'Respect dwing je niet af door rang of stand, maar door je manier van handelen'

Body: 
Een 'aarzelende' prins Pieter-Christiaan haalt inUtrecht zijn meesterbul:

'Respect dwing je niet af door rang of stand, maar door jemanier van handelen'

"Aanvankelijk had ik niet zoveel zin om rechten tegaan studeren; iedereen in mijn omgeving deed dat al." Z.H. PrinsPieter-Christiaan van Oranje, zoon van prinses Margriet en mr.Pieter van Vollenhoven, voelt er weinig voor om platgetreden padente bewandelen. Niettemin sleepte deze neef van onze koninginafgelopen maandag in Utrecht de meestertitel in de wacht.

De buluitreiking vond plaats in de besloten kring van defamilie. Drie fotografen mochten erbij zijn, waaronder eentje vanhet U-blad. En alleen aan het U-blad werd een interview met dejonge meester in de Rechten vergund. Dat vond plaats in derectorskamer van het Academiegebouw. Een medewerker van deRijksvoorlichtingsdienst woonde het gesprek bij.

De weerzin tegen platgetreden paden en de behoefte om "eenbeetje te pionieren" heeft Pieter-Christiaan ("zeg maar jij") ooknaar Utrecht gebracht. "Mijn vader heeft in Leiden gestudeerd; mijnbroertjes in Groningen. Die stad kende ik goed; ik ben er vaak bijhen op bezoek geweest. Prima stad! Maar ik wilde toch iets anders.Toen bleek dat goede vrienden van mij, nog uit mijn middelbareschooltijd in Apeldoorn, in Utrecht studeerden, heb ikóók voor die stad gekozen. Temeer daar de rechtenstudiehier als goed stond aangeschreven."

Maar eerst moest de twijfel overwonnen worden. "Toen ik net vanschool kwam wilde ik nog niet studeren. Ik wist ook nog niet wat:al die universiteiten en studies staan voor je open. Ver terug, opschool, had ik wel eens Biologie overwogen, maar uiteindelijk wasik na mijn eindexamen toch onvoldoende georiënteerd op wat ikwilde gaan doen. Tegelijkertijd had ik wél een bepaalde hangom in militiaire dienst te gaan. Dat is de Koninklijke Marechausseegeworden, en daarvan heb ik nooit spijt gehad. Het is zo'nprachtige tijd geweest, dat ik nog voor enkele maanden hebbijgetekend. Daar ben ik ook met militair recht in aanrakinggekomen - omdat de Marechaussee zich met politiewerk bezighoudt -,en dat was net dat zetje dat ik kennelijk nodig had voor mijnstudiekeuze.

"Ik vond de diensttijd mooi", vervolgt de prins die voor degelegenheid een oranje stropdas heeft aangetrokken. "Een beetje'afzien', dat ligt mij wel. Je komt er als jonge knul binnen, endan krijg je met tamelijk harde handeen goede en zeer doordachteopleiding. Ik heb het er als jongste van de officieren in opleidingniet gemakkelijk gehad; die dienstplichtigen wisten je wel onderuitte halen. Maar na verloop van tijd stippel je een lijn uit hoe jeje ten opzichte van hen het beste kunt opstellen. Uiteindelijk hebik behoorlijk wat geleerd. 'Hoe bepaal ik mijn weg, hoe ga ik ommet mijn eigen discipline', dat soort dingen. Wat me uit diediensttijd is bijgebleven is dat je respect niet afdwingt door rangof stand, maar door je manier van handelen."

Hij liet zich na zijn dienstijd voor de zekerheid in Utrechtinschrijven als extraneus. "Ik wilde helemaal zeker zijn van diekeuze. Dus liet ik aan mijn studie een soort proeftijd voorafgaan."Intussen vertoeft hij zes jaar in de Domstad, en tot genoegen: "Destad is overzichtelijk en handzaam. Ook na mijn afstuderen zal ikvoorlopig in Utrecht blijven wonen."

Na een tijd gewoond te hebben in een huis van het UtrechtsStudenten Corps heeft de prins nu een eigen apartement betrokken."In het Corpshuis heb ik een leuke tijd gehad. Het is eenintensieve manier van wonen die ook nogal wat discipline van jevraagt. Ik ben daar pas sedert een half jaar weg. Gelukkig heb ikeen appartement gevonden, want dat is niet gemakkelijk inUtrecht."

