Studierendement allochtone studenten daalt

Body: 
Het percentage allochtone studenten dat binnen vier jaar afstudeert aan de UU neemt af. Dat blijkt uit een notitie van het college van bestuur waarin blijvende aandacht voor deze groep studenten wordt aangekondigd. De rapportage laat ook zien dat het aandeel nieuwe allochtone studenten niet stijgt.

In de notitie wordt weergegeven welk percentage van de bachelorstudenten van wie minimaal één van de ouders is geboren in een niet-westers land binnen vier jaar klaar is. Een vergelijking van studenten die begonnen in de jaren 2002, 2003 en 2004 laat zien dat dat aandeel daalde met 10 procent. Bij autochtone studenten nam het percentage in de onderzochte periode met slechts 2 procent af. Het onderlinge verschil in studiesucces tussen de twee groepen was gemiddeld 13 procent.

Overigens is de trend niet bij alle opleidingen aan te wijzen en zijn de aantallen niet-westerse studenten soms zeer beperkt. Allochtone studenten blijken bovendien niet eerder te stoppen met hun studie, ze doen er langer over.

Deze analyse kan de universiteit nu voor het eerst maken dankzij een koppeling van bestanden van de IB-Groep en de Gemeentelijke Basisadministratie. Hierdoor beschikt de instelling sinds enkele jaren over geanonimiseerde gegevens van allochtone studenten.

Het is nog te vroeg om een relatie te leggen tussen het afnemende studiesucces en de invoering van het bama-stelsel, zo stelt de notitie. Hoe de rendementscijfers zich verhouden tot andere universiteiten is ook nog niet bekend. Uit een recent rapport van de onderwijsinspectie blijkt dat de Utrechtse rechtenfaculteit een voorbeeldfunctie wordt toebedeeld. Daar is het rendementsverschil tussen autochtone en allochtone studenten met vijf procent relatief klein.

Het college van bestuur stelt nu voor om een vergelijkend onderzoek naar succesfactoren uit te voeren. Ook zou er een beperkt aantal pilots gericht op studiesucces moeten komen.

Daarnaast wordt gepleit voor een voortzetting van programma’s die allochtoon onderzoekstalent moeten stimuleren. Zo kent de UU sinds dit academisch jaar aparte studentassistentschappen voor deze groep.

Het college van bestuur heeft voor de uitvoering van de projecten 40.000 euro vrijgemaakt. Gehoopt wordt daarnaast op een bijdrage uit de subsidiepot van het sociaal fonds voor de kennissector Sofokles, Bovendien zal OC&W in 2011 projecten financieren gericht op verbetering van studiesucces van allochtonen.

De universiteit stopt met de voorlichtingsdag waarop ouders van allochtone studenten in de eigen taal werden geïnformeerd. De universitaire inspanningen om nieuwe allochtone studenten te werven, blijken vooralsnog weinig vruchten af te werpen. De instroom komt niet boven de acht procent uit, de Turkse en Marokkaanse studenten zijn daarbinnen sterk ondervertegenwoordigd.

De UU moet beter zicht krijgen op regionale middelbare scholen met vwo-opleidingen met een groot percentage allochtone scholieren, is de constatering. De voorlichting kan dan vooral op die scholen gericht worden.