Creative Commons: Pixabay

Minister wil opheldering van ‘promotiefabriek’ Tilburg

Body: 

De OCW-ministers Slob en Van Engelshoven willen tekst en uitleg van Tilburg University. Die lijkt zogeheten buitenpromovendi te gebruiken als verdienmodel.

Buitenpromovendi schrijven hun proefschrift in hun eigen tijd. Ze behoren niet tot een onderzoeksgroep en maken nauwelijks gebruik van faciliteiten, maar leveren de universiteit wel geld op. Universiteiten krijgen namelijk een bedrag van 77.000 euro voor elke succesvolle promotie van de overheid.

Het journalistieke onderzoeksprogramma Argos wijdde zaterdag opnieuw een uitzending aan Tilburg University, die zou fungeren als ‘promotiefabriek’. Eén van de hoogleraren begeleidde in zes jaar tijd maar liefst 77 buitenpromovendi.

Schadelijk voor wetenschap
“Dit soort praktijken zijn schadelijk voor het aanzien van de Nederlandse wetenschap in het algemeen en voor de doctorstitel in het bijzonder”, zei Tweede Kamerlid Frank Futselaar dinsdag tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer. Hij kreeg mails van bezorgde wetenschappers die vraagtekens plaatsen bij de kwaliteit van de proefschriften en wil van de minister weten of dit ook bij andere universiteiten speelt. De SP’er vroeg ook om een overzicht van de aantallen van buitenpromovendi per universiteit.

Die cijfers gaan er komen, beloofde minister Arie Slob, die vanmiddag zijn collega Van Engelshoven verving. De ministers willen de universiteit om opheldering vragen en gaan ook met de VSNU en buitenpromovendi in gesprek, aldus Slob. De Kamer wordt op de hoogte gehouden.

Buitenpromovendi belangrijke link tussen samenleving en wetenschap
Onderzoek naar de kwaliteit van de Tilburgse proefschriften, zoals Futselaar voorstelde, vindt de minister voorbarig. Van Engelshoven wil eerst met de betrokkenen in gesprek. “We zullen de uitkomsten daarvan moeten gebruiken om te bezien of vervolgstappen nodig zijn”, aldus Slob.

Hij benadrukte dat buitenpromovendi ook een toevoeging kunnen zijn. “Ze vormen een belangrijke link tussen de universiteit en de samenleving en kunnen ervoor zorgen dat wetenschappelijke kennis sneller met de beroepspraktijk wordt gedeeld. Maar ook dat belangrijke maatschappelijke vragen en problemen binnen de wetenschap worden opgemerkt en opgepakt. Dat heeft zijn waarde.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail