Geneeskundestudenten: wij zijn ongelijk behandeld door onze opleiding

Achttien Utrechtse geneeskundestudenten lopen drie jaar basisbeurs mis en geven de schuld daarvan aan hun opleiding. Dinsdag diende hun beroepszaak.

Het is een hete zomer geweest bij de opleiding Geneeskunde. Bachelorstudenten hebben in de zomermaanden alles op alles gezet om vóór 1 augustus 2015 af te studeren. Ze wilden zich per die datum inschrijven voor de master.

De reden? De afschaffing van de basisbeurs. Wie op 1 september 2015 of later startte met een opleiding in het hoger onderwijs, krijgt geen beurs meer. Nieuwe bachelor- en masterstudenten moeten daardoor meer gaan lenen.

Voor geneeskundestudenten was er deze zomer een truc om nog nét aan het leenstelsel te ontsnappen. Het is in Utrecht - en bij andere geneeskundeopleidingen in het land - namelijk mogelijk om elke maand in te stromen in de master, omdat studenten op verschillende momenten aan hun coschappen in het ziekenhuis beginnen. Veel studenten konden daardoor per 1 augustus al aan hun master beginnen, met behoud van studiefinanciering. Dezelfde situatie deed zich voor bij de opleiding Diergeneeskunde (zie kader onderaan).

De geneeskundestudenten die deze zomer op tijd afstudeerden, besparen handenvol geld. Reken maar uit: in drie jaar, de duur van een master (dier-)geneeskunde, ontvangt een uitwonende student in het oude systeem meer dan 10.000 euro aan studiefinanciering.

Maar niet iedereen studeerde op tijd af. Achttien Utrechtse geneeskundestudenten konden hun coschappen pas na 1 augustus afronden en kregen hun diploma pas later. Daardoor krijgen ze tijdens hun master géén basisbeurs.

Volgens de achttien studenten is het de schuld van de opleiding dat ze 1 augustus niet gehaald hebben. Door de werkgroepindeling liepen hun coschappen namelijk door tot medio augustus, terwijl andere studenten de coschappen al eerder konden afronden. 

De achttien eisen nu genoegdoening. Ze willen met terugwerkende kracht per 1 augustus worden ingeschreven, zodat ook zij recht op een basisbeurs krijgen. Maar dat weigert de opleiding. De opleiding stelt dat alleen een afgerond bachelordiploma toegang tot de master geeft en dat diploma hadden de studenten op 1 augustus nog niet. Ook voelt de opleiding zich gebonden aan afspraken met minister Bussemaker. Die had opleidingen eerder dit jaar verzocht om studenten niet te helpen bij het ontduiken van het leenstelsel. 

Omdat gesprekken tussen opleiding en studenten de afgelopen weken niks opleverden, hebben de studenten het met hulp van het Landelijk Studenten Rechtsbureau hogerop gezocht. Afgelopen dinsdag diende hun zaak bij het College van Beroep voor de Examens (CBE), een rechtscollege waar studenten in beroep kunnen gaan tegen beslissingen van de examencommissie.

Volgens Landelijk Studenten Rechtsbureau (LSR) staat de uitsluiting van de studenten haaks op de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Daarin staat dat studenten ook zonder bachelordiploma toegelaten kunnen worden tot de master als ze in het bezit van "kennis, inzicht en vaardigheden op het niveau van een graad Bachelor" zijn. Volgens het LSR hadden de studenten die competenties al op 1 augustus, al moesten ze nog drie weken coschappen afronden. Het verzoek tot inschrijving per 1 augustus had op basis van de wet tenminste getoetst moeten worden, en dat is destijds niet gebeurd. Het LSR vraagt het CBE de opleiding te verplichten om die toets alsnog af te nemen, zodat studenten met terugwerkende kracht per 1 augustus kunnen worden ingeschreven.

Tijdens de beroepszitting erkende een lid van de examencommissie van Geneeskunde dat andere groepen studenten wel zijn geholpen om de 1 augustus-deadline te halen. Bij één werkgroep werd een vakantieweek geschrapt, zodat studenten nét op tijd de coschappen konden afronden. Bij een andere werkgroep werd om dezelfde reden een cursus verkort van 6 naar 5 weken, door avondcolleges in te plannen.

Voor de achttien gedupeerde geneeskundestudenten was er geen oplossing mogelijk. Hun coschappen konden niet naar voren gehaald worden. Dat zij als laatste aan de beurt waren voor coschappen, had te maken met hun tragere studievoortgang. De indeling werd gemaakt op basis van studieresultaten, waarbij uitblinkers als eerste aan de beurt waren voor coschappen. Overigens liepen de betreffende studenten op 1 augustus 2015 wel allemaal nominaal.

Normaliter doet het College van Beroep voor de Examens op de dag van de zitting direct uitspraak. Dat is in deze zaak niet gebeurd. Het CBE laat weten "nader onderzoek" te doen en kan nog niet zeggen wanneer een uitspraak volgt. Mochten de studenten de zaak verliezen, dan kunnen ze nog in beroep gaan bij de landelijke onderwijsrechter, het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CBHO).

 

Kwestie speelde ook bij Diergeneeskunde

Diergeneeskunde kent net als Geneeskunde meerdere instroommomenten per jaar. Daardoor zijn er deze zomer ook bij Diergeneeskunde een groot aantal studenten nog in het oude systeem aan de master begonnen, vertelt onderwijsdirecteur Wim Kremer. Mét basisbeurs. “Meer studenten dan normaal zijn in de zomer de master ingestroomd. Ze hebben extra hard gewerkt om op tijd hun bachelor.”

De studenten zijn niet extra geholpen bij het ontduiken van het leenstelsel, aldus Kremer. “We hebben geen hertentamens naar voren gehaald. Sommige studenten zaten aan de goede kant van de medaille, andere niet. We zijn heel rechtlijnig geweest.”

Bij Diergeneeskunde zijn geen studenten naar de examencommissie gestapt, vertelt Kremer. “Natuurlijk waren sommige studenten teleurgesteld. Maar we zijn ook heel helder tegen ze geweest. Ze wisten dat we niks gingen doen wat we normaal niet doen.”

Advertentie