Foto: Pixabay

'RIVM-onderzoek naar studentenwelzijn is niet representatief'

Body: 

Volgens een alarmerend onderzoek ervaren veel studenten mentale problemen en stress. Maar klopt dat wel als relatief maar zo weinig studenten de vragenlijst invulden? Twee deskundigen denken van niet.

Read in English

Het langverwachte onderzoek van het RIVM, het Trimbos Instituut en de GGD schetste onlangs een zorgwekkend beeld van het studentenwelzijn. Ten tijde van de lockdown in de derde coronagolf voelde twee op de drie studenten zich emotioneel uitgeput, staat in de Monitor mentale gezondheid en middelengebruik. Een kwart was weleens levensmoe en had dan de wens om na het inslapen nooit meer wakker te worden. Ook dronken en blowden ze veel.

Studentenorganisaties, hogescholen en universiteiten reageerden geschokt. Minister Van Engelshoven gebruikt het rapport om te benadrukken dat een nieuwe lockdown van het hoger onderwijs grote risico’s oplevert voor het mentale welzijn van studenten.

Maar zijn studenten echt zo somber? UvA-hoogleraar psychologische methoden Han van der Maas denkt van niet. “Het onderzoek waar men zo van schrikt, is niet valide”, schreef hij in de Volkskrant. “Slechts 11,7 procent van de 250.000 benaderde studenten vulde de vragenlijsten in. Waarschijnlijk zijn studenten met psychische klachten veel meer geneigd te responderen.”

Zwakke plek
“Ik zie de laatste jaren veel onderzoeken verschijnen die, net als dit, in veel opzichten goed zijn uitgevoerd”, zegt Van der Maas desgevraagd. “Maar ze hebben één heel zwakke plek en dat is de manier waarop de steekproef is samengesteld. Mensen worden via een website of een brief uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen en dan is het responspercentage vaak zo laag, dat je niet weet welke zelfselectie er heeft plaatsgevonden.”

Dat geldt volgens hem ook voor het RIVM-rapport. “Het leidt zeer waarschijnlijk tot een forse vertekening van de resultaten. De bijna 90 procent van de studenten die de vragenlijst van 20 minuten niet heeft ingevuld scoort waarschijnlijk aanzienlijk anders op vragen over eenzaamheid en levensmoeheid.”

Hij wijst op internationale studies naar geluk. “Nederland stond in 2019 met een 7,5 opnieuw in de top 5 van de wereld. Natuurlijk heerst er nu corona en dat maakt het leven niet leuker. Maar de 6 die studenten volgens dezelfde onderzoeksmethode in het RIVM-onderzoek scoren is van het niveau Mexico. Daar leven mensen toch wel in heel andere omstandigheden dan onze studenten ten tijde van corona.”

Terughoudend
Gezondheidspsycholoog Peter van der Velden, senior onderzoeker bij Centerdata en voormalig hoogleraar victimologie van Tilburg University, deelt Van der Maas’ kritiek. “De grote publiciteit rond het onderzoek wordt niet gerechtvaardigd door de kwaliteit ervan. Zo’n lage respons, dat kan gebeuren, maar dan moet je als onderzoeker wel heel terughoudend zijn met de resultaten. Zeker als je er bovendien niet bij betrekt hoe het met deze studenten ging vóór corona. Dan weet je namelijk niet of de problemen zijn toegenomen of afgenomen.”

Van der Velden en zijn collega’s doen onderzoek naar welzijn en corona. “We doen dat met behulp van het LISS-panel dat is gebaseerd op een willekeurige steekproef van de Nederlandse bevolking. Het bestaat uit ruim 6.500 leden. Wat we zagen in december 2020 is dat jongeren meer psychische problemen hebben dan ouderen, maar dat was het jaar vóór corona ook zo. Dus ja, jongeren hebben meer psychische problemen dan ouderen, maar dat komt niet allemaal door corona.”

Uit vijfjaarlijks onderzoek onder jongeren, dat zijn instituut in december herhaalde, blijkt volgens hem een lichte toename van psychische problemen. “Maar er gebeurt niet iets waar je je meteen grote zorgen over moet maken. Uit het jaarlijkse onderzoek van het CBS, dat ook heel representatief is, blijkt hetzelfde. Niets wijst erop dat het in Nederland gruwelijk verkeerd gaat met jongeren van die leeftijd.”

UvA-hoogleraar Van der Maas zou het interessant vinden om een vervolgonderzoek te doen met de vragenlijst van het RIVM-onderzoek. “Ik heb de neiging om een deel van de vragenlijst gewoon ouderwets af te nemen op de campus van één instelling, onder iets van duizend studenten. Dat is veel werk, maar de non response is dan veel lager. Als daar weer dezelfde getallen uitkomen, dan moet ik mijn ongelijk bekennen, maar ik heb het vermoeden dat je dan echt wel andere data krijgt. Met een respons van 75 procent zou je het huidige onderzoeksresultaat goed kunnen checken.”

Te makkelijk
In een schriftelijk weerwoord onderkennen de makers van de Monitor dat de lage respons een beperking van hun onderzoek is. “We beschrijven dit op diverse plekken in het rapport en hebben (…) voorzichtigheid betracht in onze conclusies.”

De onderzoekers sluiten niet uit dat relatief meer studenten met psychische klachten de vragenlijst hebben ingevuld. “Als zo’n bias heeft opgetreden, kan dit hebben bijgedragen aan het vinden van een negatiever beeld van de mentale gezondheid dan dat er in de algemene studentenpopulatie daadwerkelijk is.”

Hoe groot deze mogelijke vertekening is, laat zich volgens hen lastig vaststellen. “Echter, het is naar onze mening te makkelijk en niet terecht om de bevindingen enkel en alleen aan deze mogelijkheid toe te schrijven.”

Om dat te onderstrepen wijzen ze onder meer op ander onderzoek van het RIVM en het CBS waaruit blijkt dat jongvolwassenen tijdens de derde coronagolf  “beduidend vaker psychische klachten hadden dan de algemene bevolking”.

Ten slotte benadrukken ze dat bijna 30.000 studenten van 15 verschillende instellingen meewerkten aan het onderzoek. “Het gaat dus niet om zoals gesteld ‘weinig studenten’ die de vragenlijst hebben ingevuld.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail