‘Debat over vreemdelingen had je al in de tijd van de Verlichting’

Body: 

Het vreemdelingendebat is niet nieuw. Al tijdens de Franse Revolutie klaagden burgers dat vreemdelingen de democratie stukmaakten, zo blijkt uit het proefschrift van René Koekkoek.

Het vreemdelingendebat is niet nieuw. Al tijdens de Franse Revolutie klaagden burgers dat vreemdelingen de democratie stukmaakten, zo blijkt uit het proefschrift van René Koekkoek.

“Pleur toch op, op zijn plat Haags”, zo formuleerde minister-president Mark Rutte tijdens Zomergasten zijn reactie op de mannen die het een NOS-verslaggever onmogelijk maakten te rapporteren over de Erdogan-demonstratie in Rotterdam. “Dat was dom, vindt de net in Utrecht gepromoveerde Rene Koekkoek, “want iedereen daar had een Nederlands paspoort.” Volgens hem illustreert het precies hoe er altijd wordt gereageerd als het niet goed gaat. “Dan worden groepen buitengesloten: in de Franse Revolutie waren het de zwarten, in de negentiende eeuw de armeren, en nu weer de Turken of Marokkanen. Waarom zei Rutte niet gewoon dat we onze rechtstaat moeten waarborgen?”

Koekkoek promoveerde 12 september met het proefschrift The Citizenship Experiment. Contesting the Limits of Civic Equality and Participation in the Age of Revolutions. Voor zijn onderzoek volgde hij het debat over gelijkheid en democratie vlak na de Franse Revolutie. “Dat is de tijd die te boek staat als de kiemhaard van de mensenrechten en verlichting. Uit die tijd stammen de eerste manifesten voor de universele rechten van de mens.”

De burgers in Frankrijk, Nederland en Amerika waren helemaal niet verlicht

Maar Koekkoek kwam tijdens zijn zoektocht vooral twijfel aan gelijkheid tegen. “De burgers in Frankrijk, Nederland en Amerika waren helemaal niet verlicht. Ze wilden juist iedereen die anders dacht dan zijzelf van het burgerschap uitsluiten. Kleurlingen en zwarten zouden niet verlicht en beschaafd zijn, net zoals de moslims nu.”

Dat de publieke opinie in die tijd die koers ging varen, was vooral de wijten aan het 'mislukte experiment' in Haïti, destijds de voornaamste Franse kolonie. Daar brak een anarchie uit na het verlenen van burgerrechten aan zwarten en kleurlingen. Dit 'mislukte experiment' in Haïti leidde tot een omslag van de publieke opinie.

Volgens Koekkoek kwam dat doordat de media het experiment verkeerd hadden weergegeven. “De verlening van de burgerrechten was niet ingegeven door idealistische motieven, maar was vooral een truc om honderdduizenden slaven militair in te kunnen zetten tegen de Britten en Spanjaarden die de kolonie dreigden binnen te vallen.”

Rond dezelfde tijd brak de radicale en gewelddadige fase van de Terreur aan in revolutionair Frankrijk. Dat was de tijd van de bestorming van de Bastille en de executies waarbij de tegenstanders van de Revolutie werden gedood. Het ontstaan van de Terreur zag men als een voorbeeld van de radicale en ongecontroleerde inmenging van het gewone volk. Deze zouden extreme vormen van partijschap ontketenen en tot excessen leiden.

Uiteindelijk kwam er een periode waarin democratische idealen ter zijde werden geschoven.

Als gevolg van de Haïtiaanse Revolutie en de Terreur zag je dat universalistische en gepolitiseerde burgerschapsidealen losgelaten werden. Uiteindelijk zou deze ontwikkeling Napoleon in het zadel helpen en kwam er een periode waarin democratische idealen ter zijde werden geschoven.

Het probleem met revoluties is volgens Koekkoek dat ze volkomen onverwachte bijeffecten hebben. “Wie van de democratische hervormers in Egypte in 2011 had kunnen bedenken dat ze met vrije verkiezingen een moslimgroepering aan de macht zou brengen die de burgerrechten juist weer wil terugschroeven.”

Volgens Koekkoek is de democratie dus met uitsluiting en isolatie van bepaalde bevolkingsgroepen niet gediend. “Als straks Wilders weer gaat roepen dat de grondwet moet worden aangepast of Hillary Clinton dat de aanhangers van Trump stompzinnig zijn en de democratische waarden niet begrijpen, dan geef ik je op een briefje dat je alles wat over tafel gaat al terug kunt vinden in mijn proefschrift.

De simpele les uit het verleden is dat we helemaal niet weer in discussie moeten gaan over de grondwet. De kern van de gelijkheid is gelijke behandeling voor de wet. We moeten gewoon onze rechtstaat met hand en tand verdedigen.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail