Studentenbonden vinden voorlichting over leenstelsel nu best ok

Vakbond FNV Jong noemt de voorlichting over het nieuwe leenstelsel “een lachertje”. Maar studentenorganisaties zijn best tevreden met de campagne en werken er graag aan mee.

De ochtend nadat de basisbeurs definitief werd afgeschaft, kon het ministerie van Onderwijs ‘losgaan’ met een grootschalige voorlichtingscampagne. Er kwamen advertenties, flyers en radiospotjes, en eindexamenkandidaten krijgen binnenkort een brief met uitleg. Afgelopen zaterdag maakte minister Bussemaker van Onderwijs een tour langs open dagen van hogescholen en universiteiten.

In aanloop naar het debat over het leenstelsel klaagden scholieren en studenten namelijk niet alleen over het verlies van de basisbeurs, maar liepen ze ook te hoop tegen de in hun ogen gebrekkige voorlichting van het ministerie.

Dat is nu anders. Blij met de beslissing zijn ze nog steeds niet, maar de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) en het Interstedelijke Studenten Overleg (ISO) zijn best te spreken over de manier waarop de minister het leenstelsel uitlegt.

LSVb en ISO zaten zaterdag zelfs in bus bij de minister om gezamenlijk uitleg te geven aan aankomend studenten. Is dat niet wat vreemd, gezien hun verzet tegen de maatregel?

“Ik kan me wel voorstellen dat mensen dat denken”, antwoordt LSVb-voorzitter Tom Hoven. “Maar het is nu ook onze verantwoordelijkheid om te zorgen dat studenten de juiste informatie krijgen. Daarom doen we mee aan de bustour.”

Bestuurslid Marjelle Boorsma van FNV Jong is niet gevraagd, maar “ik zou het ook niet over mijn hart kunnen verkrijgen om ineens zij aan zij met de minister vrolijk voorlichting te gaan geven”, zegt ze desgevraagd. De campagne vindt ze “echt een lachertje. De minister zegt bijvoorbeeld dat er voor huidige studenten niets verandert. Dat is niet zo.”

Opvallend is dat alleen FNV Jong de gevolgen voor universitaire bachelorstudenten onderstreept: “Volg je nu een WO-bachelor, dan behoud je het recht op 3 jaar basisbeurs. De ‘masterstudiefinanciering’, die je eerst ook kon gebruiken voor de uitloop van je bachelor, vervalt”, staat er op de website.

Op de website van de LSVb en in een stroomschema van het ISO is dit minder helder geformuleerd. Dat komt omdat dat vierde jaar eigenlijk bij de master hoort, legt ISO-bestuurslid Rosanne Broekhuizen uit. “Maar bij studenten bestaat hier inderdaad onduidelijkheid over.”

Het ISO zit in de jury van een essaywedstrijd die minister Bussemaker vanmorgen aankondigde in nrc.next. Ze roept studenten op hun “toekomstdromen” voor het hoger onderwijs in te sturen, omdat er structureel 1 miljard vrij zou komen. Dat is een wat optimistische rekensom, moet het ISO daar zijn naam wel aan verbinden?

“Bij dat bedrag kun je inderdaad vraagtekens zetten”, antwoordt Broekhuizen. “En we zijn nog steeds tegen het leenstelsel, dat weet het ministerie ook. Maar voor ons is het  op dit moment belangrijk om samen met studenten te kijken waar dat geld heen moet. Dat is onze focus.” 

Advertentie