De band met de stad blijkt ook een sportieve te zijn;Pieter-Christiaan zei het al: hij houdt wel van een beetje afzien."Ik heb hier vooral hard gelopen: anderhalve marathon bijvoorbeeld,of de Pheidippidesloop en de Amnesty Internationalloop. En ik hebik Utrecht veel gefietst toen ik een bijbaantje had als brugwachterbij de Gemeente-reinigingsdienst, samen met nog wat andere jongens.Dat was op en neer pendelen tussen de Vondelbrug, de Rooie brug, deWeerdsluis en de Bartholomeusbrug om ze te openen voor hetwaterverkeer in de zomermaanden, in de periodes dat de vastebrugwachters vrij waren. Dat heb ik één jaar gedaan, metweken waarin ik wel vier dagen dienst had."

Pieter-Christiaan die zichzelf niet als uitgesproken 'studiebol'neerzet, is afgestudeerd in twee richtingen: economisch publiek- enbedrijfsrecht en privaatrecht. "Ik moest echt op gang komen. Aanhet begin van mijn studie waren het toch vaak magere zesjes. Hetwas meer 'een vak proberen te halen' dan echt te willen leren. Maarlater werden dat zevens of achten. Ik heb in het begin beslist eenbeetje laks gestudeerd, ging pas twee weken voor een tentamen aande slag. Maar dat had ook te maken met de massaliteit van derechtenstudie; dat schijnt nu trouwens beter te zijn dan toen ikbegon. Later in de studie hoop je wat meer diepgang te bereiken.Dan is de bereidheid om je tanden eens flink in een vak te zettengroter."

Zijn afstudeeronderwerp gaat over aansprakelijkheid in hetloodswezen. "De scriptie is, zoals dat heet, 'streng dochrechtvaardig' door twee hoogleraren nagekeken. Ik had weinigschrijfervaring want die doe je binnen een Rechtenstudie maarmondjesmaat op, maar toch is het schrijven van die scriptie me vanbegin af aan gemakkelijk afgegaan. In vier maanden tijd heb ik datproject afgerond, ook al moest ik behoorlijk in de literatuurspitten om voldoende verhaal te verzamelen.

"Op het 'loodswezen' ben ik gekomen via een oom van vaderskant,een echte Rotterdammer waarmee ik een keertje op een boottochtjeover loodsen kwam te spreken. Toen dacht ik meteen: dat is mijnonderwerp!"

Nooit overwogen iets met dat schrijven te doen, als het hem zogemakkelijk afgaat? "Ik vond het leuk om te doen, maar ik ben geenbriljant schrijver", zegt Pieter-Christiaan. "Veel meer dan watcorrespondentie komt er niet van. En het zou een radicalebeslissing zijn om voor mezelf te gaan schrijven; ik denk niet datzich dat goed laat combineren met een functie in hetbedrijfsleven."

Ondanks het feit dat de studie aanvankelijk minder soepelverliep dan in latere jaren, is de prins toch uitgerekend in hetpropedeusejaar 'nominaal' blijven lopen; daarna is er enigevertraging opgetreden, zodat hij uiteindelijk toch nog zes jaarover de studie gedaan heeft. "Ik heb er na dat eerste jaar de remop gegooid", zegt hij. "Ik vond dat mijn sociale leven ook aan bodmoest komen. En daar heb ik nooit spijt van gehad.

"Ik heb aan de dingen die ik naast mijn studie heb gedaan veelplezier beleefd. Het is natuurlijk moeilijk om tegenleeftijdgenoten te zeggen wat ze zouden moeten doen, om tips tegeven. Maar ik denk wel: als je er de gelegenheid voor hebt, doewat naast je studie, zorg dat je ook sociaal tot ontwikkeling kuntkomen."

Voor Pieter-Christiaan was die sociale context vooral het USC ende sport: hardlopen, boksen en hockey bij Kampong.

"Ik ben lid geweest van de symposium-commissie van het Corps envan de Studentenweerbaarheid", vertelt Pieter-Christiaan, die hethele gesprek al uiterst gewillig is, maar nu opeens echt geanimeerdraakt. "Maar ik heb vooral enorm veel tijd gesleten in deWoolloomooloo, als dj. Toen ik nog op de middelbare school zat hebik al in een drive-in gewerkt, en die hobby is een beetje uit dehand gelopen. Ook in Scala heb ik plaatjes gedraaid. Het curieuzeis dat wat je zelf echt leuke muziek vindt - in mijn gevalclubmuziek bijvoorbeeld -, per definitie gedateerd is. Dat draai jedus niet op zo'n avond.

