CSI en poep in je ijs

Body: 

Wetenschappelijke vragen beantwoorden los van hun complexe context is niet alleen onwetenschappelijk, het is ook gevaarlijk. Het kan leiden tot poep in je ijsje. Of erger.

Wetenschappelijke vragen beantwoorden los van hun complexe context is niet alleen onwetenschappelijk, het is ook gevaarlijk. Het kan leiden tot poep in je ijsje. Of erger.

Af en toe zit ik zappend op de bank na een avond Studium Generale met nog te veel adrenaline in mijn bloed om al te gaan slapen. Alle analyses van moderne sociologen ten spijt – dat we steeds intelligenter worden van TV en dat de snelle beeldwisselingen en onuitgewerkte scènes daar het bewijs van zijn – moet ik bekennen dat ik er meestal geen touw aan vast kan knopen. Maar, omdat de krant er zo lovend over schreef, wilde ik toch een keer kijken naar de serie Crime Scene Investigation (CSI). Wat me door de wilde verhaallijnen heen opviel, is hoe belangrijk wetenschap in deze populaire serie is. Geen moord wordt meer opgelost door diepe mensenkennis zoals bij Commissaris Maigret, nee, het zijn de resultaten uit het lab die ons overtuigen van schuld en onschuld. Positief dus in deze tijd waarin wetenschap het moeilijk heeft om haar belang aan te tonen. Of niet?

Mijn angst is dat het beeld dat wordt opgeroepen van kennis die alles oplost, zich uiteindelijk tegen de wetenschap kan keren. Ik begrijp dat deze serie vermaak is en ik geef toe dat ik toxicologie ben gaan studeren om mijn speurdersinstinct te bevredigen en mijn behoefte om een held te zijn die mensen behoedt voor sluipende gifstoffen. Ik wil hier ook geen pleidooi houden voor louter gezond verstand, maar wel om wetenschappelijke vragen niet los te zien van hun complexe context. Een voorbeeld waar het verkeerd ging:

Toen ik werkte aan de Wereldwijde Warenwet (Codex Alimentarius) werd de norm voor de E-coli bacterie in zuivel versoepeld. E-coli was de maat voor besmetting met menselijke feces (poep dus). In poep komen schadelijke bacteriën voor die je niet allemaal kunt detecteren, dat is te duur en duurt te lang. Maar de E-coli-test is snel en goedkoop. De test zegt dus niets over schadelijkheid, maar is een indicator voor gebrek aan hygiëne, een risicofactor.

Op een gegeven moment kwam er een lobby op gang om deze snelle test als niet-wetenschappelijk terzijde te schuiven. Men eiste “wetenschappelijk bewijs” voor de schadelijkheid van het melkproduct met de E-coli-besmetting.  Wetenschappers werd de vraag voorgelegd of alle E-coli schadelijk was en ze antwoorden ‘nee’ (wat juist is), waarop de norm werd aangepast.  Was de vraag gesteld als ‘is poep in je ijs gezond’ dan was het antwoord natuurlijk ook ‘nee’ en was de oude norm gehandhaafd. Daarmee zouden ook de onbekende risico’s in poep, bijvoorbeeld een medewerker die terugkomt met een nog onbekende tropische ziekte, afgedekt blijven. 

Is hier nu sprake van vooruitgang door wetenschap? Nee, wel van het beantwoorden van de verkeerde vraag en een gevaarlijke aanpassing van de wet met gebruikmaking van de hoge status van wetenschap. In Nederland zijn er vervolgens andere waarborgen voor veilig ijs, maar elders in de wereld is dat niet zo zeker. Dit is mijn drijfveer om studenten voortdurend te vragen in te zoomen en uit te zoomen. Waar komt een vraag vandaan, wordt mij niet een te beperkte vraag voorgelegd? Uiteindelijk gaat het om de volksgezondheid en niet om technische slimmigheid. Net als het in de rechtszaal niet gaat om de DNA-sporen, maar het idee dat recht wordt gedaan. Als ze dat in CSI nou af en toe lieten zien ... met wat meer van de oude Maigret zou het best een goede serie zijn.

Facebook Twitter Whatsapp Mail