Wageningen ging niet goed om met onderzoek naar grondwaterpeilingen

Ombudsman: Wageningen liet oren hangen naar opdrachtgever

Body: 

De Wageningen UR heeft een – inmiddels ontslagen – wetenschapper gevraagd om zijn onderzoeksconclusies aan te passen. Zijn academische vrijheid woog minder zwaar dan de goedkeuring van de opdrachtgever, oordeelt de Nationale ombudsman.

De Wageningen UR heeft een – inmiddels ontslagen – wetenschapper gevraagd om zijn onderzoeksconclusies aan te passen. Zijn academische vrijheid woog minder zwaar dan de goedkeuring van de opdrachtgever, oordeelt de Nationale ombudsman.

Wageningen UR wekt de indruk wetenschap op bestelling te hebben geleverd, stelt Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer in het donderdag verschenen rapport: “Een afweging op drassige gronden”. Hij schreef dit rapport op verzoek van de Wageningse onderzoeker “X” die in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onderzoek deed naar de grondwaterstanden in Nederland.

Daarin stond onder meer dat de grondwaterstanden onjuist worden gemeten, waardoor er feitelijk minder sprake is van verdroging dan de overheid aanneemt. Dit heeft nadelige consequenties voor landbouwgronden en natuurbeheer.

Deze conclusie was aanleiding het rapport niet meteen te publiceren. Na een eerste positieve review door collega-wetenschappers volgden een tweede en derde beoordelingsronde. Intussen werd een tweede onderzoek over hetzelfde onderwerp, met andere conclusies, wél gepubliceerd, zodat voor de buitenwereld niet duidelijk werd dat er twijfel kon bestaan over de juistheid van de meting van grondwaterstanden.

Deze gang van zaken wekt volgens de ombudsman de indruk dat de Wageningen UR (WUR) meer belang lijkt te hechten aan een goede relatie met opdrachtgever PBL dan aan een vrij te voeren wetenschappelijk debat over alle onderzoeksresultaten. De resultaten van elke reviewronde werden telkens voorgelegd aan opdrachtgever PBL. Tevens werd X gevraagd om bepaalde conclusies aan te passen.

Zelfs op het moment dat het PBL liet weten niet akkoord te kunnen gaan met de conclusies van het onderzoek en voorstelde om het onderzoek te publiceren zonder dat het als opdrachtgever zou worden genoemd, ging WUR nog steeds niet tot publicatie van het rapport over. Het streven van de WUR leek volgens de ombudsman te zijn gericht op het publiceren van een rapport met conclusies waar het PBL zich in kon vinden.

De ombudsman verwijst in zijn rapport naar de landelijke Gedragscode Wetenschapsbeoefening die ook de WUR heeft aanvaard. Daarin staat dat wetenschapsbeoefenaars hun werk in academische vrijheid en onafhankelijkheid moeten kunnen verrichten en dat een opdrachtgever geen enkele invloed heeft op de onderzoeksresultaten.

De WUR had, zeker toen uit de eerste reviewronde bleek dat het onderzoek gepubliceerd kon worden, de conclusies van X moeten respecteren. Kritische wetenschappelijke discussies daarover hadden vervolgens publiekelijk gevoerd kunnen worden. In plaats daarvan trachtte men X ertoe over te halen een conclusie aan te passen zodat de opdrachtgever PBL hiermee akkoord kon gaan, aldus de ombudsman.

Voor onderzoeker “X” was dit alles aanleiding om een beroep te doen op de klokkenluidersregeling van de WUR. Hij vond dat opdrachtgever PBL en zijn werkgever niet van hem mochten verlangen de conclusies van zijn onderzoek aan te passen. Omdat de onderzoeker ontevreden was over de manier waarop de WUR zijn klokkenluidersmelding behandelde, legde hij zijn klacht aan de Nationale ombudsman voor.

Die constateert dat het PBL en de WUR geen redelijke belangenafweging hebben gemaakt. Als wetenschappelijk onderzoek een reviewronde door is gekomen moet het worden vrijgegeven voor publicatie en wetenschappelijk debat. Verder concludeert de ombudsman dat de WUR geen eerlijk spel speelde door het onderzoek naar aanleiding van de klokkenluidersmelding uit te stellen.

De ombudsman had de WUR verzocht om tijdens zijn onderzoek behoedzaam om te gaan met de rechtspositie van X. Desondanks is deze in de tussentijd ontslagen via de kantonrechter. De ombudsman betreurt deze handelwijze zeer.

In een persbericht ontkent de WUR dat ze de relatie met opdrachtgever PBL heeft laten prevaleren boven het tijdig publiceren van een onderzoeksverslag. “Dat is beslist niet het geval geweest, omdat de discussie was ingegeven door wetenschappelijk verschil van inzicht.”

Dit had de publicatie van het rapport echter niet mogen ophouden, erkent de WUR. Om herhaling te voorkomen zullen de regels rondom het publiceren van onderzoeksrapporten worden aangescherpt.

advertentie

Facebook Twitter Whatsapp Mail