Wel een onderzoeksbeurs, geen vast contract

Body: 

Jonge wetenschappers maken sneller carrière als ze een onderzoeksbeurs van NWO in de wacht slepen. Maar hun geluk heeft ook een schaduwzijde, meldt het Centraal Planbureau: ze krijgen minder vaak een vast contract.

Jonge wetenschappers maken sneller carrière als ze een onderzoeksbeurs van NWO in de wacht slepen. Maar hun geluk heeft ook een schaduwzijde, meldt het Centraal Planbureau: ze krijgen minder vaak een vast contract.

Zou een zogeheten Veni-, Vidi of Vici-beurs voor getalenteerde wetenschappers werkelijk veel verschil maken voor een wetenschappelijke carrière, vroegen onderzoekers van het CPB zich af. Jazeker, is het antwoord.

Zes jaar later blijken de winnaars van de beurzen iets vaker aan een universiteit te werken dan de verliezers: het scheelt 8 procent. De kans is ruim 60 procent groter dat ze hoogleraar zijn. Hun kans op een nieuwe onderzoeksbeurs bleek bijna vijf keer zo groot.

Maar één effect is nog opvallender: de winnaars maken 15 procent minder kans op een vast contract. En dat komt niet doordat teleurgestelde wetenschappers uitwijken naar een veilige baan in het bedrijfsleven. Ook als ze aan een universiteit blijven werken, hebben de ‘verliezers’ vaker een vaste aanstelling.

Misschien hebben wetenschappers minder haast om een langdurige verbintenis te bedingen als ze net een beurs hebben gekregen, speculeren de auteurs, of accepteren de verliezers snel een baan met een grotere onderwijstaak.

Voor een zuivere vergelijking keek het CPB naar wetenschappers die net wel en net niet een beurs kregen. De aanvragers van Veni-, Vidi en Vici-beurzen worden door beoordelingscommissies in volgorde van prioriteit op een lijst gezet. Wellicht steekt de nummer één met kop en schouders boven de rest uit, maar verderop in de rij is het vooral een kwestie van geluk of je een beurs krijgt: het is maar net hoeveel er beschikbaar zijn.

Sommige aanvragers verschillen dus niet of nauwelijks in kwaliteit, terwijl de één een onderzoeksbeurs krijgt en de ander niet. Als er vervolgens grote verschillen optreden in de loopbaan van deze mensen, dan zijn die waarschijnlijk toe te schrijven aan de onderzoeksbeurs.

Het CPB zocht deze onderzoekers op in de gemeentelijke basisadministratie, gegevens van de Belastingdienst en bestanden van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Zo wisten ze de carrière van deze wetenschappers in kaart te brengen.

Maar wat betekent deze uitslag: zijn de talentbeurzen van NWO nu goed voor de wetenschap of niet? Daar willen de CPB’ers hun vingers niet aan branden. Zeker, wie een beurs krijgt maakt meer kans op een loopbaan in de wetenschap, precies zoals de bedoeling is. Maar de hevige strijd om Veni-, Vidi- en Vici-beurzen heeft ook een nadeel. Wetenschappers steken veel tijd en energie in het schrijven van een aanvraag, terwijl verreweg de meesten worden afgewezen. Misschien ‘verspillen’ ze hun tijd, aldus het CPB.

Facebook Twitter Whatsapp Mail