In vochtige duinen bloeit de parnassia

Body: 
Drie jaar lang bracht promovenda Doesjka Ertsen devegetatie van Noord-Holland in kaart. Resultaat van datmonnikenwerk is een statistisch model waarmee beleidsmakersnauwkeurig kunnen voorspellen welke gevolgen ingrepen in hetlandschap zullen hebben op de plantenrijkdom.

Aanleiding voor het onderzoek van Ertsen was een verzoek van deprovincie Noord-Holland. Die bezat al wel een goed werkend modelvoor het oppervlaktewater, maar miste een model dat kon voorspellenwat het gevolg van bepaalde maatregelen zou zijn voor de vegetatiein gras- en rietlanden, laagveenmoerassen en duinvalleien. Ertsennam de uitdaging aan en koos voor de constructie van een inhoofdzaak statistisch model.

Om dat model te kunnen baseren op zo realistisch mogelijkeuitgangspunten, selecteerde Ertsen 524 onderzoekslokaties van elktien vierkante meter. Van elke plek maakte zij met eindeloos geduldeen minitieus 'portret' van alle daar aanwezige planten, debodemsoort, de grondwaterstand en ruim veertig andere variabelen.Resultaat was een enorme data-base vol gegevens, op basis waarvanErtsen met statistische technieken een wiskundig model componeerde.In dat model is de relatie vastgelegd tussen het voorkomen vanbepaalde planten en de omstandigheden waaronder dat het geval is.Het model laat als het ware in één oogopslag zien watvoor effecten bepaalde ingrepen in de natuur, zoals een verlagingvan de grondwaterstand of het minder vaak maaien van een weiland,op de soortenrijkdom zullen hebben.

Volgens de promovenda, die haar proefschrift op vrijdag 25september in het Academiegebouw zal verdedigen, is haar onderzoekvrij uniek.

"Er was al wel het nodige bekend over de omstandigheden waarinplanten het wel en niet goed doen. Maar het was nog niet eerdermogelijk om zulke gedetailleerde voorspellingen te doen als nu metmijn model mogelijk is."

Ertsen waarschuwt overigens dat haar model alleen kan wordengebruikt in gebieden waarvan de bodemsamenstelling min of meervergelijkbaar is met die in Noord-Holland. "Mijn model is goedbruikbaar in heel West-Nederland, maar in Limburg heb je er weinigaan. Neem bij voorbeeld de parnassia. Die komt in Noord-Hollandalleen voor in vochtige duinvalleien. In mijn model bestaat dan ookeen duidelijke relatie tussen het voorkomen van de parnassia en devochtigheidsgraad van de grond. Maar in Limburg blijkt de parnassiahet ook op droge grond goed te doen. Dat komt omdat daar veel kalkin de grond zit. Terwijl ik met mijn model een goede prognose kangeven over het voorkomen van deparnassia in Noord-Holland, zou zo'nzelfde prognose er in Limburg dus waarschijnlijk falikant naastzitten.

EH