Wetenschap voor de kleintjes

Body: 

Maarten Reichwein, projectmanager van het Wetenschapsknooppunt Universiteit Utrecht, organiseert het symposium `zaaien voor de toekomst` op 9 juni. Hij heeft nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft weten te strikken, en dat op zich is al een prestatie zo blijkt.

Maarten Reichwein, projectmanager van het Wetenschapsknooppunt Universiteit Utrecht, organiseert het symposium `zaaien voor de toekomst` op 9 juni. Hij heeft nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft weten te strikken, en dat op zich is al een prestatie zo blijkt.

Hoe lang je ook van te voren start met organiseren, de beste ingevingen en stress komen op het laatst. Ruim een half jaar geleden heb ik met de lustrumcommissie een beetje meegepraat en het voorstel gedaan om iets te doen wat echt aansluit bij het thema ‘kennis voor de toekomst’. Bijvoorbeeld kinderen van het basisonderwijs in het Academiegebouw onderwijs laten volgen, of een symposium over de wetenschappers van de toekomst. Want de leerlingen op de basisschool zijn onze wetenschappers van het jaar 2040. Waarom 2040? Dat is het jaar dat de provincie Utrecht klimaatneutraal wil zijn, met hulp van natuurlijk de wetenschap. Ik ben benieuwd of het dan nog wel klimaatneutraal heet…

Maar goed aan de slag. Wat hebben we nodig voor een leuk symposium? Locatie, sprekers en deelnemers. Het Academiegebouw Zaal 1636 is de ideale plek. Dop Bär, voorzitter van de lustrumcommissie had al contact met Gerard ’t Hooft en wilde deze wel vragen om te spreken tijdens het symposium. Geen idee hoe het voelt om een Nobelprijs te winnen, maar 1 ding is wel duidelijk; je agenda zit voor de rest van je leven vol. Om Gerard ’t Hooft te volgen, kan je de hele wereld rond. Overal en nergens aan het werk. Maar uiteindelijk met steun van de secretaresse gelukt.

Talenten van jonge kinderen ontdek je niet echt, je zaait ze, en je zorgt voor de juiste omstandigheden zodat het talent kan groeien. Het onderzoeksprogramma Talentenkracht waar de Universiteit Utrecht één van de satellieten van is, onderzoekt het bèta-denken van jonge kinderen tussen de 3 en 5 jaar. Deze kinderen zijn net zoals wetenschappers nieuwsgierig en willen de wereld begrijpen. En zo komen we op de tweede spreker, Prof. Dr. Jan de Lange van Talentenkracht. Kijk maar eens op www.talentenkracht.nl en laat je ontroeren door de filmpjes van bijvoorbeeld Wesley en de luchtspuit!

Binnen de universiteit zijn er gelukkig mensen te vinden die graag aan jonge kinderen willen laten zien wat wetenschap “bedrijven” nu eigenlijk is. Geo-wetenschapper Maarten Kleinhans ontvangt graag basisschoolklassen in zijn zand- en waterlaboratorium. Bovendien is hij lid van de onderwijscommissie van het KNAW. Mooie derde spreker. Alle anderen die ik in eerste instantie heb benaderd en die niet konden zal ik de revue niet laten passeren.

Met een potpourri aan lustrumactiviteiten staan er niet veel UU medewerkers te dringen om deel te nemen aan een middag met een onderwerp dat in eerste instantie erg ver van de universiteit afstaat. Wetenschap van de UU voor het onderwijs richt zich meestal op scholieren die binnen drie jaar (misschien) student aan de UU worden. Helaas, want onbewuste keuzes zijn dan al gemaakt. Nieuwsgierigheid en de eigen onderzoekende houding beginnen al veel eerder namelijk bij het basisonderwijs. Daarom moeten we veel mensen uitnodigen van het basisonderwijs en laten zien dat wetenschap ook op de basisschool aandacht moet krijgen.

Hiervoor komt het netwerk van het Wetenschapsknooppunt goed uit. Actieve scholen die graag kennismaken met wetenschap komen wel naar het symposium. Maar leraren zijn gebonden aan hun roostertijden, dus veel contacten aanschrijven. Om een indruk te krijgen van het Wetenschapsknooppunt kijk dan hier en hier.

Hier vind je meer informatie over het symposium.

Facebook Twitter Whatsapp Mail