De universiteit, dat zijn wij zelf

Body: 

Eind januari verscheen de bundel Denkruimte, met reflecties over het hoger onderwijs. Sociale wetenschapper Ruud Abma constateert dat het goede voorbeeld belangrijk is om een universiteit te krijgen die deugt.

Eind januari verscheen de bundel Denkruimte, met reflecties over het hoger onderwijs. Sociale wetenschapper Ruud Abma constateert dat het goede voorbeeld belangrijk is om een universiteit te krijgen die deugt.

Bureaucratisering begint bij jezelf. Nou ja, ze begint er misschien niet, maar je bent er wel zelf bij. Als je instemt met procedures die je eigenlijk onzinnig vindt, om zodoende toch maar een treetje hoger op de ladder te komen, moet je niet jammeren over de kwalijke gevolgen van de marktbureaucratie die de universiteit intussen geworden is. En je moet vooral ook niet proberen het systeem beentje te lichten met gefingeerde data, zoals Diederik Stapel tot zijn schade heeft moeten merken.

Dat wil niet zeggen dat ‘het systeem’ zijn werk goed doet. Zonder zijn oplettende aio’s was het bedrog van Stapel nog jaren doorgegaan. Het systeem waarbinnen wetenschappers tegenwoordig werken is eerder gericht op accountability, planning & control en andere nieuwspraak dan op het bepalen van de zinnigheid en kwaliteit van onderzoek, laat staan het voeden van creativiteit en reflexiviteit. Universiteiten zijn van denkruimtes productiebedrijven geworden, met wetenschappelijke artikelen en afgestudeerden als producten. De bundel Denkruimte ontrafelt de mechanismen die daarin werkzaam zijn, en doet voorstellen om het tij te keren.

Een belangrijk mechanisme is chantage: wie wil overleven moet zich schikken. Wie tegen zijn hoogleraar zegt: ik wil wel publiceren, maar niet volgens de tegenwoordig geldende normen, heeft een probleem – en brengt ook die hoogleraar in problemen, want die is afhankelijk van de productie van zijn of haar medewerkers. Wie zich wél aan de normen houdt, merkt vervolgens dat het bereiken van de gewenste publicatiescores en het verwerven van onderzoeksgelden strategisch opereren vereist. Niet zozeer ‘netwerken’ (hoewel dat ook geen kwaad kan) als wel de juiste thema’s kiezen (een métier dat Stapel als geen ander beheerste).

Een ander mechanisme is: het goede voorbeeld geven. Er wordt wel eens geklaagd over calculerende studenten, maar van wie hebben zij dat geleerd? Sommige afdelingen leggen zich er op toe om zo min mogelijk onderwijs te geven (vooral in de bachelor) en zo veel mogelijk tijd voor onderzoek te houden. Dat is logisch. Weliswaar komt de grootste geldstroom binnen via de studenten, maar medewerkers worden individueel en collectief afgerekend op hun onderzoeksprestaties.

Wat te doen? De vraag is allereerst: wat voor universiteit willen wij? De auteurs in deze bundel willen een universiteit die deugt, die gebaseerd is op het besef dat ze een eigen maatschappelijke rol heeft, en daarmee ook een morele verantwoordelijkheid. Een deugende universiteit neemt studenten serieus als mensen die zich in een vormingsproces bevinden, stelt medewerkers in staat hun onderwijs en onderzoek uit te oefenen als beroep en roeping, en bevordert actief de wetenschappelijke integriteit. Universiteiten belijden deze idealen minstens nog met de mond. Knoop daarbij aan en geef het goede voorbeeld, zoals de auteurs in deze bundel hebben gedaan. Verplichte kost voor ieder die aan de universiteit komt werken of studeren.

Wouter Sanderse & Evert van der Zweerde (red.) (2012) Denkruimte. Reflecties op universitaire idealen en praktijken. Nijmegen: Valkhof Pers, 168 p, € 15,95

Ruud Abma publiceerde onlangs Over de grenzen van disciplines. Plaatsbepaling van de sociale wetenschappen (Nijmegen; Vantilt)

Facebook Twitter Whatsapp Mail