Foto Pixabay

Duidelijke afspraken nodig over verdeling nieuw innovatiefonds

Body: 

Het kabinet wil honderden miljoenen euro’s aan innovatie besteden, bleek tijdens Prinsjesdag. Zo’n pot geld was er in 1995 ook al eens te verdelen, maar echt lekker liep de verdeling niet waarna het fonds na een paar jaar weer werd opgeheven. Welke les is daarvan te leren?

Op Prinsjesdag viel er nog weinig over te zeggen, maar het kabinet komt spoedig met plannen voor een nieuw ‘investeringsfonds’. Rutte III wil de Nederlandse economie versterken met miljarden voor kennis, innovatie en infrastructuur. Een dergelijk fonds is er al eerder geweest, maar werd ook snel weer opgeheven. Wat ging er mis waarvan we nu kunnen leren?

De geschiedenis
In Groningen wordt binnenkort de gaskraan dichtgedraaid, maar decennialang was de gasbel een bron van inkomsten voor heel Nederland. Het aardgas bracht vele miljarden op. Soms kwam er zelfs meer geld binnen dan verwacht. In 1995 werd daarom het Fonds Economische Structuurversterking (FES) in het leven geroepen. Dat was een spaarpot waarin meevallers uit de aardgasbaten werden gestopt. Het geld werd geïnvesteerd in infrastructuur, zoals de hogesnelheidslijn. Tien jaar later, in 2005, ging de regering het geld ook gebruiken voor de Nederlandse kenniseconomie. In vijf jaar tijd werd er bijna drie miljard euro besteed.

Het ging mis
De verdeling van het geld was op zijn zacht gezegd onoverzichtelijk. Sterker nog, het is bijna niet uit te leggen hoe het geld werd verdeeld. Er ontstonden allerlei gelegenheidsconsortia van bedrijven en kennisinstellingen. Een ‘commissie van wijzen’ en het Centraal Planbureau moesten aanvragen beoordelen. Het kabinet nam beslissingen over thema’s en prioriteiten, departementen dienden zelf ook aanvragen in. Het werd een kluwen.

Een vernietigend rapport liet geen spaan heel van de gang van zaken en sprak ronduit van koehandel. De ambtenaren van de departementen hadden te veel invloed gekregen. Opportunisme, onvrede, wantrouwen en achterdocht, “niet nauw nageleefde spelregels”… er vielen harde woorden.

Duur was het hele aanvraagcircus ook. Het kostte soms tonnen om een project van een paar miljoen te beoordelen. “Niet goed verteerbaar”, vond de evaluatiecommissie onder leiding van hoogleraar Rien Meijerink, oud-voorzitter van universiteitenvereniging VSNU.

Die kritiek zag de politiek van verre aankomen, dus nog voordat dit vernietigende oordeel er lag, werd het fonds alweer geschrapt door het kabinet Rutte 1. Dat was in 2010. Je kon het geld maar beter besteden aan belastingvoordeel voor bedrijven met research & development, was de gedachte.

Lessen om van te leren
De politiek wil dolgraag nuttig onderzoek stimuleren waar het bedrijfsleven ook iets aan heeft. Soms heten het sleutelgebieden, dan weer topsectoren, maar steeds weer zoekt de politiek naar manieren om bedrijfsleven en kennisinstellingen bij elkaar te brengen.

De laatste poging is de Nationale Wetenschapsagenda, die nu enkele jaren bestaat. In 2015 mocht iedereen (burgers, bedrijven, instituten) vragen stellen aan de wetenschap en daaruit volgde een soort ‘routekaart’ met allerlei grote thema’s: schone energie, een veerkrachtige samenleving, gezondheid enzovoorts. En jawel, daar gaat ook geld naartoe.

De vraag is of het investeringsfonds echt iets nieuws wil of dat het geld voor wetenschap en innovatie voortborduurt op de Nationale Wetenschapsagenda. Belangrijk is ook of de politiek de verleiding kan weerstaan om zelf te bepalen welke thema’s van belang zijn.

Dat is lang niet zeker. VVD-minister Wiebes van Economische Zaken houdt er nogal sterke ideeën op na. Schoolvakken als Frans en Grieks lijken hem niet zo nuttig, zei hij onlangs. “Gaan we daar binnen twintig jaar nog de Chinezen mee verslaan?”

Toch wil hij liever dat onafhankelijk experts erover beslissen. “We moeten voorkomen dat de politiek elke week met een vrolijk nieuw voorstel komt. Je moet als politicus je grenzen kennen.”

Premier Mark Rutte, ooit staatssecretaris hoger onderwijs, ziet nog een andere valkuil. “Je moet voorkomen dat lobby’s en hobbyisme er met het geld vandoor gaan”, zei hij tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen. “Je moet zeker weten dat het projecten zijn die niet-regulier en niet-structureel zijn en echt bijdragen aan het verdienvermogen.”

Daarom wil hij een besluitvormingsprocedure “die dat heel strak en rigoureus toetst”. De commissie van wijzen zal dus wel geen comeback maken. Maar hoe het dan wel gaat, is afwachten.

Facebook Twitter Whatsapp Mail