UU kan aan de slag met basisbeursmiljoenen

Foto DUB

Na een bezoek aan de UU half mei was de adviescommissie nog behoorlijk kritisch over de plannen die de UU had opgesteld om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren met de basisbeursmiljoenen. De universiteit kreeg een voldoende, maar het was de commissie “niet gemakkelijk” gemaakt, aldus voorzitter Ton van Haaften destijds in eerste presentatie van de bevindingen.

De commissie uitte zijn twijfels over de betrokkenheid van studenten bij de voorgestelde acties. Ook was niet geheel duidelijk hoe realistisch de Utrechtse plannen waren. In het uiteindelijke adviesrapport aan de NVAO - te lezen via de website van de UU - komen beide kanttekeningen wel terug, maar is de toon veel positiever.

De keurmeester heeft deze maand aan de UU laten weten de adviezen van de commissie over te nemen. Vanzelfsprekend is de goedkeuring zeker niet. Voor de zomer maakte NVAO-voorzitter Flierman bekend dat de plannen van 10 van de 23 beoordeelde instellingen in eerste instantie onvoldoende zijn bevonden.

Grote betrokkenheid
De Utrechtse faculteiten stelden vorig jaar plannen op voor de verbetering van het universitaire onderwijs met behulp van de basisbeursmiljoenen. Tussen 2019 en 2024 krijgt de UU extra geld oplopend van 9 naar 27 miljoen euro.

De meeste faculteiten leggen de nadruk op meer docenten, meer tijd voor docenten en verdere professionalisering van docenten. Zij vullen dit op verschillende manieren in. Zo heeft Geesteswetenschappen ervoor gekozen meer tijd voor de begeleiding van scripties en Bètawetenschappen voor het aanstellen van twaalf aio’s en postdocs als super teaching assistants.

De adviescommissie kan zich prima vinden in de keuzes die er in Utrecht zijn gemaakt, zo bleek in mei al. In het adviesrapport uit de commissie nu ook waardering voor het proces dat tot die keuzes heeft geleid. Eerdere observaties over stroperige medezeggenschap en besturen die te lang te weinig deden, worden in het rapport gerelativeerd. Inspraakorganen en bestuurders moesten vooral wennen aan de bottom-up-benadering waarvoor gekozen was, luidt de conclusie.

Volgens de commissie was “de betrokkenheid van de medezeggenschap op centraal en decentraal niveau groot” en heeft de studentengeleding zich “zeer actief” opgesteld. Zij constateert: “De medezeggenschap is uiteindelijk tevreden met de plannen die nu op tafel liggen en voelt zich ook voldoende betrokken en gefaciliteerd in het proces.”

Meer aandacht voor monitoring
De meeste moeite had de adviescommissie met het beantwoorden van de vraag of de Utrechtse plannen wel concreet en haalbaar waren en of de universiteit wel in de gaten hield of de plannen inderdaad resultaat hadden. Vooral de gesprekken met studenten en docenten van verschillende faculteiten hebben de commissie gerustgesteld, zo is in het rapport te lezen. Wel krijgt de UU de raad om meer aandacht te besteden aan de evaluatie en monitoring van de verschillende facultaire projecten. Dit om te voorkomen dat er problemen komen als de besteding van de studievoorschotmiddelen getoetst worden.

Die aanbeveling is inmiddels al opgevolgd. De faculteiten moeten uiterlijk begin februari een implementatie- en monitoringsplan aanleveren. Met behulp van dat plan wil het universiteitsbestuur in de gaten gaan houden of er voldoende voortgang wordt geboekt.

Advertentie