Goede interactie in de groep bepaalt het succes van het werkcollege

Body: 

Niet alleen de grootte van een groep of de voorbereiding door de student zorgt ervoor dat een werkcollege slaagt. Maar het groepsproces en de interactie binnen de groep zijn doorslaggevend.

Niet alleen de grootte van een groep of de voorbereiding door de student zorgt ervoor dat een werkcollege slaagt. Maar het groepsproces en de interactie binnen de groep zijn doorslaggevend.

Dat blijkt uit een onderzoek van docente Annemarie Spruijt van Diergeneeskunde. Zij deed een onderzoek naar het leereffect van werkcolleges waaraan zo'n 1000 studenten en 36 docenten Diergeneeskunde meededen.

Spruijt is zelf een overtuigd aanhangster van het werkcollege: “Van studenten worden tegenwoordig hele andere vaardigheden gevraagd als vroeger. Ze moeten informatie kunnen analyseren, problemen oplossen, besluiten maken en kritisch leren denken. Dat vergt heel ander onderwijs dan het geven van lezingen. In een werkcollege los je met een groep studenten en een docent gezamenlijk vragen en problemen op. Dat is veel actiever onderwijs. Daar leer je veel meer van.”

Het ene werkcollege is een groot succes, terwijl bij het andere studenten al snel afhaken. Hoe komt dat? Dat was voor Annemarie Spruijt aanleiding om met dit onderzoek te starten.

Tijdens haar onderzoek bleek dat de gebruikelijke stokpaardjes over werkcolleges niet allemaal waar zijn. Zo had bijvoorbeeld de grootte van de totale werkgroep nauwelijks invloed op de eindcijfers van de studenten. Ook deed het lezen van de literatuur door studenten voorafgaand aan het werkcollege, wat docenten vaak aanvoeren als reden van een niet goed verlopen werkcollege, had minder invloed op het eindcijfer dan verwacht. Ook de beschikbare faciliteiten en materialen, de atmosfeer in het lokaal of de hoeveelheid gestelde vragen helpen wel mee, maar bleken niet bepalend te zijn voor het leereffect.

Spruijt ontdekte dat het groepsproces doorslaggevend is als je kijkt naar het leereffect van een werkcollege. “De studenten leren het beste als er een goede interactie in de groep is. Dat is de belangrijkste voorwaarde voor het verwerken van het studiemateriaal. Docenten moeten er daarom vooral voor zorgen dat het groepsproces in een werkcollege goed verloopt. Goede opdrachten, een passende werkvorm en persoonlijk contact zijn belangrijk."

Om dat groepsproces goed te laten verlopen is het volgens Spruijt noodzakelijk dat studenten en docenten zich ervan bewust zijn waarom er gekozen is voor een werkcollege. Dat is haar belangrijkste tip. “Docenten moeten de studenten heel goed het doel van het werkcollege uitleggen: verdieping van de leerstof met discussies over problemen die voor de praktijk relevant zijn.”

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail