De Uithof zoekt de confrontatie

Body: 

Iedereen leeft in een bubbel, maar soms moet je iemand van buiten je eigen kring jouw wereld laten bestuderen. Voorzitter van Utrecht Development Board Trude Maas zag dat het Departement of Search op uitnodiging van Utrecht Science Park maanden lang plaagstootjes uitdelen.

We weten inmiddels allemaal wel dat we in een bubbel leven. We gaan voornamelijk om met gelijkgestemden. Er zijn mensen die ons proberen aan te praten dat dat nieuw is, maar die kennen hun geschiedenis niet. Waren de vroegere ‘zuilen’ niet prachtige bubbels? Je kunt Facebook natuurlijk ook niet de schuld van alles geven.

Ook organisaties zijn een bubbel op zich, met een neiging de luiken gesloten te houden. Goede bestuurders weten dat. Zij bedenken trucs om zichzelf en hun omgeving fris te houden, en af en toe flink los te schudden. Zoals gebeurde in en om Utrecht Science Park.

In 2011 besloten de kennisinstellingen en bedrijven in het gebied van Rijnsweerd tot en met Utrecht Science Park structureel nauwer samen te werken, omdat de som der delen uiteindelijk zou leiden tot meer maatschappelijke en economische waarde. Ook omdat ze voor heel veel zaken van elkaar afhankelijk zijn in die voormalige Uithof.  Maar ook zo’n polder-genootschap gaat na een tijdje vaste rituelen ontwikkelen en bubbelgedrag vertonen. Gelukkig was men zich daarvan bewust. Een kritisch tegengeluid werd gezocht.

Oog van kunstenaars
Wat deden ze? Ze nodigden kunstenaars uit om XXXXembedded te gaan. Om een confrontatie met andersdenkenden te krijgen. Mensen die nieuw naar het gebied kijken, houden een spiegel voor. Het Department of Search ging aan de slag. Met studenten, medewerkers en gebruikers van het gebied. Hoe functioneerde het ‘systeem’ in het gebied eigenlijk? Welke verborgen verhalen waren er? Wat zagen de kunstenaars wat de reguliere gebruikers niet opmerkten?

En ja, daar kwamen mooie zaken uit. Zo werd het groen in kaart gebracht, letterlijk. En ook: de leegstand van al dat groen. Sportvelden die maar zeer beperkt gebruikt worden, en tuinen die niemand waarneemt omdat ze voornamelijk decor zijn voor de keihard langsfietsende menigte.

Er was een groep die een verdieping had gekraakt. En gewoon keek wat er daarna gebeurde. De krakers bleken een prima en productieve relatie te kunnen opbouwen met hun omgeving. Toen ze echter op pad wilden richting een echte ‘vergunning’, raakten ze snel verward in bureaucratische krochten. Niemand die precies wist hoe het zat. Leuk en een beetje ontluisterend ook wel.

Er was ook iemand die niet begreep waarom de melk bij de Spar zo duur is, terwijl de boeren van de Tolakker op het Utrecht Science Park 750.000 liter melk per jaar produceren en uit de polder exporteren. Evenveel als de Spar en Sodexo importeren. Hoe leg je dat uit? En met de wol van de ruim driehonderd schaapjes op de Tolakkerweides kun je zelfs lokaal voorzien in kleding. Gezien door een andere bril blijkt het gebied nog veel meer potentie te hebben.

Fietssnelweg
Interessante abstractere kwesties doken op bij een ‘krimp’ goeroe onder de kunstenaars. Hij bracht met zijn vragen economen en oncologen samen. Waarom moet altijd alles groeien eigenlijk? Bij kanker vinden we dat ook niet prettig immers. Wat betekent een krimpscenario voor het gebied?

Het project - klein begonnen in 2014 - werd onlangs afgesloten met een mooi boekje en een discussie. Niet alleen de Science Park-polder bleek geleerd te hebben. De kunstenaars hadden het ook interessant gevonden. En in de nieuwe plannen voor de ontwikkeling van het gebied zien we een beetje de hand van de kunstenaars terug.

Mooi en confronterend was in de slotdiscussie de vraag over een heel andere aanpak van het fietsprobleem. Over de auto zijn we anders gaan denken, is de fiets nu niet aan de beurt? In de jaren 70 toen het Utrecht Science Park verder begon te groeien, dachten we nog dat auto’s dwars door de binnenstad moesten kunnen. Daarom dempten we bijvoorbeeld singels. Inmiddels zien we dat anders. Dus: waarom jagen we die fietsen eigenlijk nu nog wel allemaal dwars door de middeleeuwse stad? Is dat ook niet erg ‘anno 1970’ eigenlijk?

Een goede snelle fietsrondweg is toch veel aantrekkelijker? Dat ontlast de stad van dat hinderlijk doorgaand fietsverkeer. En die fietsers hebben geen last van fietsende kindertjes, bakfietsen en rollators. Voor een stad die trots is op zijn fietsers inderdaad behoorlijk confronterend.

Enfin, wat het samenwerkingsverband met al die frisse ideeën gaat doen, weten we nog niet. Duidelijk is wel dat men ‘in’ is voor feedback van andersdenkenden. Van buiten de eigen bubbel.

Dat is een belangrijke randvoorwaarde voor verstandige beslissingen.

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail