Ombudsman: UU gaf verdachte wetenschapper geen eerlijke kans

Body: 

De Universiteit Utrecht en het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) hebben in hun onderzoek naar de beeldmanipulaties van bioloog Pankaj Dhonukshe forse steken laten vallen. Dat vindt de Nationale Ombudsman.

De Universiteit Utrecht en het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) hebben in hun onderzoek naar de beeldmanipulaties van bioloog Pankaj Dhonukshe forse steken laten vallen. De Nationale Ombudsman oordeelt dat de wetenschapper niet behoorlijk is behandeld.

De UU en het LOWI hebben gedurende de onderzoeken die zij uitvoerden naar zijn wetenschappelijke integriteit de Indiase bioloog onvoldoende mogelijkheden gegeven om zich te verweren tegen de aantijgingen. De UU was bovendien niet transparant bij de keuze voor geraadpleegde experts.

Dat concludeert Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen in een kritisch (geanonimiseerd) rapport na klachten van de wetenschapper. Van Zutphen vraagt aandacht voor de kwetsbare positie van individuele wetenschappers in onderzoeken waarin ook de reputatie en belangen van hun werkgevers in het geding zijn.

Pankaj Dhonukshe was van 2007 tot 2012 verbonden aan de UU. Hij kwam in 2013 onder vuur te liggen nadat hij beschuldigd werd van beeldmanipulaties in een artikel in Nature. In 2014 oordeelde de UU dat de bioloog zich schuldig had gemaakt aan doelbewuste manipulatie van data. 

Na een eerste onderzoek vond de UU nog dat er weliswaar sprake was van verwijtbare onzorgvuldigheden, maar niet van opzettelijk veranderen van gegevens. Dat oordeel werd bijgesteld nadat het LOWI een advies had uitgebracht en een technische commissie aanvullend onderzoek had verricht.

Ombudsman Van Zutphen benadrukt dat hij niet in de positie is het inhoudelijke oordeel van de UU te onderzoeken. Hij legt specifieke klachten van Dhonukshe daarover naast zich neer. Hij stelt wel vast dat de UU en het LOWI tijdens de onderzoeken weinig oog hebben gehad voor de positie en de belangen van de wetenschapper.

Zo werd Dhonukshe er aanvankelijk niet van op de hoogte gesteld dat er na de klacht over het Nature-artikel nog twee andere klachten waren binnengekomen, over artikelen in Cell en Nature. Ook kreeg de wetenschapper in de eerste fase van het onderzoek geen toelichting op de keuze voor drie geraadpleegde experts. Alle betrokkenen bij de zaak waren in de gelegenheid gesteld suggesties te doen voor specialisten, geen van de personen die Dhonuskhe had aanbevolen werd gevraagd.

Van Zutphen stelt verder vast dat de belangen van Dhonukshe in het gedrang kwamen toen het LOWI in een vervolgonderzoek kritisch bleek te zijn over de milde opstelling van de UU. Dat standpunt zette de UU mogelijk onder druk.

Bovendien liet de UU aanvullend technisch onderzoek uitvoeren door medewerkers van de universiteit zelf. Volgens de ombudsman is het begrijpelijk dat het vertrouwen van Dhonukshe in een objectief oordeel hierdoor werd geschaad.

Ook het LOWI had volgens de ombudsman meer oog moeten hebben voor de positie van Dhonukshe. Zo kreeg hij tijdens een hoorzitting niet de gelegenheid te reageren op rechtstreekse beschuldigingen aan zijn adres.

De ombudsman oordeelt derhalve dat klachten van de wetenschapper gegrond zijn “wegens strijd met het vereiste van fair-play”.

Tegenover de Volkskrant zegt Dhonukshe, die werd ontslagen bij de universiteit van Gent, maandag blij te zijn met de uitspraak. Hij beraadt zich op vervolgstappen. "Het is goed nieuws dat een onafhankelijke instelling vaststelt dat de zaak oneerlijk is verlopen. Mijn zeer succesvolle carrière is verwoest, op een onzorgvuldige manier. Dat vraagt om een correctie." 

In een reactie stelt de UU dat zij heeft gehandeld volgens de regels. De universiteit wil de zaak met andere universiteiten gaan bespreken:

Een onderzoek naar wetenschappelijke integriteit wordt door de Universiteit Utrecht met grote zorgvuldigheid gevoerd. Wij zijn ons zeer bewust van de verschillende belangen die er in zulke delicate processen spelen en de mogelijke schade die dit op kan leveren voor betrokken wetenschappers.

De uitkomsten van het rapport van de ombudsman, waarin hij concludeert dat de UU op bepaalde punten de wetenschapper onvoldoende op de hoogte heeft gebracht of betrokken bij het proces, nemen we dan ook ter harte.

Tegelijkertijd staat de inhoudelijke uitkomst van het onderzoek door de commissie wetenschappelijke integriteit (CWI) niet ter discussie en blijft onze eindconclusie van schending van de wetenschappelijke integriteit door de betrokken wetenschapper van kracht.

De UU heeft gehandeld volgens de landelijk geldende klachtenprocedure en zal de kritiekpunten van de ombudsman daarom ook in VSNU verband bespreken.

Facebook Twitter Whatsapp Mail