Verzet tegen apartheid kwam schoorvoetend van de grond

Body: 
Proefschrift beschrijft Nederlandse opstelling tenopzichte van Zuid-Afrika

Eén maal heeft een groep lezers een actieondernomen tegen het U-blad. Toen de redactie eind jaren tachtig,na hoog oplopende interne discussies besloot om tóch eenadvertentie van Shell toe te staan - juist in een tijd dat iederpolitiek-correct denkend mens geacht werd Shell te boycottenvanwege haar betrokkenheid in Zuid-Afrika - werd de totale oplagevan het U-blad van die week vóór de deur van de redactiegedumpt. Het is één van de vele voorbeelden van verhittegemoederen wanneer apartheid ter sprake kwam.

Het is de periode n' Soweto - juni 1976 - toen duizendenscholieren een protestmars hielden tegen het voornemen van deZuidafrikaanse regering om het Afrikaans als onderwijstaal teverplichten. De politie opende het vuur en een geweldsexplosie, metzeker 600 doden in het hele land, was het gevolg. Soweto bracht hetinternationale protest tegen de apartheid in een stroomversnelling.In ieder geval in Nederland.

Zo werd, om nog maar eens een universitair voorbeeld te noemen,begin 1979 een beeldje van Paul Krüger - die door blankZuid-Afrika als 'heldhaftig voorbeeld' werd beschouwd - en dat inde Senaatszaal in het Academiegebouw een plekje had gekregen, doorstudenten 'gekidnapt'. Ze wilden het alleen teruggeven als deuniversiteit zich verplichtte het symbool van zwart verzet, een'Makonde'-beeldje, eveneens in de Senaatszaal te plaatsen. Watprecies één jaar later gebeurde, waarna Krüger oogin oog stond met deze personificatie van debevrijdingsbeweging.

De relatie van Nederland met Zuid-Afrika is altijd eenbijzondere geweest. 'Stam- en taalverwantschap' lagen daaraan tengrondslag. Vanwege de gemeenschappelijke 'roots' meendenNederlanders aanvankelijk (eind jaren vijftig, begin jaren zestig)zich niet al te hard te moeten opstellen tegenover de door blankeZuidafrikaners gebezigde rassenpolitiek. Later echter (jarenzestig, mede als gevolg van het bloedbad van Sharpeville) zagen zijer juist reden in om hun blanke broeders op andere gedachten tebrengen, danwel - in de jaren zeventig - om heel actief tegen deapartheid te gaan ageren. Dat blijkt uit het proefschrift 'VanSharpeville tot Soweto' waarop historicus Stefan de Boer op 7 meipromoveerde.

De Boer bespreekt de periode na Sharpeville en vóórSoweto, de periode waarin een Nederlandse actieve opstelling tegenapartheid voorzichtigvorm kreeg. Niet dat Nederland dierassendiscriminatie ooit heeft goedgekeurd; maar een actief verzetertegen kwam slechts schoorvoetend van de grond.

Boeren

De stamverwantschap gaat terug op de Nederlander Jan vanRiebeeck die in 1652 voet aan Zuidafrikaanse bodem zette om er, inopdracht van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, een'verversingspost' te realiseren voor de schepen die koers zettennaar de Nederlandse kolonie Oost-Indië. De Nederlanders,Duitsers en Fransen die zich vervolgens op Kaap de Goede Hoopvestigden werden Boeren genoemd. Ze spraken het Afrikaans, eensterk op het Nederlands gelijkende taal. Al in de achttiende eeuwontstonden er confrontaties tussen deze Boeren en de zwarteBantoesprekende bevolkingsgroepen, zoals de Xhosa.

In Nederland lag de sympathie aanvankelijk bij deoorspronkelijke bevolking. Midden negentiende eeuw werden de Boerenals domme en wrede slavenhouders neergezet. Groen van Prinstererbijvoorbeeld, de grondlegger van de Antirevolutionaire Partij,sprak zijn zorg uit over het "onregt en de wreedheden, door deBoeren tegen de inboorlingen gepleegd". De stamverwantschap gafeerder aanleiding tot schaamte dan tot trots.

Dat beeld sloeg om toen de Boeren in de tweede helft van devorige eeuw ten strijde trokken tegen de Engelse kolonialisten enmet name Boerenpresident Paul Krüger destamverwantschapssentimenten goed wist uit te buiten. DuizendenNederlanders, van alle rangen en confessies, juichten hem toe toenhij in 1881 een bezoek bracht aan onder meer Den Haag, Amsterdam enRotterdam. De beschuldiging van slavernij verstomde, of werdgladgestreken met in die tijd heersende opvattingen over desuperioriteit van het blanke ras.

