"U bent helemaal niet feministisch"

Body: 
Nieuwe bijzonder hoogleraar juridischeVrouwenstudies

Prof.dr. Titia van Loenen is de tweede hoogleraarjuridische vrouwenstudies in Nederland. Ze houdt zich in hetbijzonder bezig met de toepassing van zorgethiek in het recht. "Eris geen sprake van een complot om vrouwen thuis te houden, maar hetrecht past zich wel erg langzaam aan aan veranderderolpatronen."

Goed, het is dan wel een onbezoldigde funktie voor een enkeledag in de week. Maar de juist geïnstalleerde bijzonderhoogleraar juridische vrouwenstudies Titia Loenen weigert zich eencalimero-complex te laten aanpraten. "Het is toch mooi dat Utrechthet vak belangrijk genoeg vond om daarvoor een bijzondere leerstoelin te stellen?"

Loenen noemt Utrecht koploper op het gebied van juridischevrouwenstudies. "Leiden heeft weliswaar ook een bijzondereleerstoel, maar Utrecht is de enige stad met twee volledigeformatieplaatsen." Sinds 1989 heeft de faculteit een universitairhoofddocent aangesteld. Kort daarop kwam er een plaats bij voor eenuniversitair docent. Begin jaren negentig werd de bijzondereleerstoel ingesteld.

Op 23 september jongstleden sprak Loenen haar inaugurele redeuit, waarmee ze de fakkel overnam van Jenny Goldschmidt. Nederlandheeft er daarmee een hoogleraar Juridische Vrouwenstudiesbijgekregen, want Goldschmidt bekleedde tot die tijd de leerstoelenin zowel Leiden als Utrecht.

Kostwinnersmodel

Juridische vrouwenstudies onderzoekt welke rol gender speelt inwetten en regels. Loenen: "Het recht lijkt objectief en neutraal.Maar als je beter kijkt, zie je dat het vaak gebaseerd is opmannelijke standaarden." Geroutineerd somt ze een lijstjevoorbeelden op. Het arbeidsrecht dat fulltime werknemers beterbeschermt dan deeltijdwerkers en waarvan vooral vrouwen lasthebben. Financiële regelingen die het onaantrekkelijk maken omals koppel beide in deeltijd te werken. De sociale zekerheid die insterke mate gebaseerd is op het kostwinnersmodel.

Loenen: "Als ik dat zo zeg, lijkt het of er een of andereduister complotachter zit, bedoeld om vrouwen thuis te houden. Maardat is natuurlijk niet zo. De wetten zijn gemaakt in een tijd datde rolverdeling tussen mannen en vrouwen heel vanzelfsprekend was.Maar het is op zijn minst opmerkelijk dat in een tijd dat derolverdeling tussen de seksen niet meer volgens die vaste patronenloopt, het recht zich zo langzaam aanpast."

Zorg is het thema van Loenen's oratie en een van de onderwerpenwaarmee ze zich als bijzonder hoogleraar wil bezig houden. "Zorgvoor anderen is een kenmerk van de meeste vrouwenlevens. Enzorgarbeid is typisch iets wat slecht beschermd wordt door de wet.Stel een vrouw kiest ervoor om een aantal jaren te stoppen metbetaalde arbeid om voor de kinderen te zorgen. En in die tijdkrijgt ze een ongeluk en raakt arbeidsongeschikt. Een uitkeringwordt gebaseerd op het laatst verdiende loon. Maar omdat ze op datmoment geen loon krijgt, heeft ze voor de rest van haar leven geenrecht op een uitkering. Terwijl ze niet meer in staat is ombetaalde arbeid te zoeken. Slechts weinig vrouwen zijn zich bewustvan dit risico op het moment dat ze tijdelijk stoppen metwerken."

Op meer abstract niveau breekt Loenen een lans voor zorgethiekin het recht. Loenen: "Simpel gezegd betekent dit, dat je hetindividu niet langer ziet als een op zichzelf staand persoon met inde eerste plaats rechten. Dat is namelijk het uitgangspunt vanrechtenethiek. Over plichten en verantwoordelijkheden wordt pasgesproken als jouw rechten in konflikt komen met de vrijheid en derechten van anderen. Zorgethiek redeneert juist vanuit de gedachte:je bent niet een afzonderlijk persoon, maar je kan alleen bestaanin de relatie tot anderen. En voor die anderen heb jeverantwoordelijkheid en zorg. Die wegen even zwaar als de rechtendie je zelf hebt."

