Au, zei de Leidse muis in Nature

Body: 

Laten wij eerlijk zijn, een publicatie in Nature of  Science is voor veel wetenschappers een ultiem doel in hun carrière.  Vaak vrijwaart je dit een aantal jaren van de nimmer aflatende bezuinigingsdrift van de Nederlandse overheid en universitaire bestuurders. Daarnaast bereik je de wetenschapsbijlagen van gerespecteerde kranten zoals de NRC, waardoor collega’s nog jaloerser worden.

Laten wij eerlijk zijn, een publicatie in Nature of  Science is voor veel wetenschappers een ultiem doel in hun carrière.  Vaak vrijwaart je dit een aantal jaren van de nimmer aflatende bezuinigingsdrift van de Nederlandse overheid en universitaire bestuurders. Daarnaast bereik je de wetenschapsbijlagen van gerespecteerde kranten zoals de NRC, waardoor collega’s nog jaloerser worden.

Kort geleden was het de beurt aan onze Leidse collega’s, die in een internationaal onderzoeksteam in staat bleken om de gezichtsexpressie van muizen met pijn te karakteriseren. Knap staaltje werk! Je neemt een muis en spuit zijn buikholte  vol met azijnzuur en jawel, het diertje trekt grimassen van de pijn. Deze kunnen met behulp van video verwerkt worden tot een ´mouse grimace scale´.  Daarna doe je nog een aantal controle-experimenten met stoffen die pijn of ontstekingsreactie opwekken. Als de muis pijngrimassen trekt, kan je dat weer onderdrukken met morfine of paracetamol, en kijk: het beestje gaat vrolijk terug naar zijn familie en eet er weer lustig op los. Wat een studie, briljant en Nature-waardig.

Goh, denk je dan na het artikel gelezen te hebben, misschien kan de mensheid hier iets van leren. Bijvoorbeeld pijnsignalen te interpreteren bij baby´s en kleine kinderen, maar daar blijkt een dergelijke meettechniek al voor te bestaan. Voor de kleine mensheid hadden deze muizen dus niet echt aan sterke buikkramp of andere pijnen hoeven te lijden. Waarom dan wel?, vraag je je af als biomedisch onderzoeker, die terecht voor ieder dierexperiment toestemming  moet hebben van de dierexperimentencommissie.

Dus toch nog maar weer eens verder gekeken naar het artikel in Nature Methods (9 mei 2010).  Aha, volgens het onderzoeksteam zit het belang in de veterinaire praktijk en ontwikkeling van medicijnen. Veterinaire praktijk? De muis is niet echt een populair gezelschapsdier. Als dat al zo is, dan zal de eigenaar er normaal gesproken alle moeite voor doen om het diertje geen pijn te laten lijden en zo oud mogelijk te laten worden. De meest huismuizen in ons land zullen waarschijnlijk echte pijn lijden wanneer ze half in een muizenklem vastzitten en meestal nog wat lange minuutjes naspartelen op het hout. Maar voor deze grimas heb ik echt geen Nature-publicatie nodig om er zeker van te zijn dat het diertje pijn heeft.

Medicijn-ontwikkeling dan? Nou, daar vindt de ontwikkeling al decennialang niet meer plaats met een soort ‘trial and error´ in de dierproeven. Kennis op het gebied van werkingsmechanisme speelt hierbij een cruciale rol. Dit kan tegenwoordig aan het begin van het ontwikkelingsonderzoek uitstekend uitgezocht worden met invitro-experimenten, alvorens wordt overgegaan tot het feitelijk en helaas nog steeds onvermijdelijke proefdieronderzoek.  Gelukkig is het moderne biochemische en moleculaire toxicologisch onderzoek meestal uitstekend in staat om zowel in vivo als in vitro vooraf te bepalen in welk gebied de dosering bij benadering moet plaatsvinden. Uitgangspunt is hierbij juist dat ernstige toxiciteit (lees muizengrimassen door pijn) vermeden kan worden. Sterker nog, om de juiste werking van een medicijn in wording goed te bestuderen is het optreden van ernstige toxiciteit meestal juist ongeschikt om bruikbare resultaten op te leveren. Dus ook daar lijkt het gebruik van een ‘Leids-Canadese’ schaal voor muizen-pijngrimassen niet echt een redding voor de mensheid te zijn.

Waarom dan wel dit onderzoek gedaan? Na lezen van het artikel blijft dit voor mij vaag. De 19 (!) auteurs uit Canada en Nederland hebben zich mogelijk laten leiden door oprechte gevoelens voor pijnbeleving bij proefdieren. Het onderzoek is zonder meer van goed academische kwaliteit. Bij mij blijft echter de vraag hangen of de drang naar wetenschappelijk scoren het hier niet gewonnen heeft van de noodzakelijk ethiek op het gebied van proefdiergebruik. Een ding is echter zeker. Bij de volgende VSNU-visitatie kan de Leidse onderzoeksgroep misschien wel rekenen op een topscore, maar of de muis hier nou zoveel beter van wordt, betwijfel ik.

Facebook Twitter Whatsapp Mail