Foto DUB

Wederzijdse minachting tussen onderzoekers van hogescholen en universiteiten

Body: 

De samenwerking tussen hogescholen en universiteiten op het gebied van onderzoek is niet optimaal. Vooroordelen maken de kloof groter dan hij in werkelijkheid hoeft te zijn, concludeert onderzoeksbureau Researchned.  

Eind december presenteert minister Van Engelshoven haar Strategische Agenda Hoger Onderwijs, waarin ze het beleid voor de komende jaren uiteenzet. Met het oog daarop heeft ze Researchned gevraagd uit te zoeken hoe het zit met de samenwerking tussen hogescholen en universiteiten op het gebied van onderzoek. Ook wilde ze weten hoe hogescholen in andere landen omgaan met het promotierecht.

Relevant
Onderzoekers van hogescholen en universiteiten verschillen nogal van mening, blijkt uit interviews met dertig lectoren en hoogleraren. Zo zeiden veel wo-geïnterviewden dat er amper samenwerking plaatsvindt en dat hun faculteit het belang er ook niet van inziet. Volgens de lectoren is de samenwerking met universiteiten daarentegen best goed.

Dit tegengestelde perspectief heeft voor een deel te maken met het verschil in onderzoekscapaciteit. De onderzoeksgroepen van het lectoraat zijn veel kleiner en ze hebben veel minder geld te besteden. “Al zouden alle lectoraten intensief met universiteiten samenwerken, dan nog kunnen belangrijke delen van het wo hier weinig van merken en kan er binnen universiteiten de indruk bestaan dat de lectoraten weinig relevant zijn”, aldus het rapport.

Kloof
Maar de gebrekkige relatie heeft volgens Researchned ook te maken met de verschillen in cultuur en focus en de onbekendheid bij universiteiten met onderzoek in het hbo. “Er lijkt sprake te zijn van een wederzijds ‘dedain’ en van een kloof die als groter wordt ervaren dan die in werkelijkheid kan zijn.” Onderzoekers van universiteiten zouden in een ivoren toren leven en wereldvreemd zijn. Lectoren zouden zich enkel bezighouden met ‘hobbytrajecten’ van een mindere kwaliteit dan wetenschappelijk onderzoek.

Promovendi
Als er samenwerking is, dan gebeurt dat meestal in promotietrajecten. Ook bij de zorg, techniek en de lerarenopleidingen zijn er samenwerkingsprojecten. Dubbelaanstellingen kunnen een positieve invloed hebben. Wanneer onderzoekers elkaar eenmaal hebben gevonden, verloopt de samenwerking over het algemeen goed.

De promovendi die vanuit hogescholen aan universiteiten promoveren hebben het wel vaak zwaarder. “Er is gemiddeld een achterstand wat betreft onderzoeksvaardigheden, er is minder tijd beschikbaar, er is een minder stimulerende en ondersteunende omgeving en er zijn meerdere belemmeringen om contacten met andere promovendi op te bouwen”, aldus het rapport.

Kunstensector
Desondanks ligt er een wens bij de Vereniging Hogescholen om eigen promotieopleidingen aan te bieden. Die hbo-promovendi moeten wel in het hbo passen, is de gedachte. Ze gaan niet de wetenschappelijke grenzen verleggen, zoals een universitaire promovendus, maar de beroepspraktijk vernieuwen. In de kunstensector lopen al enkele experimenten, waarbij het maakproces onderdeel is van de promotie.

Hoe zit dat eigenlijk in het buitenland, wilde minister van Engelshoven weten. “Per saldo is er in geen van de onderzochte landen met een binair stelsel een substantieel zelfstandig promotierecht voor hogescholen”, aldus het rapport. Promoties zijn alleen mogelijk onder supervisie van een universiteit. In de kunstensector zijn er, net als in Nederland, wel experimenten met promotierecht voor hogescholen.

Facebook Twitter Whatsapp Mail