"En laat ik nu voor eens en voor altijd een oude mythe de werelduit helpen. Mijn muzikale kwaliteiten liggen vooral in het draaienmaar niet in hetzelf musiceren. Ik word al jaren achtervolgd doorverhalen als zou ik saxofoon spelen. Maar dat heb ik zegge enschrijven in Utrecht één jaar gedaan. Je huisgenotenworden er gek van en je moet al in een band spelen om het leuk teblijven vinden. Dus: ik speel géén sax! Mijn instrumentligt onder een dikke laag stof."

De Studentenweerbaarheid, waarvan de prins ook lid is, geeft delaatste jaren acte de présence in Den Haag op Prinsjesdag.Heeft Pieter-Christiaan ook langs de weg in vol ornaat in het gelidgestaan toen zijn tante Beatrix én zijn ouders in hun koetsenvoorbijreden? "Ik was commandant bij de Studentenweerbaarheid enheb daar inderdaad langs de kant gestaan. Als commandant moest ikdie jongens opleiden in het excerceren. Ik beschouw het als eenverdienste dat ik mede heb kunnen bewerkstelligen dat het USC daarnu staat. Traditiegetrouw mochten alleen jongens uit Holland deerewacht vormen, dus toen zijn wij een lobby begonnen om Utrecht eróók bij te krijgen. En dat is gelukt."

Heeft de prins ooit nog een andere gezelligheidsverenigingoverwogen dan het Corps? "Nee, nooit", moet hij volmondig erkennen."Ik ben tijdens de introductie wel bij die andere verenigingenlangs geweest. Een mooie tijd trouwens: voor het eerst de grotewereld in, los van je ouders. Dat was een heel leerproces, waarbijdie introductie beslist een goede eerste opvang was. Maar ik wisthoe mijn broertjes het bij hun corpora gehad hebben, en dat wildeik ook. Ik weet wel dat het Corps hier en daar ter discussie staat.Maar ik heb het er leuk gehad, ik heb er veel mensen leren kennenmet verschillende achtergronden en verschillende studies. En bijdie mensen heb ik nooit zoiets ervaren als 'wij vinden ons te goedvoor anderen'. Het Corps is gewoon meegegaan met de tijd."

Wonen in een studentenhuis, een bijbaantje als brugwachter, lidvan het Corps, dj in Scala en hardlopen in Amelisweerd... hetklinkt allemaal als zo'n 'gewoon' studentenleven. Heeft de prinsgeen last gehad van zijn afkomst? In het relatief kleine gezelschapdat een universitaire gemeenschap is, moet het toch lastig zijn omals 'bekende Nederlander' te boek te staan.

"Je staat altijd in de belangstelling en dat heeft meer na- danvoordelen. Dat kan ik niet ontkennen", zegt Pieter-Christiaan."Toen ik de pech had dat er een journalist in de buurt was toen ikeen keertje uit mijn slof schoot op het Janskerkhof tegen dechauffeur van een ambulance stond dat de volgende dag meteen alsschandaaltje in de krant. Dat verhaal klopte helemaal niet, maar jehebt daar geen verweer tegen. In de studentenwereld echter slijtdie betekenis die aan je afkomst gehecht wordt gauw. Ze weten welwie je bent en je ziet ze ook wel kijken, in eenvoorstellingsrondjetijdens een werkcollege bijvoorbeeld, als je zegt dat jePieter-Christiaan van Oranje bent. Maar voor de meeste mensen benik geen 'bekende Nederlander' maar gewoon een student. Dat ze meherkennen op straat valt reuze mee, en ik heb ook nog nooitfotografen voor mijn voordeur geposteerd gezien."

Er vindt dan weliswaar een zekere bewaking plaats, maar diebestaat niet uit mannen in regenjassen met oordopjes in dieconstant rondom de prins heen drentelen. Waar die bewaking dan weluit bestaat, daar gaat de prins - uit veiligheidsoverwegingen -niet op in.

"Ik ben nu vooral bezig me te oriënteren op de toekomst",vervolgt Pieter-Christiaan het gesprek. "Ik loop stage op dejuridische afdeling van een bank in Amsterdam. Ik heb besloten toteen stage omdat ik eerst wil weten of ik een baan in hetbedrijfsleven wil, of toch liever in een advocatenpraktijk. Datmoet je zelf uitzoeken, want aan de universiteit heerst niet detraditie om al volop bezig te zijn met wat je na je studie zoukunnen. Er wordt wel wat georganiseerd, ook door studentenclubszoals de JSVU of Aiesec, maar de animo voor dergelijke activiteitenkomt meestal pas op gang als je wat verder bent.