Het voorbeeld dat Loenen tijdens haar oratie geeft om de theorieconcreet te maken, kiest ze uit het familierecht. Samen metmensenrechten is dat één van de onderwerpen waarmee zezich in het bijzonder bezig houdt.

Als een echtpaar dat getrouwd is op huwelijks voorwaarden gaatscheiden, pakt dat slecht uit voor de huishoudelijke partij,meestal de vrouw dus. Het doen van het huishouden en het zorgenvoor de kinderen levert de vrouw geen geld op. En na een scheidingblijft ze met lege handen achter. Het recht redeneert dan, dat manen vrouw de overeenkomst vrijwillig en bij volle verstand zijnovereengekomen. En dat de man bij scheiding niet hoeft tecompenseren voor de jaren van gratis huishoudelijke zorg.

Maar als je vanuit de zorgethiek kijkt, kun je zeggen: man envrouw hebben tijdens hun huwelijk samen een taakverdelingafgesproken en droegen verantwoordelijkheid voor elkaar. Ook alszo'n specifieke relatie beëindigd wordt, hebben zijverantwoordelijkheid voor elkaars noden en belangen.Als de gemaakteafspraken tot een onrechtvaardige uitkomst leidt voor in dit gevalde vrouw, dan zou het recht een beroep op de redelijkheid enbillijkheid moeten honoreren. En de belangen van de vrouw boven dehuwelijkse voorwaarden stellen.

Loenen: "Het is niet zo dat je de wetgeving totaal wilveranderen. Je zoekt naar een beter evenwicht, dat voor vrouwenrechtvaardiger uitpakt dan nu het geval is. En dat meer recht doetaan de waarde van zorgarbeid."

Heeft een wetenschapper zoveel invloed? Loenen: "Het veranderenvan wetgeving is niet de taak van een academicus. In de eersteplaats houd je je bezig met de analyse. Over de vraag: wat wil jemet de uitkomsten doen, ga je de discussie aan. Natuurlijk hoop ikvia publicaties en tijdens studiemiddagen waar politici enwetenschappers elkaar ontmoeten invloed uit te oefenen op depolitici die over deze zaken beslissen."

Het klinkt minder strijdbaar dan je van een hoogleraarvrouwenstudies zou verwachten. Loenen: "Kijk, ik ben zelf echtvanuit de wetenschap geïnteresseerd geraakt in vrouwenstudies.En niet, zoals veel van mijn wat oudere collega's, vanuit devrouwenbeweging. Met mijn veertig jaar hoor ik wellicht net tot demeer geprivilegeerde generatie voor wie de gelijke rechten voormannen en vrouwen toch al vrij vanzelfsprekend geweest zijn. Paslater ben ik me bewust geworden dat de samenleving en het rechthelemaal niet zo sekseneutraal zijn."

Haar colleges worden vooral door vrouwen gevolgd, al zitten ermeestal wel één of twee mannen in de zaal. Opvallendervindt ze het wantrouwen dat haar bij een eerste college nogal eenstegemoet straalt. "Er is een bepaalde beeldvorming overvrouwenstudies en daar moet je door heen. Ik heb al een paar keermeegemaakt dat studenten aan het eind van een college naar me toekwamen en zeiden: 'U bent helemaal niet feministisch.' En datbedoelden ze als een compliment. Wat er dus gebeurt, is dat zijniet hun beeld bijstellen van wat feminisme is, maar mij er buitenplaatsen zodat hun beeld in stand kan blijven. Dat is natuurlijkheel frustrerend. Want kennelijk willen zij niet zien dat hetfeminisme een heleboel variaties kent. En dat feministen heelgenuanceerd kunnen zijn."

Niet alleen studenten hebben last van een vastgeroestebeeldvorming rond vrouwenstudies en feminisme. Dat geldt ook voorsommige collega's op de juridische faculteit. Loenen: "Dat isjammer, want vrouw en recht gaat iedereen aan. Het gaat net zo goedover mànnen. Iedereen heeft er in hetdagelijks leven mee temaken. Juridische vrouwenstudies moet geen eilandje blijven,geïsoleerd van de rest."

Karin Alberts

Prof.dr. Titia van Loenen: "Juridische Vrouwenstudies moet geeneilandje blijven."