Gelijke kansen? Honoursprogramma’s zijn goed bezig, meent minister

Body: 

Studenten maken minder kans op selectie voor een honoursprogramma als hun ouders lager opgeleid zijn. Dat vindt minister Van Engelshoven jammer, maar ze kan er weinig aan doen.

Read in English

Voor honoursprogramma’s van universiteiten worden studenten met hogere cijfers en een kritisch denkvermogen geselecteerd, blijkt uit Nijmeegs onderzoek onder duizend studenten van drie Nederlandse universiteiten (Nijjmegen, Maastricht en Twente) en twee hogescholen (de HAN en de Hanzehogeschool Groningen). En dat is ook de bedoeling.

Maar de onderzoekers zagen nog iets: studenten met lager opgeleide ouders worden minder vaak toegelaten tot die programma’s. Ook een lager gezinsinkomen verlaagt de kans op selectie.

Bijbaantjes
Er is dus geen sprake van gelijke kansen. Zelfs als ze eenmaal zijn toegelaten tot de excellentieprogramma’s, speelt de portemonnee van de student een rol: bijbaantjes maken het moeilijker om de programma’s te doorlopen. De PvdA stelde schriftelijke vragen aan minister Van Engelshoven: wat vindt zij hiervan?

De antwoorden volgen drie sporen: de minister vindt het “geen goede zaak”, maar er wordt aan gewerkt en uiteindelijk mogen de onderwijsinstellingen zelf bepalen hoe ze hun studenten selecteren.

Dus de minister vindt net als de PvdA – en vermoedelijk alle andere politieke partijen – dat studenten met laagopgeleide ouders “de kans moeten krijgen hun talenten verder te ontwikkelen”.

Motivatie
Maar de bevindingen van de onderzoekers bevestigen volgens haar de koers van het kabinet. Vanaf 2015 is er “meer aandacht voor diversiteit en een bredere toegankelijkheid” bij deze programma’s. Tegenwoordig moeten niet alleen hoge cijfers, maar ook motivatie en de achtergrond van de student meewegen bij de toelating.

Men is dus al goed bezig, is haar conclusie. Er komt bovendien een speciale expertgroep voor toegankelijkheid van het hoger onderwijs en onderwijsinstellingen blijven intussen bezig met het verbeteren van hun selectiemethodes.

Dus hoeft de minister uiteindelijk geen actie te ondernemen, vindt ze zelf. Ze hoopt op verstandig beleid van de universiteiten en hogescholen. “Welke selectiefactoren en -methoden door instellingen worden gebruikt is de verantwoordelijkheid van de instellingen.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail