Rover, Mercedes en het poesje in Eilat

Body: 
Ik heb nu een beetje een laf NSB-gevoel. Alsof ik fout bengeweest in de oorlog. Ik heb namelijk mijn poezen latensteriliseren. Het laffe gevoel heb ik eens eerder gehad, toen ikmet een meisje op vakantie in Israël was. We kwamen in eenmoerassig gebied terecht, vlak buiten de stad Eilat. Ineens hoordenwe een zacht gepiep. Het was een jong poesje dat helemaal onder demodder zat en moe was. We aaiden het diertje en spraken hetbetuttelend toe. Ze huppelde daarop een hele tijd miauwend met onsmee. We overlegden wat te doen. De volgende dag zouden we terugvliegen naar Nederland, en je mag niet zomaar een poes meenemennaar Nederland. Dan moet je prikken halen bij een Israëlischedierenarts en een dierenvisum of zoiets. En daar hadden we geentijd voor. Een andere optie was om het diertje mee te smokkelen.Als je ze een half aspirientje geeft dan gaan ze slapen, en kan jeze in je tas meenemen. Dat hadden we wel eens gehoord. Maar ja, jebagage wordt nergens zo goed gecontroleerd als in Israël. Tochzouden we het kunnen proberen.



We hadden nog niet besloten wat te doen, toen er een groteloslopende herdershond hard in onze richting kwam lopen. Hij joeghet poesje het struikgewas in, en die kwam er niet meer uit. Wezijn zwijgend doorgelopen en hebben het diertje nooit meer gezien.Nog steeds voel ik me daar slecht over, en het meisje dat toen mijnvriendin was, die voelt dat ook, want dat weet ik. We hebben eenhulpeloos wezentje aan het lot overgelaten. Zo is het gewoon.

Nu draag ik dus weer schuld. Ik heb mijn poezen Rover enMercedes gisteren laten steriliseren. Het was alsof ze wisten water ging gebeuren. Nooit eerder hebben ze zo zitten miauwen enbrommen in hun draagkooitje. Ze hebben waarschijnlijk aan megemerkt dat er iets niet pluis was. Van de dierenarts moest ik dekatjes achterlaten in een soort dierengevangenis, met een gewondekip, een ziek konijn, een depressieve poes, een lusteloze kater eneen arme hond. Rover en Mercedes mochten niet samen in een kooi engescheiden van elkaar liet ik de arme beestjes achter.

Aangetast door Amerikaanse televisie en films, verbeeldde ik medat ze met elkaar zouden gaan praten zodra de deur gesloten was.Dat de kip zijn snavel moest houden van de oude doorgewinterdedierenartsdieren, die enge verhalen vertelden tegen de goedgelovigeRover en Mercedes. Over scherpe messen en boormachines, en dat zemisschien wel doormidden gezaagd zouden worden zodat van dedarmpjes een tennisracket gemaakt kon worden, voor de vrouw van dedierenarts.

Nu, een dag later, zijn de poezen weer thuis. Rover doet al eenbeetje normaal, maar Mercedes is stilletjes en somber. Dat haarbaasje dat heeft kunnen doen! Gelukkig kwam ze zojuist weer op mijnschoot liggen. Tochvalt het voor mezelf niet goed te praten, dat ikde moed heb om de diertjes het moederschap te ontzeggen. En waarom?Omdat iedereen het doet en omdat de dierenarts zegt dat het beteris. Dit schuldgevoel is echter niks vergeleken met dat over hetarme poesje in Israël. Ik hoop maar dat iemand anders wel degoede beslissing heeft genomen en het diertje heeft geadopteerd enniet gesteriliseerd, zodat ze een trotse moederpoes is geworden.Anders hoop ik dat het vermoeide beestje rust heeft gevonden in dedierenhemel.

Gerard Janssen