Universiteit opent hoogbegaafdencentrum

Body: 

De Universiteit Utrecht opende vorige week het Pieter Span Expertisecentrum voor hoogbegaafden. Het centrum zal zich ook buigen over hoogbegaafde studenten voor wie de verschoolsing van het academisch onderwijs steeds vaker een struikelblok is.

De Universiteit Utrecht opende vorige week het Pieter Span Expertisecentrum voor hoogbegaafden. Het centrum zal zich ook buigen over hoogbegaafde studenten voor wie de verschoolsing van het academisch onderwijs steeds vaker een struikelblok is.

“In Nederland vormen hoogbegaafden een risicogroep”, zegt Hans van Luit, hoogleraar Diagnostiek van de dyscalculie, een leerstoornis op het gebied van rekenen. “Onze maatschappij richt zich niet echt op kinderen die intellectueel uitblinken. Maar als een school laks met deze kinderen omgaat, loop je de kans dat ze motivatie- of leerproblemen ontwikkelen.

"We zien dat op het Ambulatorium, het jeugdpsychologische centrum in De Uithof, soms kinderen binnenkomen waarvan scholen beweren dat ze niet kunnen schrijven. Maar dan blijken ze juist een uitzonderlijk probleemoplossend vermogen te hebben. En ze schrijven niet slordig omdat ze het niet kunnen, maar omdat ze tegen de tijd dat de school ze schrijven wil leren, ze zich zelf al een eigen manier van schrijven hebben aangeleerd. Deze groep heeft dan de motivatie niet meer om volgens schoolse regels te leren schrijven.”

Er moet ook passend onderwijs voor hoogbegaafden komen
Het Pieter Span Expertisecentrum, genoemd naar de Utrechtse psycholoogen en pedagoog Pieter Span,  wil voorkomen dat zulke kinderen vastlopen. “We zijn daarbij afhankelijk van ouders die om hulp vragen. Vaak gebeurt dat pas als kinderen al zijn vastgelopen. Het betreft een kleine, vaste groep, de bovenste twee percentielen van de range van de IQ-score. Idealiter halen deze kinderen het hoger onderwijs. Het is daarvoor echter niet voldoende om ze in het basis- en middelbaaronderwijs een moeilijker boekje te geven of achter een computer te zetten. Je moet ze op de juiste manier begeleiden. We vinden dat de nieuwe Wet passend onderwijs niet alleen voor de minder begaafde, maar ook voor de hoogbegaafde kinderen moet gelden.”

Tot nu toe moesten ouders met het vermoeden dat de sociale of leerproblemen van hun kinderen te wijten waren aan hoogbegaafdheid naar een particulier centrum, de PABU, de Psychologische Adviespraktijk Begaafden Utrecht. “De meeste medewerkers daarvan hebben de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Na de stormloop van aanmeldingen in de jaren tachtig en negentig, komen er nu ook niet zoveel aanvragen meer binnen. Maar de praktijk heeft een schat aan expertise opgebouwd die we graag willen behouden in ons Ambulatorium.”

Bij hoogbegaafden is geen medische of fysiologische oorzaak aanwijsbaar
Het Ambulatorium is een psychologisch behandelcentrum, maar wel eentje die is ingebed in het lopende academische en medische onderzoek. “We hebben hier al ruime ervaring met kinderen met leerproblemen, maar dan vaak met een normaal IQ. Hoogbegaafden met leerproblemen, dyslexie of dyscalculie zijn daarvan te onderscheiden door te kijken naar hun probleemoplossend vermogen.”

Terwijl bij dyslexie of dyscalculie hersenonderzoek een steeds nauwkeuriger beeld geeft van de aandoeningen, lijkt er bij hoogbegaafdheid nog geen medische of fysiologische oorzaak aanwijsbaar voor de eigenschap. “Maar voor de diagnose van hoogbegaafdheid kijken we echt niet alleen naar de  IQ-score. We hebben een hele lijst eigenschappen waar je aan moet voldoen om hoogbegaafd te zijn.”

Voor hoogbegaafden is universiteit het Walhalla.
Het nieuwe expertisecentrum biedt de universiteit ook de mogelijkheid een centralere aanpak te ontwikkelen. Uiteindelijk zullen de hoogbegaafden in het basis- en voortgezet onderwijs later in het hoger onderwijs waarschijnlijk tot de beste studenten gaan horen.

“Voor hoogbegaafden is de academie het Walhalla. Vanwege de eigen invulling bij studeren, de inhoudgerichtheid en het kunnen volgen van eigen interesses, bijvoorbeeld. Vaak zie je de hoogbegaafden terug in de allerlastigste en pittigste studies. Eigenlijk ligt het dus voor de hand hoogbegaafden die klaar zijn met de leerstof in het basis- en middelbaar onderwijs al wat voor te gaan voorbereiden op wat ze later op de academie aantreffen. Zo vang je immers twee vliegen in één klap: op school doen ze in uurtjes die ze overhebben iets zinvols en op de universiteit kunnen ze een vliegende start maken."

Verschoolsing is probleem voor hoogbegaafde studenten
Rob van der Vaart, decaan van het University College Utrecht voorziet mogelijke problemen met hoogbegaafde studenten doordat het hoger onderwijs gaat ‘verschoolsen. Je ziet die verschoolsing volgens hem door de massaliteit, de regeldruk vanuit de overheid voor een vast colloquium, de verplichte colleges, de vaste contacturen en het gebrek aan financiële middelen.

“Tot voor kort hadden we helemaal geen speciale begeleiding voor hoogbegaafden, maar nu komen er ook in het hoger onderwijs steeds meer issues naar boven. Een vast dichtgetimmerd programma past nu eenmaal minder bij een student die veel eigen ruimte nodig heeft. Het zou logisch zijn als het nieuwe Pieter Span Expertisecentrum en de decanen gezamenlijk een plan zouden maken voor de omgang met hoogbegaafden.”

Ook hoogbegaafde studenten hebben soms hulp nodig
Studentenpsychologe Jeanette van Rees ziet ook op haar spreekuren studenten met de diagnose hoogbegaafd langskomen. “Soms zijn ze veel jonger dan hun studiegenoten omdat ze zoveel klassen hebben overgeslagen. Of ze hebben zo’n afwijkend leerpad doorlopen dat ze niet meer kunnen wennen aan het reguliere onderwijs. Vroeger verwees ik deze studenten altijd door naar het PABU. Nu zal dat het Pieter Span expertisecentrum zijn. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat ze goed weten hoeveel mogelijkheden ze hier hebben hun eigen interesses te volgen.”

Net als Van Rees is Van der Vaart ervan overtuigd dat het academische aanbod breed genoeg is om ook de hoogbegaafde studenten die veel eigen ruimte nodig hebben, te geven wat ze nodig hebben. “Bij de faculteiten hebben we de honourstrajecten voor de studenten met een uitzonderlijke motivatie en hoge cijfers. Bij de bètafaculteiten kunnen studenten in het TWIN-project zelfs twee vakstudies, zoals natuur- en wiskunde, naast elkaar doen. En daarnaast hebben we nog het University College, waar ze nagenoeg hun eigen studieprogramma zelf kunnen samenstellen. Zelfs als de faculteiten verschoolsen, zal UCU waarlijk academisch blijven.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail