Foto DUB

UU trekt beloning dertig vrouwelijke wetenschappers recht

Body: 

De Universiteit Utrecht heeft de afgelopen twee jaar dertig vrouwelijke wetenschappers bevorderd naar een hoger functieniveau. Dit gebeurde na een onderzoek naar de loonkloof tussen mannen en vrouwen aan de UU.

Read in English

Uit een onderzoek van hoogleraar Belle Derks bleek twee jaar geleden dat vrouwelijke universitair docenten en universitair hoofddocenten aan de UU minder vaak op het hoogste niveau binnen die functies werkzaam zijn dan aan andere Nederlandse universiteiten.

De universitaire functies voor wetenschappers in vaste dienst kennen twee niveaus: 1 is het hoogste en 2 het laagste. Bij de ud’s werkt in Utrecht 45 procent op niveau 1, tegenover 49 procent landelijk. Bij de uhd’s gaat het om 31,8 procent, tegenover landelijk 39,8 procent.

Utrechtse vrouwelijke hoogleraren werken wél vaker op functieniveau 1 dan het landelijk gemiddelde, maar daarbij gaat het nog steeds om een relatief laag percentage vrouwen (UU: 24,4 procent, landelijk: 18,2 procent).

Het kleinere aandeel vrouwen op de hoogste functieniveaus was voor de UU aanleiding om alle decanen te vragen te onderzoeken of de verschillen tussen mannen en vrouwen wat betreft het functieniveau gerechtvaardigd zijn, gelet op de criteria die daarvoor gelden. Mogelijk was er sprake van een bias en zouden vrouwen bevorderd moeten worden. Het resultaat van deze operatie was ruim dertig bevorderingen, laat het universiteitsbestuur weten. Daarmee is op jaarbasis 100.000 euro extra loonkosten gemoeid.

Volgens het Utrechtse collegelid Annetje Ottow is de bewustwording over loonverschillen belangrijk. “Bij de UU is de loonkloof kleiner dan gemiddeld aan universiteiten, maar er is werk aan de winkel. We blijven als CvB samen met de faculteiten werken aan betere doorstroom van vrouwen op de academische ladder.”

Verschillen in beloning
Belle Derks bracht in 2016 voor het Landelijk Netwerk Vrouwelijke hoogleraren de landelijke loonkloof onder wetenschappers in kaart. Daarna werd ze door het Utrechtse universiteitsbestuur gevraagd ook te rapporteren over de Utrechtse situatie. De UU was hiermee evenals de VU eerder dan de Tilburgse universiteit, die vorige week de resultaten openbaarde. De UU bracht de bevindingen niet eerder naar buiten, maar doet dat nu desgevraagd wel.

Uit het onderzoek van Derks blijkt dat mannelijke hoogleraren, uhd’s en ud’s in 2015 aan de UU gemiddeld 697 euro bruto per maand meer verdienden dan de vrouwen in die posities. In het landelijke onderzoek was dat 798 euro. De verschillen bij de faculteiten Rebo (586 euro) en Bèta (471 euro) waren in Utrecht het grootst. Mannelijke wetenschappers daar waren met gemiddeld respectievelijk 5961 euro en 5798 euro bruto per maand ook de grootverdieners aan de UU. Bij Sociale Wetenschappen (43 euro) was het verschil tussen vrouwen en mannen het kleinst.

Als leeftijd buiten beschouwing wordt gelaten, blijft er een salarisverschil van 393 euro over (landelijk 390 euro).  Vrouwen zijn gemiddeld jonger dan mannen aan de UU, vooral omdat veel vrouwen pas recent vaste banen hebben gekregen of promotie hebben gemaakt.

Wie dan nog corrigeert voor het feit dat vrouwen vaak in lagere functies werken dan mannen (261 euro) en vaker op een lager niveaus binnen een functie (37 euro), komt in Utrecht uit op een onverklaard verschil van 6 euro. Landelijk was dat 53 euro, in Tilburg zelfs 175 euro.

salarisverschil-697.jpg

Grafiek uit het UU-onderzoek over welke factoren de beloningsverschillen bepalen en de mate waarin dat gebeurt.

Vinger aan de pols
Uit het onderzoek blijkt overigens ook dat in Utrecht een groter deel van de ud-, uhd- en hooglerarenbanen vervuld worden door vrouwen dan landelijk. Maar in Utrecht was in 2018 nog steeds slechts 27, 9 procent van de hoogleraren aan de UU vrouw.

Volgens Ottow blijft bevordering binnen functieschalen een regulier onderdeel van het personeelsbeleid. “Om een vinger aan de pols te houden en te beoordelen of we op de goede weg zijn en waar bijsturing nodig is, vragen we Belle Derks haar onderzoek te herhalen op basis van de cijfers uit 2019.”

Facebook Twitter Whatsapp Mail