Apartheid

De 'Nasionale Party' die in 1948 in Zuid-Afrika aan de machtkwam maakte van apartheid (een Nederlands woord nota bene)officieel beleid. Zij vaardigde de ene na de andere wet uit,waarmee de rassenscheiding krachtig werd doorgevoerd: een wet opgemengde huwelijken, een 'ontuchtwet' over gemengd seksueelverkeer, een bevolkingsregistratiewet, segregatie in openbaregelegenheden en op universiteiten en een groepsgebiedenwet dieuitmondde in wat de 'thuislanden' is gaan heten, economischonderontwikkelde reservaten waarnaar meer dan één miljoenmensen gedeporteerd werden.

Het zou echter tot de jaren zeventig duren, toen het'gidsland-idee'postvatte, alvorens Nederland een krachtig vingertjehief tegen deze apartheid. Die eerste na-oorlogse jaren stonden tezeer in het teken van vrede, veiligheid, wederopbouw en kolonialebeslommeringen met Nederlands Indië. Bovendien werd in sommigekringen in Nederland het zwarte verzet geassocieerd met hetcommunistisch gevaar, of geloofde men er zelfs in dat hetapartheidsbeleid een adequate manier was om de bevolkingsperikelenwaarmee Zuid-Afrika kampte het hoofd te bieden.

Verzet tegen apartheid was in de door De Boer beschreven periode1960 - 1977 vooral afkomstig van kerken, actiegroepen, enkeleparlementariërs of van sommige media (steeds natuurlijk metuitzondering van de Telegraaf), en niet of nauwelijks vanverantwoordelijke bewindslieden. Er was altijd wel een reden op tevoeren om zich als regering 'gematigd' op te stellen - ook al werdapartheid op morele of religieuze gronden als verwerpelijkbeschouwd. Eén van de eerste, wat grootschaligere acties tegende apartheid betrof de consumentenboycot van Outspan-sinaasappelsin 1964. De actie (met het gruwelijke beeldmerk van een negerhoofdop een citruspers) kreeg enige aandacht in de pers. Onder meerPvdA, PSP (de pacifistisch-socialistische partij),jongerengroeperingen en de vakbond NVV betuigden hun adhesie.Ongeveer in diezelfde tijd ontstond ook de werkgroep Kairos, dieeen grote rol zou gaan spelen bij het uitoefenen van druk opregering en bedrijfsleven (de reeds genoemde, omvangrijkeShell-boycott vanaf 1973 met name) én bij de mobilisatie vande publieke opinie tegen apartheid.

Maar de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, Josef Luns,maakte zich er vooral ongerust over dat dit soort acties de goedebetrekkingen met Pretoria konden verstoren. En daar hadden KLM,Philips of Shell weer geen baat bij. In VN verband, waar opinitiatief van Afrikaanse of Aziatische landen regelmatigresoluties tegen het apartheidsregime ter sprake kwamen, namNederland een positie in het midden in door zich van stemming teonthouden, terwijl verschillende andere westerse landen juistvóór stemden.

Het zou tot begin jaren zeventig duren alvorens er een kabinetaantrad (Den Uyl) dat zich iets explicieter tegen de apartheid gingkeren. Doordat drie humanitair geïnspireerdesociaal-democraten buitenland-posten in dit kabinet bekleedden(Pronk op Ontwikkelingssamenwerking, Van der Stoel op BuitenlandseZaken en Den Uyl op Algemene Zaken), kon aan het 'gidsland'-conceptenige inhoud worden gegeven. Officiële bezoeken aanZuid-Afrika werden afgezegd, er werd nu wel vóóranti-apartheidsresoluties in de VN gestemd, Nederlandseanti-apartheidsorganisaties kregen subsidie,Zuid-Afrikaansebevrijdingsbewegingen kregen ontwikkelingshulp...Maar het ging ook dit kabinet te ver om Zuiid-Afrika te isoleren ofom investeringen stop te zetten. Daarvoor was de verdeeldheidbinnen het kabinet - en zelfs binnen de PvdA, waarin minister vanFinanciën Duisenberg bijvoorbeeld een matigende invloeduitoefende - te groot.

Het zou tot 'Soweto' duren alvorens naast kerken, actiegroepen,vakbonden, media en parlementariërs ook kabinetten (Van Agt enLubbers) en ministeries zich actiever anti-apartheid gingenopstellen. Hoewel nog steeds niet altijd van harte; maar de drukvan de actiegroepen was zo groot, dat deze regeringen niet om eenolie- en kolenboycot, een culturele en een sportieve boycot heenkonden.

Het Nederlandse opgeheven vingertje zal vast een rolletje hebbengespeeld bij het beëindigen van het apartheidsregime en bij devrijlating en presidentsverkiezing van Nelson Mandela. "Nederlandsesancties en kritiek hebben een 'speciaal effect' gehad", zei delaatste blanke, hervormingsgezinde president De Klerk bij eenbezoek aan Nederland in 1990. Maar misschien is bescheidenheidtóch gepast: De Klerk heeft vast een beleefdheidsformulegebezigd.

Armand Heijnen