Minister verwerpt voorstel om "nut" van studies te controleren

Body: 

Minister Bussemaker wil niet dat opleidingen periodiek worden doorgelicht om te kijken of ze nog nuttig zijn. “Dat zou een enorme bureaucratische last met zich meebrengen”, reageerde ze op een plan van de VVD.

Er zijn te veel studies die opleiden tot werkloosheid, zei VVD-Kamerlid Pieter Duisenberg vandaag in een Kamerdebat over selectie. Opleidingen moeten hun nut en noodzaak wel aantonen voordat ze van start gaan, maar daarna niet meer.

Minister Bussemaker wil niet dat opleidingen periodiek worden doorgelicht om te kijken of ze nog nuttig zijn. “Dat zou een enorme bureaucratische last met zich meebrengen”, reageerde ze op een plan van de VVD.

Er zijn te veel studies die opleiden tot werkloosheid, zei VVD-Kamerlid Pieter Duisenberg vandaag in een Kamerdebat over selectie. Opleidingen moeten hun nut en noodzaak wel aantonen voordat ze van start gaan, maar daarna niet meer.

Daar wil de VVD verandering in brengen: alle opleidingen moeten eens in de zoveel jaar opnieuw tegen het licht worden gehouden. Studentenorganisatie ISO steunde dat pleidooi vanmorgen.

Maar de minister is sceptisch. “We moeten hier echt mee oppassen”, reageerde ze. “We hebben recent een hele discussie gehad omdat we de bureaucratische last bij accreditatie willen verminderen, maar dit zou enorm veel bureaucratie met zich meebrengen.”

Het voorstel van de VVD is om de beoordeling van nut en noodzaak van studies in handen te leggen van de Commissie doelmatigheid hoger onderwijs (CDHO), die opleidingen al toetst voor ze van start mogen.

Hoewel de minister daar niets in ziet, grijpt ze de gelegenheid om het hele functioneren van die commissie onder de loep te leggen. Ze beloofde de Kamer vandaag “een verkenning naar de beleidsmaatregel doelmatigheid”.

Daar betrekt ze niet alleen het VVD-voorstel bij, maar ook de vraag of “de lijn die we de afgelopen jaren hebben gevolgd” nog de goede is. “Vragen die ik zelf stel bij het functioneren van de CDHO”, aldus de minister.

Duisenberg zei blij te zijn met zo’n verkenning maar vond de antwoorden van de minister “nogal vaag en wollig”. “De minister benadrukt dat universiteiten en hogescholen verantwoordelijkheid moeten nemen. Daar ben ik het in principe mee eens. Ik heb er alleen weinig vertrouwen in dat dit gebeurt.”

De minister wil de Kamer nog voor het zomerreces informeren over de uitkomsten van de verkenning. 

Facebook Twitter Whatsapp Mail