Geesteswetenschappen nodig voor kritische blik

Halbe Zijlstra moet zijn valorisatiebril maar eens afzetten wanneer hij zegt dat de geesteswetenschappen geen direct maatschappelijk nut zouden opleveren. Dat vinden geschiedenis studenten Hans Schouwenburg en Roland Bertens. De geesteswetenschappen voegen twee belangrijke dimensies aan het onderzoek toe: tijd en culturele context.

De wetenschappen liggen onder vuur nu de regering steeds verder bezuinigt op onderwijs en onderzoek. Vooral de geesteswetenschappen, die volgens de regering geen direct technologisch of maatschappelijk nut opleveren, hebben het zwaar te verduren. Bij de facultaire opening van het academisch jaar luidde Ineke Sluiter, hoogleraar Griekse taal- en letterkunde aan de Universiteit Leiden, nog maar eens de noodklok. Toch blijft het aantal studenten dat zich inschrijft voor een geesteswetenschappelijke opleiding jaarlijks groeien. Studenten zien blijkbaar wel het belang in van geesteswetenschappen, anders zouden ze wel ergens anders een opleiding volgen. Ook wij – twee studenten geschiedenis - merken dagelijks wat de maatschappelijke relevantie van onze studie is. Misschien moet staatssecretaris Zijlstra zijn valorisatiebril eens afzetten en luisteren naar onderbouwde argumenten van studenten.

Gezond verstand

Als student binnen de geesteswetenschappen ontwikkel je in de eerste plaats een aantal algemene vaardigheden. Je leert hoe je grote hoeveelheden abstracte informatie kunt lezen, begrijpen, structureren en samenvatten. Je leert ook hoe je deze abstracte informatie in woord en geschrift kunt overdragen. Dit zijn vaardigheden die we, in een maatschappij waar communicatie ontzettend belangrijk is, niet moeten onderschatten. Bèta’s mogen dan wel grote uitvindingen doen, en belangrijke technologische doorbraken forceren, maar dergelijke kennis moet wel verantwoord, uitgelegd en ingevoerd worden, en daarvoor zijn ethici, wetenschapsjournalisten en communicatiespecialisten nodig, met vaardigheden die je bij een geesteswetenschappelijke opleiding krijgt aangeleerd.

Je ontwikkelt als student met een geesteswetenschappelijke opleiding, kort gezegd, een gezond verstand en een kritische blik. Het is natuurlijk de vraag of wij ons daarmee echt onderscheiden van de technologische en praktische wetenschappen. Wij denken van wel: één van ons studeert naast geschiedenis ook rechten, een vak dat zo praktisch is ingesteld dat er nauwelijks aandacht wordt besteed aan kritische (zelf)reflectie. Ook binnen de technische wetenschappen komt dit soort tunnelvisie vaak voor. Juist bij deze kritische zelfreflectie ligt de kern van de geesteswetenschappen: als student leer je dat achter alles wat gezegd, gedaan en geschreven wordt bepaalde belangen schuil gaan, dat er altijd meerdere stemmen en interpretaties zijn. Ook leer je dat deze belangen, stemmen en interpretaties vaak worden gevoed door verschillende vormen van macht of door gestereotypeerde ideeën over sekse, ras en klasse. Met dergelijke kennis ontwikkel je een vermogen om niet zomaar alles wat je ziet en hoort voor lief te nemen, om het nieuws te duiden en op waarde te schatten, om verder te kijken dan je neus lang is. Niets is vanzelfsprekend.

Culturele diversiteit

Natuurlijk zijn machtsrelaties en categorieën als sekse, ras en klasse bij uitstek ook het domein van de sociale wetenschappen. De geesteswetenschappen voegen hier echter twee belangrijke dimensies aan toe: tijd en culturele context. Het idee dat veel ontwikkelingen, die in het heden vanzelfsprekend lijken, plaats- en tijdsgeboden zijn, zorgt voor een relativerend vermogen waarmee het debat over de actualiteit genuanceerd kan worden. Historische kennis helpt ons bovendien te beseffen dat het demoniseren van bepaalde minderheden verschrikkelijke gevolgen kan hebben, maar ook dat de multiculturele samenleving een eeuwenoud verschijnsel is. Een besef van culturele diversiteit laat zien dat er altijd alternatieven zijn voor onze zekerheden en overtuigingen.

Het is belangrijk dat een maatschappij intellectueel gevarieerd blijft. Niet iedereen moet jurist, arts of theoretisch fysicus worden. Elke wetenschap brengt bovendien vakspecifieke vaardigheden en inzichten met zich mee, en al deze vaardigheden en inzichten hebben hun eigen maatschappelijk belang. Als Halbe Zijlstra wetenschap alleen door een economische en technologische bril blijft bekijken, veronachtzaamt hij niet alleen het maatschappelijke belang van taal, cultuur en geschiedenis, maar negeert hij ook de interesses en vaardigheden van een groot deel van de universitaire studenten.

Hans Schouwenburg en Roland Bertens hebben onlangs tien hoogleraren bij geesteswetenschappen geïnterviewd over de relevantie van hun vakgebied. Deze interviews zullen binnenkort als bundel verschijnen.

 

 

Advertentie