"Ik heb dat altijd als een probleem ervaren: je hebt zoveelmogelijkheden, je kunt zoveel dingen doen. Dan moet je echt heelexpliciet voor jezelf bepalen wat je nu precies wilt gaan doen.

"Die stage is druk, een echte van 8 tot 5-baan. En je merkt datje nog zoveel moet leren. Werken is, vergeleken bij studeren, echtiets anders. Het is nog te vroeg om te zeggen 'de studietijd was demooiste tijd van mijn leven'; mijn diensttijd was ook heel goed enhet werken zal me ook wel bevallen. Maar die studententijd, die hadik beslist niet willen missen!"

Armand Heijnen


Piecie

Op 22 maart 1972 komt in Nijmegen Pieter-Christiaan van Oranjeter wereld, de derde zoon van prinses Margriet en Pieter vanVollenhoven. Hij heeft op dat moment twee oudere broertjes, Maurits(1968) en Bernhard jr. (1969). Drie jaar later komt daar nog eenbroertje bij: Floris.

Pieter-Christiaan is ruim vijf maanden als hij wordt gedoopt.Dat gebeurt in zijn woonplaats Apeldoorn tijdens een normalezondagse dienst van de Hervormde Gemeente. Samen met het prinsjeworden nog zes andere baby's gedoopt.

Het is dus een gewone ceremonie, maar met een ongewoon tintje.Zo istante Beatrix, op dat monent nog kroonprinses, éénvan de peten. Tot de gasten die speciaal voor hem in de kerkaanwezig zijn, behoren verder nog onder meer zijn grootouderskoningin Juliana en prins Bernhard.

Het lijkt typerend voor het verdere leven van prinsPieter-Christiaan: een gewone jongen in een ongewone omgeving. Hijis een van de minder opvallende prinsen. Pieter-Christiaan, in dewandeling PC ('Piecie') genoemd, treedt weinig in de publiciteit.Eigenlijk is hij alleen te zien op Koninginnedag; eerst rondom omaJuliana op het bordes van paleis Soestdijk, later met zijn oudersen broers het land in samen met het gezin van koningin Beatrix enprins Claus.

Ook de bladen weten in die jeugdjaren weinig meer over de prinste melden dan dat hij 'de lolbroek' is van de familie. PC gaat naarde lagere school in Apeldoorn en doorloopt het Stedelijk Gymnasiumaldaar. Nadat hij in 1990 zijn diploma behaalt, moetPieter-Christiaan in dienst. Hij krijgt eerst een opleiding bij hetOpleidingscentrum Koninklijke Marechaussee in Apeldoorn en wordtvervolgens in de rang van kornet pelotonscommandant bij het 104Marechaussee eskadron.

Zijn diensttijd bevalt de prins dermate goed dat hij besluit bijte tekenen. Als die extra periode er ook opzit, gaat hij in Utrechtrechten studeren. PC is daarmee een uitzondering: behalve zijntante Irene hebben geen Oranjes voor Utrecht gekozen. Zijn ouderebroers hebben in Groningen gestudeerd en zijn jongere broer zocht,evenals zijn neven Willem-Alexander en Constantijn en een reeksandere Oranjes, zijn heil in Leiden.

Pieter-Christiaan heeft vooraf over zijn studie gezegd: "Je moetdaar niet te lang over doen. Natuurlijk, het vergt discipline. Jeslaat eens een feest over of neemt een colaatje in plaats van eenbiertje." Uiteindelijk blijkt de realiteit weerbarstiger. De studieduurt langer dan gepland.

In Utrecht is PC meestentijds een onopvallende student. Slechtseen paar keer komt zijn naam in de pers: als de bewaking van demeeste prinsen wordt afgeschaft, wanneer hij als diskjockeyoptreedt in Scala en nadat hij ruzie zou hebben gemaakt metambulancepersoneel.

Volgens de officiële informatie van deRijksvoorlichtingsdienst is Pieter-Christiaan thans reservekapiteinbij het Wapen der Koninklijke Marechaussee en heeft hij alshobby's: musiceren, schilderen, hockey, zwemmen, duiken enhardlopen. De prins is momenteel de zevende in lijn vantroonsopvolging, na zijn neven Willem-Alexander, Friso enConstantijn, zijn moeder Margriet en zijn broers Maurits enBernhard jr.

Han van Bree