen zo snel mogelijk te lozen. Wijwillen juist een beleid waarin de loopbaan van mensen meer centraalkomt te staan. Vanwege de rigide regelgeving komt het beleid op ditmoment onvoldoende van de grond. Gevolg is, dat mensen als zij nietmeer zo goed mee kunnen komen, dat vaak ontdekken op het moment datzij vastlopen. Meestal is het dan te laat om ze nog te helpen hunloopbaan in een andererichting voort te zetten. Wij willen toe naareen beleid waarin veel duidelijker en eerder feed-back wordtgegeven over het functioneren van medewerkers en van huntoekomstmogelijkheden bij de UU. Dat geeft hen de kans om als datnodig is tijdig tot een heroriëntatie in de loopbaan tebesluiten, waarbij we ze uiteraard op alle mogelijke manierenzullen helpen en begeleiden."

Maar dat kan nu toch ook al? In Utrecht zijn we druk bezigmet zaken als WP-flow en functioneringsgesprekken. Voor een betereloopbaanbegeleiding is toch ook binnen de ambtenarenstatusvoldoende ruimte?

"Dat is wel zo, maar toch komt het te vaak voor dat mensenvastlopen. Nu kunnen we eigenlijk alleen kiezen tussen honderdprocent vast en honderd procent tijdelijk aanstellen. Dat motiveertniet om vroegtijdig in te grijpen als dat nodig zou zijn. Maarnogmaals, het gaat er echt niet om dat we niet functionerendemensen gemakkelijker overboord willen gooien. Alsof dat in eenprivaatrechtelijke arbeidsverhouding trouwens zo gemakkelijk zouzijn."

Het is wel gemakkelijker.

"Dat staat nog te bezien. Ook in het bedrijfsleven kun je mensenniet zo maar op straat zetten. In Nederland is het ontslagrechtheel fatsoenlijk geregeld. En de vakbonden zijn er ook nog. In decao kunnen toch afspraken over ontslaggronden worden gemaakt? Maareerlijk gezegd vind ik het jammer dat de nadruk in de discussiedaar zo sterk op wordt gelegd. Alsof wij alleen maar bezig zijn derechten van ons personeel te verkwanselen. Persoonlijk vind ik hetveel interessanter dat wij proberen te komen tot afspraken overzaken als de doorstroom van vrouwen naar hogere functies, deinstroom van jong talent, adv- dagen enbeloningsdifferentiatie.

Daarom had ik ook wat moeite met de column van Peter van Buurenin het U-blad waarin hij zei dat hij de ambtenarenstatus verkiestomdat de gang naar de ambtenarenrechter gratis is, terwijl bij dekantonrechter een dure advocaat in de arm moet worden genomen. Inde eerste plaats hebben vakbondsleden recht op juridische bijstanden anders kan men altijd een rechtsbijstandsverzekering afsluiten.Maar hoofdzaak is dat ik helemaal niet op die manier wil denken. Ikwil toe naar een kwalitatief beter personeelsbeleid en ik denk dathet privaatrecht mij daarvoor meer mogelijkheden geeft."


Wel of niet privaatrecht

De universitaire werkgevers hebben in hun 'nota vaninzet' gekozen voor de overgang van publiek- naar privaatrecht.. Debonden geloven dat de medewerker van zijn laatste stukjerechtzekerheid beroofd wordt en het gemakkelijker wordt ompersoneel te ontslaan. Hoe belangrijk is de ambtenarenstatus?Waarom willen de universiteiten die afschaffen? Wat blijft er vande rechten over?

Alle beroepsmogelijkheden voor de ambtenaar zijn ooit in hetleven geroepen om hem als publieke werknemer te beschermen tegen dewerkgever/wetgever. De toekenning van bezwaar-beroepsmogelijkhedentegen (bijna) alle besluiten van de werkgever had tot doel eenevenwicht te scheppen in de machtsverhoudingen. Enerzijds deeenzijdig aangestelde werknemer met een uitgebreid en bijnaonbeperkt recht op bezwaar en beroep, anderszijds dewerkgever/wetgever.

De overheid heeft per 1 januari 1999 het volledigewerkgeverschap overgedragen aan de universiteiten. Hierdoor is ergeen vermenging meer van werkgever - wetgever.

Werkgevers onderhandelen nu met bonden over de collectievearbeidsvoorwaarden en willen met hun werknemers de individuelearbeidsvoorwaarden overeenkomen. Geen eenzijdige aanstellingenmeer, maar tweezijdige arbeidsovereenkomsten. Door de gewijzigdeverhoudingen verdwijnt het eenzijdige recht op aanstelling en demogelijkheid tot eenzijdige wijziging in arbeidsvoorwaarden. Heteenzijdige recht van de werknemer om in beroep te gaan wordtdaarbij vervangen door het recht om arbeidsvoorwaarden overeen tekomen. Daarbij past het dat beide partijen in geval van geschillende mogelijkheid hebben voor een beslissende rechtsgang, al dan nietvia een toetsing van contractpartijen op lokaal ofbedrijfstakniveau.

Bij de overgang van publiek- naar privaatrecht heeft deuniversitaire medewerker niet langer te maken met een werkgever dieook wetgever is. Dit is vergelijkbaar met andere bedrijfstakken inons land. De VSNU plaatst hier één kanttekening bij:"universiteiten zijn in hoge mate organisaties waarinhooggeschoolde mensen met eigen verantwoordelijkheden werken. Bijzo'n organisatie van professionals past een gelijkwaardigeverhouding tussen werkgever en werknemer en dat is in feite decultuuromslag die de inzet vormt van de VSNU."