Geen plofkipwetenschap meer

Body: 

Gedragsbioloog Ruud van den Bos hoopt dat slow science sociaal psychologen een uitweg biedt.

Gedragsbioloog Ruud van den Bos hoopt dat slow science sociaal psychologen een uitweg biedt.

'Waar gaan we in het nieuwe jaar naar toe?' Dit zong Wim Kan ooit bij een oudejaarsconference. Staat gedragswetenschap een serieuze verandering te wachten? Of blijft het bij opmerkingen, overpeinzingen en verzuchtingen, waarna we overgaan tot de orde van de dag?

Rector Bert van der Zwaan gaf laatst in een overleg aan dat er volgend jaar een middag zou komen over slow science. Dat doet me denken aan slow food, het feest der zintuigen en bereiding van voedsel, waar ambachtelijkheid, authenticiteit, rust, eenvoud en beschaving samenkomen. Als tegenhanger van fast food: smakeloos, kaal, liefdeloos opgedist voer met de grote M.

De tegenhanger van slow science is dan fast science, of plofkipscience om bij voedsel te blijven. Meer water dan vlees, meer uiterlijkheid dan substantie, misvormd tot op het bot. Of om er nog maar een te bedenken met de uiterlijkheden van nu: siliconenwetenschap of botoxscience. Meer vulling dan body. Kortom, staat slow science voor een verandering of niet, bijvoorbeeld binnen de sociale psychologie, die nu zo onder vuur ligt? Heeft de wal het schip gekeerd?

De reacties van sociaal psychologen zijn nog niet echt bemoedigend. Natuurlijk, ze hebben op een punt gelijk: Stapels leven er niet alleen onder hen. Mensen die de wetenschappelijk mores overtreden, en overigens ook mensen die dat uit eigenbelang gedogen, vind je overal. En ze zijn helaas net zo onuitroeibaar als dictators en hun gedogers. Dat is het punt niet.

Wat wel verontrustend is, is hun drang om aan te geven dat ze wel degelijk reproduceerbare gegevens hebben en theorieën: maar we zijn echt iemand! Alsof je na je auto tegen een boom te hebben gereden, begint te schreeuwen, 'maar ik kan echt wel rijden hoor, bijvoorbeeld gisteren nog!' Dan begint het verdacht te worden. Wie van zichzelf overtuigd is, heeft dit niet nodig. Wie weet dat er iets broeit, probeert zichzelf te overschreeuwen.

De vraag van reproduceerbaarheid is iets wat in veel gebieden van gedragswetenschap speelt en waar ook oplossingsrichtingen voor zijn gevonden. Bijvoorbeeld gedragsonderzoek aan dieren kent een vergelijkbaar probleem als onderzoek binnen de psychologie, namelijk dat niet alle variabelen die van invloed zijn op de uitkomst bekend zijn en/of te controleren zijn. Vanaf het moment van bevruchting tot het moment van meten heeft een veelvoud van factoren invloed gehad op het organisme. Dit heeft sommige mensen ertoe verleid te zeggen: gedragswetenschap (ethologie/psychologie) is een contradictio in terminis.

Maar het is gelukkig meer. Een oplossing bij dieren is om hetzelfde onderzoek in meer laboratoria tegelijk te doen, met meer stammen/lijnen en onder verschillende opgroeicondities. Uit analyses komt dan vanzelf naar voren wat effecten zijn, die overal gevonden worden, en wat effecten zijn die variabel zijn. Kortom, wat is het skelet en wat is variatie afhankelijk van de omgeving. Dit soort onderzoek vraagt tijd, samenwerking in grote consortia, het willen delen van informatie en het plaatsen van het team boven het individu om robuuste antwoorden te krijgen op vragen die er liggen.

Of die middag er komt of niet, vind ik minder interessant dan de gedachte zelf. Laten we hopen dat slow science staat voor de verdere ontwikkeling en ondersteuning van dit soort noodzakelijke grootschalige onderzoek om robuuste antwoorden te krijgen en daarmee voor de ontwikkeling van een langdurig gezonde gedragswetenschap. 

Facebook Twitter Whatsapp Mail