Boeken en lolly's in Willy’s Winkeltje

Body: 

 De universiteit bestaat 375 jaar en staat daarom bij veel zaken stil. DUB maakt voor de gelegenheid een serie portretten van het ondersteunend en beheerspersoneel (OBP). Wie zijn de mensen die ’s ochtends de deuren opendoen en overdag de boel draaiende houden? Hoe zien zij zichzelf en hoe kijken zij naar de universiteit? Vandaag deel 11 en tevens het laatste deel van DUB’s OBP-galerij: Willy Nilsson (60), die al ruim vijfendertig jaar de boekverkoop voor geneeskundestudenten regelt in Willy’s Winkeltje.

 De universiteit bestaat 375 jaar en staat daarom bij veel zaken stil. DUB maakt voor de gelegenheid een serie portretten van het ondersteunend en beheerspersoneel (OBP). Wie zijn de mensen die ’s ochtends de deuren opendoen en overdag de boel draaiende houden? Hoe zien zij zichzelf en hoe kijken zij naar de universiteit? Vandaag deel 11 en tevens het laatste deel van DUB’s OBP-galerij: Willy Nilsson (60), die al ruim vijfendertig jaar de boekverkoop voor geneeskundestudenten regelt in Willy’s Winkeltje.

“Officieel ben ik secretaresse bij de studievereniging van Geneeskunde, MSFU Sams. Ik doe de boekverkoop, hier in Willy’s Winkeltje. Die naam kreeg het toen ik vijfentwintig jaar dit werk had gedaan. Maar het bordje staat nu in het winkeltje, het toenmalige bestuur vond het netter om aan de buitenkant ‘boekverkoop’ te zetten.

“Het was nog echt de tijd van het actievoeren, toen ik hier in 1974 begon. Ik was niet aanwezig bij de protesten, maar spandoeken schilderen, pamfletten typen, dat deed ik allemaal. Het was een heel andere tijd, erg leuk, maar heimwee heb ik niet. Alles verandert.

“We hebben toen dingen opgezet waar we nu nog profijt van hebben, zoals de verkoop van studieboeken. Maar er zijn ook wel dingen veranderd. Het winkeltje is groter geworden, er is veel meer omzet, en de notulen van het bestuur worden nu gewoon door de ab actis gedaan. En de boekverkoop zat toen nog in een pand in de stad, daar werd ook het onderwijs nog gegeven. Nu zitten we in het UMC.”

Bewegen

“Toen ik een kind kreeg, waren er nog geen crèches. Ik nam hem gewoon mee naar het werk. Er wilden altijd wel studenten oppassen. Hij is opgegroeid tussen ratelende typemachines en studenten. Dat waren de eerste jaren van zijn leven! Het pand in de binnenstad was er erg geschikt voor, je kon hem daar te slapen leggen in een klein nisje. Een kind, dat zou hier in het UMC niet meer kunnen.

“De ruimte waar we nu zitten is klein. Als er een blok is met vier dikke boeken en driehonderd eerstejaars, dan past het niet. We hebben beneden nog een opslag. Dan is het: heen en weer, sjouwen! Als het dan ook nog druk is, dan merk je wel dat je iets ouder wordt. Maar op die momenten zegt Tim, die vanuit het bestuur als commissaris reductiebureau betrokken is bij het winkeltje, ook weleens dat hij het druk en zwaar vindt. Dan valt het dus wel mee!”

Lollie

“Ik ben ook niet geschikt om achter een computer te zitten. Ik moet bewegen, constant met mensen in de weer zijn. Dat zijn ook de leuke dingen van dit vak. Je ziet ze binnenkomen als eerstejaars en jaren later krijg je bijvoorbeeld een uitnodiging voor een promotie. Veel mensen komen een praatje maken. Oud-studenten komen vertellen dat hun vriendin in verwachting is, anderen komen gedag zeggen, nadat ze hun studie tijdelijk onderbroken hebben. Het is altijd leuk hier.

“Zelfs als het heel erg druk is, blijft het gezellig, daar zorg ik wel voor! Als mensen lang in de rij hebben moeten staan, en je geeft ze een lolly, dan vergoed dat veel.”

Thijs Kuipers en Hans Schouwenburg

Facebook Twitter Whatsapp Mail