De toko van Ton Mook

Body: 

De universiteit bestaat 375 jaar en staat daarom bij veel zaken stil. DUB maakt voor de gelegenheid een serie portretten van het ondersteunend en beheerspersoneel (OBP). Wie zijn de mensen die ’s ochtends de deuren opendoen en overdag de boel draaiende houden? Hoe zien zij zichzelf en hoe kijken zij naar de universiteit? Vandaag deel 10 van DUB’s OBP-galerij: Ton Mook (57), archivaris, meldpuntmedewerker en voormalig readerverkoper.

De universiteit bestaat 375 jaar en staat daarom bij veel zaken stil. DUB maakt voor de gelegenheid een serie portretten van het ondersteunend en beheerspersoneel (OBP). Wie zijn de mensen die ’s ochtends de deuren opendoen en overdag de boel draaiende houden? Hoe zien zij zichzelf en hoe kijken zij naar de universiteit? Vandaag deel 10 van DUB’s OBP-galerij: Ton Mook (57), archivaris, meldpuntmedewerker en voormalig readerverkoper.

“Ik heb stiekem nog een werkplek aan de Drift. Als ik op vakantie ga, wordt mijn pc daar weggehaald. Dat is alsof je geamputeerd wordt. Ik heb daar zeventien jaar een solofunctie gehad, sinds 1993 deed ik de readerverkoop bij wat toen nog de Faculteit der Letteren was. Dat was mijn eigen toko. Natuurlijk had ik wel een leidinggevende, maar alles liep daar over het algemeen prima, dus daar had ik niet veel mee te maken.”

Readers

“Sinds december vorig jaar is dat opgehouden. De hele readerverkoop is nu gedigitaliseerd. Dat is de tijdsgeest hè. Maar ik zal je vertellen: ik kreeg aan de balie verschillende reacties. Sommige studenten waren enthousiast. Maar andere studenten willen het zien, die willen het voelen, het papier.”

“Het contact met de studenten mis ik nu wel, er viel altijd wel iets te lachen. De studenten moesten soms lang wachten, we hadden maar één kassa. Maar met een grapje hier en daar hielden we de moed erin. In de loop der jaren heb ik best wat bekende gezichten voorbij zien komen. Ronald Giphart, Ingmar Heytze, Vrouwkje Tuinman, die waren toen al met de lettertjes bezig. Ik kon ze niet vertellen wat er in de readers stond. Ik zei altijd: ik weet wat er voorop staat, ik weet wat er achterop staat, maar wat er tussenin zit weet ik niet.”

“Toen ik in 1985 begon als conciërge bij Kunstgeschiedenis had ik de readerverkoop van het instituut er al bij. Toen hadden de instituten alles nog in eigen beheer. Voor mezelf vind ik het wel mooi: ik heb het bij elkaar 25 jaar kunnen doen. Het geeft wel een dubbel gevoel. Aan de ene kant is het jammer, maar nu krijg ik nieuwe klussen.”

Plantje

“Ik heb drie functies nu. Ik zit in de meldkamer van het FSC, ik doe de factuurcontrole voor facility management, en ik beheer sinds 2008 het archief van Geesteswetenschappen. Mijn bureau staat nu op het Pieterskerkhof. Op mijn oude bureau aan de Drift stond een plantje, maar dat heb ik niet meegenomen. Het heeft nu een paar weken geen water gehad en kan straks de kliko in. Ik wilde hier fris beginnen. Het is een mooie plek, maar ik vind het ook heerlijk om na het werk Utrecht uit te rijden en in het rustige Maarssen de avond door te brengen. Ik ben een echte Maarsenees!”

“De readers las ik niet, maar over de geschiedenis van Maarssen lees ik wel! En Jan Siebelink, die heb ik in één ruk uitgelezen. Ik ben gelovig, maar niet uit zo’n streng milieu. Als mensen vloeken zeg ik daar wel wat van. Maar ik ga niemand lopen bekeren hoor.”

“De wetenschap beschouwt de evolutie als het ontstaan van de aarde. Bij Aardwetenschappen zullen ze daar niet mee bezig zijn. Zelf heb ik meer met het ontstaan van de aarde vanuit het geloof. Maar ik vind wetenschap wel prachtig hoor, je kan er ook veel voordeel uit halen. De medische wetenschap bijvoorbeeld. En als die wetenschappers er niet waren, had ik geen werk!

Thijs Kuipers en Hans Schouwenburg 

Facebook Twitter Whatsapp Mail