Werkdruk-onderzoek

Body: 
Tot diep in de nacht zit hij te werken in zijn kamerop de Uithof. Hoogleraar sociologie Harry Ganzenboom maaktveelvuldig gebruik van zijn pasje waarmee hij op onorthodoxetijdstippen de universiteit in- en uitkan. Zijn werkdrift islegendarisch op de opleiding. Het is geen sinecure de professor opkorte termijn te spreken te krijgen. Van `s ochtends vroeg tot `savonds laat is hij in de weer.

"Ik heb veel uren gemaakt voor mijn banen, maar de laatste jarenis het wel extreem. Grotendeels komt dat door mijn carrière,maar ook door externe omstandigheden. Het werk komt steeds meer opde schouders van een steeds kleinere groep vaste mensen terecht",aldus de hoogleraar. Hoewel zijn werk altijd zijn hobby is geweest,begint het hem toch te steken geen tijd te hebben voor de krentenin de pap: "Doordat de stapels zo hoog zijn, kom ik aan de leukedingen, zoals het eigen onderzoek onvoldoende toe.

Werkdruk is een relatief probleem, zegt arbo-arts Arie Korteweg.Wat voor de ene werknemer een rampzalige opstapeling van werk is,is voor de ander dagelijkse kost en een manier van leven. "Hethangt er vanaf hoe je met de werkdruk omgaat", legt de arts uit."Als mensen kopje ondergaan, heeft dat niet alleen met dehoeveelheid werk te maken, maar ook met andere factoren." Alsvoorbeeld noemt hij relatieproblemen of het afronden van eenpromotie: "De een werkt rustig door, de ander kapseist onderdruk."

Toch wil Korteweg de werkdruk op de universiteit nietbagatelliseren. In de ruim twintig jaar dat hij er werkt, heeft hijdie zien toenemen. "Er zijn nogal wat mensen die ermee kampen. Ikmerk het aan de klachten. Er moet meer gebeuren in minder tijd."Over de hele linie is de druk toegenomen, dat geldt zowel voorhoogleraren, secretaresses als voor mensen van de facilitairediensten." Hoewel hij net zoveel onderwijzend alsonderwijsondersteunend personeel op zijn spreekuur zietverschijnen, kan hij zich voorstellen dat de laatste groep eerderproblemen zal hebben met werktoename. "Wetenschappers kunnen op huneigen manier een klus klaren en tijd indelen. Ondersteunendpersoneel zit meer vast aan werktijden en schema's."

Kapitaalvernietiging

Joke van Dijk is studiementor en docent natuurkunde. Zijbevestigt Kortewegs stelling: "ik kan zelf mijn werk bepalen enmijn tijd invullen." In de zeseneenhalf jaar dat zij aan deuniversiteit werkt heeft ze geen toename van werkdruk ervaren. Hethangt volgens haar ook van de groep af, waarin je werkt: "Zit jetussenmensen die om vijf uur naar huis gaan, dan kun je dat zelfzonder problemen ook doen. Maar gaan ze pas om zeven uur, dan voelthet niet lekker wanneer je zelf eerder vertrekt."

De systeembeheerder van de faculteit Wijsbegeerte vertelt eenander verhaal. André van Kooy komt nauwelijks toe aan de langetermijnprojecten door de toename van dagelijkse klussen die`ertussendoor komen'. Van Kooy: "We hebben hier al maandengloednieuwe computers staan, nog in de doos. Purekapitaalvernietiging. Maar we hebben geen tijd om ze teinstalleren."

Een vacature die al driekwart jaar vervuld moet worden is eenoorzaak van de ellende, maar daarnaast is vooral de toename van hetcomputergebruik hier debet aan: "Behalve de collega's ondersteunenwij ook de studenten. Het gebruik van die computers is gigantischgegroeid. Daar hebben we nooit extra mensen voor gekregen. Daaromis het nu zo'n heksenketel. Maar ik heb lol in mijn werk en dattroubleshooten hoort erbij. Als het erg druk is, merk ik wel dat ikgeïrriteerd raak."

Lekker rustig

"De eisen aan het personeel zijn de laatste jaren toegenomen",geeft Henk Veenema toe, "je moet meer presteren." Desondanks vindtde directeur van het servicecentrum P&O dat het met de werkdrukop de universiteit wel meevalt: "Ik realiseer me dat dit eenimpopulair standpunt is. Maar je hoort nooit eens iemand zeggen`Het was lekker rustig vandaag'. Terwijl dat ook voorkomt. Werkdrukzit vooral tussen de oren. Als je kijkt naar het takenpakket vaneen werknemer, dan is dat over het algemeen in acht uur op een dagprima te doen."

Ondanks deze relativering vraagt het hoofd personeelszaken zichaf of de eisen voor sommigen niet te hoog zijn geworden:"Tegenwoordig willen we een schaap met vijf poten: je moet kunnentypen, werken met computerprogramma's, schrijven, sociaal vaardigzijn en nog veel meer. Niet iedereen kan dat bijbenen. Misschienverwachten we soms te veel van mensen."

Arbo-arts Korteweg noemt ook de vele organisatorischeveranderingen als invloedrijke factor op de werkdruk. Hij kanerover meepraten. Na het meemaken van een paar reorganisaties enhet opzetten van de Arbo- en Milieudienst werd het hem even teveel.In 1997 was de arts zelf een paar maanden overspannen, maar ookhier lag de oorzaak niet alleen bij de universiteit, benadrukt hij:"Het was natuurlijk chaotisch, maar ik had zelf ook iets kunnenveranderen. Beter mijn agenda beheren en duidelijker prioriteitenstellen, dat heb ik ervan geleerd. En vaker `nee' zeggen. Die eigenverantwoordelijkheid moet je ook nemen."

Femke van Zeijl


De VSNU (Vereniging van Samenwerkende Universiteiten) startbegin volgend jaar een onderzoek naar werkdruk binnen deuniversiteiten. Doel hierbij is, om zicht te krijgen in de aard enomvang van werkdruk en een instrument te ontwikkelen om de werkdrukte beheersen. Het onderzoek vloeit voort uit afspraken die gemaaktzijn bij de onderhandelingen voor de universitaire CAO, die isingegaan op 1 januari 1999. Het onderzoek moet voor het aflopen vande CAO op 31 mei 2000, afgerond zijn.