Vijf van de tien nieuwe leden Jonge Akademie komen uit Utrecht

Body: 

Tien veelbelovende onderzoekers mogen dit jaar toetreden tot de Jonge Akademie, de “jeugdafdeling" van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Liefst vijf komen er uit Utrecht.

Tien veelbelovende onderzoekers mogen dit jaar toetreden tot de Jonge Akademie, de “jeugdafdeling" van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Liefst vijf komen er uit Utrecht.

De nieuw benoemde Utrechtse leden zijn chemicus Pieter Bruijnincx, psychologe Belle Derks, statisticus Rens van der Schoot, neuropsycholoog Stefan van der Stigchel en psychiater Christiaan Vinkers. Zij worden op 29 maart officieel geïnstalleerd in het Amsterdamse Trippenhuis.

Op dit moment zijn er acht Utrechtse onderzoekers lid. In totaal telt de Jonge Akademie vijftig leden. Het lidmaatschap vervalt automatisch na vijf jaar.

De Jonge Akademie werd in 2005 opgericht om jonge onderzoekers in contact te brengen met collega’s uit andere vakgebieden. Leden zijn afkomstig uit alle wetenschapsgebieden. Om in aanmerking te komen voor het lidmaatschap moet een onderzoeker minder dan tien jaar geleden zijn gepromoveerd en beschikken over een brede belangstelling voor de wetenschap en wetenschapscommunicatie.

De Jonge Akademie organiseert interdisciplinaire wetenschappelijke bijeenkomsten, geeft haar mening over maatschappelijke en politieke thema's en wil het brede publiek enthousiasmeren voor de wetenschap.

Wie zijn die Utrechtse talenten?

Pieter Bruijnincx (anorganische chemie & katalyse)
Het onderzoek van Pieter Bruijnincx (1979) draait om het ontwikkelen van nieuwe katalysatoren en syntheseroutes voor de productie van ‘groene’ chemische bouwstenen uit biomassa. Deze zijn onontbeerlijk voor het verduurzamen van de chemische industrie. Voor dit maatschappelijk belangrijke vraagstuk slaat hij de handen ineen met industriële partners en combineert zo fundamenteel en toegepast onderzoek. Bruijnincx is actief in outreach en ontwikkelde onder meer een les- en practicummodule rond biomassaconversie en katalyse voor middelbare scholieren.

Belle Derks (sociale en organisatiepsychologie)
Belle Derks (1979) ontwikkelde een vernieuwende onderzoekslijn op het snijvlak van sociale psychologie en de neurowetenschappen. Zeer actueel is haar onderzoek naar de onbewuste effecten van discriminatie en stereotypering op de motivatie en prestatie van vrouwen en minderheden. Bevindingen uit deze studies maken het mogelijk samenhangend beleid te ontwikkelen op het vlak van diversiteit in organisaties. Derks is verder onder meer een internationaal expert op het Queen Bee-effect: vrouwelijke leidinggevenden die de carrière van jongere seksegenoten tegenwerken.

Rens van de Schoot (toegepaste statistiek)
Als gepassioneerd onderzoeker op gebied van de toegepaste statistiek zoekt Rens van de Schoot (1979) van nature de samenwerking met wetenschappers uit andere disciplines. Rode draad in zijn werk is het ontwikkelen van methoden om kennis van experts (zoals artsen, verpleegkundigen, docenten) te integreren in data-analyses. Dit om met meer zekerheid uitspraken te kunnen doen dan mogelijk is op basis van data alleen. Zo kan de kennis van een docent over een leerling dan bijvoorbeeld ‘opgeteld’ worden bij een testuitslag. In zijn begeleiding van jonge onderzoekers legt Van de Schoot de nadruk op transparantie en wetenschappelijke integriteit.

Stefan van der Stigchel (psychologische functieleer)
Vanuit de optiek van jonge onderzoekers mengt Stefan van der Stigchel (1980) zich regelmatig in (media)discussies over wetenschapsbeleid. Kwesties op het snijvlak van wetenschap en maatschappij hebben zijn grote belangstelling. Van der Stigchel is een zeer veelzijdig onderzoeker, die zowel werkt aan fundamentele vragen over onbewuste invloeden op gedrag als aan aandachtsprocessen bij mensen met hersenbeschadiging. Om tot resultaat te komen combineert hij kennis uit verschillende vakgebieden zoals de experimentele psychologie, neuropsychologie en de neurorevalidatie.

Christiaan Vinkers (psychiatrie)
Afgestudeerd in zowel farmacie en rechten als geneeskunde kan Christiaan Vinkers (1980) met recht een multitalent genoemd worden. Naast zijn klinische werk als psychiater in het UMC Utrecht stuurt hij ook een productieve onderzoekslijn aan gericht op factoren die kwetsbaarheid en veerkracht van het brein beïnvloeden. Zo heeft hij aangetoond dat stress het risico op (psychiatrische) ziekten kan verhogen en biologische factoren geïdentificeerd die daar een rol in spelen. Vinkers wil graag wetenschappelijke kennis voor een breed publiek ontsluiten en zette daartoe onder meer www.dejongepsychiater.nl op om informatie over psychiatrische onderwerpen toegankelijk te maken.

Facebook Twitter Whatsapp Mail