Ook Geesteswetenschappers mogen verlofuren laten uitbetalen

Body: 

Docenten en onderzoekers van Geesteswetenschappen mogen dit jaar net als andere UU’ers verlofuren laten uitbetalen. Dat heeft het universiteitsbestuur besloten. Het faculteitsbestuur van Geesteswetenschappen zei eerder dat dit niet mogelijk was.

Waarom mogen wetenschappelijk medewerkers van Geesteswetenschappen geen verlof inleveren voor extra salaris? Die vraag legde de universiteitsraad vorige week voor aan het universiteitsbestuur. De raad was bang voor rechtsongelijkheid binnen de universiteit.

De U-raad bedong dit voorjaar dat alle UU’ers dit jaar, conform de cao-bepalingen, maximaal 38 uur verlof konden laten uitbetalen. Een dergelijke aanvraag mocht niet, zoals in voorgaande jaren gebeurde, worden weggewimpeld met het argument dat de financiële situatie van de universiteit dit niet toeliet.

De afgelopen weken bleek dat verzoeken van Geesteswetenschappers toch waren verworpen. Niet omdat er geen geld voor is, maar omdat de faculteit geen verlofregistratie meer bijhoudt voor het wetenschappelijk personeel. 

Alleen verlofuren bij extra taken
Sinds 2013 maken bij Geesteswetenschappen docenten en onderzoekers afspraken met hun leidinggevenden over de omvang van hun onderwijsstaken en over de onderzoeksprestaties die van hen verwacht worden. Het wetenschappelijk personeel is sindsdien vrij om de eigen tijd in te delen en zelf te bepalen wanneer er verlof wordt opgenomen.

Die situatie houdt ook in dat docenten en onderzoekers niet langer beschikken over een gespecificeerd aantal verlofuren dat ingezet kan worden voor uitbetaling. Alleen als er extra taken worden verricht, krijgen medewerkers verlofuren die ze hiervoor kunnen gebruiken.

Deze regeling is overigens niet van toepassing op het ondersteunend personeel. Dat kon de afgelopen maanden ook gewoon aanvragen voor uitbetaling van verlof indienen.

Communicatie niet op orde
In een brief (pdf) aan de universiteitsraad stelt het universiteitsbestuur dat de cao ruimte biedt voor individuele werk- en verlofafspraken met medewerkers. Een voorwaarde is dan wel dat deze worden vastgelegd in een formeel ‘functiecontract’.

Dat gebeurt nu alleen bij het Geesteswetenschappen-departement Taal, Literatuur en Communicatie. Dat kreeg in 2008 toestemming van het CvB voor een experiment met een dergelijk contract. Medewerkers met een functiecontract hebben volgens het universiteitsbestuur geen recht op uitbetaling van verlofuren.

De meeste andere Geesteswetenschappers beschikken echter niet over zo’n functiecontract, aldus het universiteitsbestuur. Het is bovendien onduidelijk of alle medewerkers voldoende op de hoogte zijn van de facultaire afspraken en de precieze consequenties daarvan voor de uitbetaling van verlof. Vooral de communicatie met tijdelijke medewerkers hierover laat te wensen over.

Voor alle medewerkers zonder functiecontract komt er daarom een coulanceregeling, heeft het universiteitsbestuur samen met Geesteswetenschappen besloten. Zij mogen dit jaar toch 38 uur verlof laten uitbetalen. De universitaire deadline voor aanvragen wordt voor deze groep verlengd naar 15 november. De faculteit moet voor die datum ook zorgen voor een duidelijke regeling voor volgende jaren.

Een hoge werkdruk
Universiteitsraadslid Ernst-Otto Onnasch is verheugd over de beslissing van de universiteitsbestuur. Het ergert hem dat het faculteitsbestuur van Geesteswetenschappen lange tijd op zijn strepen bleef staan. “We weten dat de werkdruk erg hoog is. Geesteswetenschappers maken allemaal meer uren dan waarvoor ze betaald krijgen. Waarom ben je dan niet wat ruimhartiger als dit soort zaken spelen, wat mij betreft ook voor de mensen met een functiecontract.”

Faculteitsdirecteur Rob Grift erkent dat er hard gewerkt wordt door docenten en onderzoekers. “Maar wij vinden tegelijkertijd dat het past bij een volwassen arbeidsrelatie als medewerkers en leidinggevenden in onderling overleg afspraken maken over prestaties en verlof. Verlofregistratie is dan overbodig. We moeten nu gaan kijken hoe we die gedachte in de komende jaren kunnen verenigen met wat het universiteitsbestuur nu van ons vraagt.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail