Twee Vici-winnaars op één gang

Ganggenoten Gerben Ruessink (l) en Maarten Kleinhans (r) sleepten beiden een Vici-beurs in de wacht

De prosecco ging open op de tweede verdieping van de Zonneveldvleugel van het Van Unnikgebouw. De Utrechtse fysisch geografen Gerben Ruessink en Maarten Kleinhans krijgen allebei een prestigieuze Vici-beurs krijgen. Hun werkkamers liggen luttele meters van elkaar.

Mooier kan het bijna niet, erkent hoogleraar fysische geografie Gerben Ruessink. Minstens tien keer had hij donderdag de e-mail van wetenschapsfinancier NWO gecheckt, maar het stond er echt: hij krijgt een Vici-beurs van 1.5 miljoen euro. Toen hij jubelend de gang opliep, kwam hij daar collega en overbuurman Maarten Kleinhans tegen die ook een Vici-aanvraag had ingediend. “Ga jij eens snel kijken, zei ik.” Binnen enkele minuten kwam ook universitair hoofddocent Kleinhans roffelend zijn kamer uit. Ruessink: “Toen was de prosecco snel gevonden.”

Ruessink en Kleinhans zijn twee van de 31 winnaars van de beurzen waarmee topwetenschappers in vijf jaar tijd een onderzoeksgroep kunnen opbouwen. In totaal waren er dit jaar 202 aanvragen, waardoor de slaagkans van een aanvraag slechts 15 procent bedroeg.

Het was deze week helemaal feest bij de faculteit Geowetenschappen. Aardwetenschapper Caroline Slomp viel eveneens in de prijzen. In totaal waren er vijf Vici-beurzen voor UU’ers. Ook wiskundige Marius Crainic en geneticus Edwin Cuppen behoren tot de gelukkigen.

De Vrije Universiteit en haar medisch centrum slepen dit jaar maar liefst acht Vici-beurzen in de wacht. De Universiteit Utrecht en de Rijksuniversiteit Groningen (vier beurzen) volgen.

Dat twee Vici-winnaars hemelsbreed op nog geen zes meter afstand van elkaar zitten is bijzonder, maar de band gaat nog verder. Kleinhans studeerde ooit af bij Ruessink en de eerste wetenschappelijke publicatie van Kleinhans betrof een hoofdstuk uit het proefschrift van Ruessink. De twee onderzoekers zaten bovendien jarenlang bij elkaar op de kamer. “We komen privé ook nog wel eens bij elkaar over de vloer.”

In de afgelopen maanden hielden de twee elkaar minutieus op de hoogte van de hordes die ze hadden genomen in de afvalrace naar een Vici-beurs. “We vertelden steeds hoe het was gegaan, maar we lieten elkaar niet onze inhoudelijke voorstellen lezen. Dat ging te ver. Wat dat betreft was Maarten net zozeer een concurrent als iemand van een andere universiteit. Maar we gunden het elkaar wel.”

De twee onderzoeksvoorstellen richtten zich overigens op verschillende thema’s, legt Ruessink uit. Kleinhans wil de invloed van eb en vloed op geulen en zandbanken in riviermondingen onderzoeken. Hij is er als eerste in geslaagd om de mechanismen na te bootsen in een experimentele opstelling. Met de Vici-gelden kan de onderzoeker aan de slag met een nieuwe gootopstelling in een Earth Simulation Lab dat in het voormalig Van der Graaffgebouw wordt ondergebracht.

Zelf gaat Ruessink bekijken hoe zand van het strand de duinen inwaait en in welke hoeveelheden. Het verstuiven van strandzand draagt volgens hem bij aan grotere ecologische diversiteit van het duinlandschap en een betere bescherming tegen de stijging van de zeespiegel.

Nu de twee ganggenoten beiden in de prijzen zijn gevallen, doemen er wel twee "luxeproblemen" op. Samen kunnen ze waarschijnlijk zes promovendi aannemen en ook nog twee of drie postdocs. Ruessink: “Dat betekent in de eerste plaats een acuut ruimtegebrek. Daarnaast vissen we toch een beetje in dezelfde vijver van talentvolle onderzoekers, dat moeten we ook oplossen. Maar ik weet zeker dat we daar wel uitkomen.”

De Vici-subsidies zijn de punt van de piramide in de ‘vernieuwingsimpuls’. Ze zijn bestemd voor vooraanstaande wetenschappers die grensverleggend, innovatief onderzoek doen. Recent gepromoveerde onderzoekers kunnen een Veni-beurs aanvragen, voor ervaren postdocs is de Vidi-beurs bedoeld. De beurzen ontlenen hun naam aan het bericht dat Julius Caesar na een gewonnen veldslag aan de senaat van Rome stuurde: Veni, vidi, vici (ik kwam, ik zag, ik overwon).

Advertentie