Koestert uw wetenschappers

Body: 

Als wetenschapper aanschuiven aan een talkshow-tafel verdient een compliment, hoewel de bijvangst soms minder mooi is, stelt rector Kummeling. Niet zelden krijgen wetenschappers op sociale media venijnige opmerkingen te verwerken over hun optreden. De UU wil wetenschappers daar beter op voorbereiden.

Read in English

Overheidsbeleid komt nog nauwelijks op eigen gezag van de grond. Er is een trend gaande waarbij de overheid in toenemende mate een beroep doet op de wetenschap om haar optreden legitimiteit te verschaffen. De wereldwijde pandemie lijkt deze ontwikkeling  te hebben versneld. Het Nederlandse kabinetsbeleid vaart vrijwel volledig op de wetenschappers uit het OMT. De pas aangetreden nieuwe president van de Verenigde Staten, Biden, laat niet na om te beklemtonen dat het vertrouwen in wetenschap en wetenschappers centraal staan in zijn regering.

Als medewerker van een universiteit is het natuurlijk fantastisch als er veel waarde wordt gehecht aan wetenschappelijke kennis. Alle ‘fake news’ ten spijt laten onderzoeken van het Rathenau Instituut jaar op jaar zien dat het vertrouwen in de wetenschap, zeker vergeleken met andere (publieke) instituties, in de samenleving groot is en ook groot blijft. Met dat vertrouwen komt verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid van wetenschappers niet alleen tegenover de samenleving, maar ook voor de wetenschap zelf.

Met name in de (opiniërende delen van de) media verschijnen met grote regelmaat wetenschappers waarbij men zich kan afvragen of datgene wat ze te melden hebben eigenlijk wel op hun wetenschappelijke expertise is gestoeld. Zoals een microbioloog die propageert dat de landelijke verkiezingen moeten worden uitgesteld. Of een hoogleraar Veiligheid, die gelet op de gemiddelde hoge leeftijd van degenen die sterven aan het coronavirus tot het oordeel komt dat de overheid niet tot een juiste kosten-baten analyse komt bij het nemen van maatregelen tegen de pandemie.

Deze academici trekken een broek aan die ruimer zit dan hun eigen expertise toestaat. Hun opvattingen hebben geen meerwaarde ten opzichte van experts uit andere disciplines die het tegenovergestelde beweren. Het is uitkijken geblazen voor wetenschappers die op wetenschappelijke titel opvattingen verdedigen die hun eigen expertise te buiten gaat. Al snel wordt dan het gezag van de wetenschap ondermijnd en ook de eigen reputatie te grabbel gegooid. Hier geldt de waarschuwing van norm 53 van de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit: “Wees eerlijk in publieke communicatie en helder over de beperkingen van (…) de eigen expertise.”

Als wetenschappers zich aan deze norm houden, zijn ze van enorm belang voor de samenleving en de besluitvorming in politiek en openbaar bestuur. Dat geldt in het bijzonder voor de wetenschappers die in begrijpelijke taal publieke debatten voeden met feiten en wetenschappelijke waarschijnlijkheden. Daarvoor kunnen ze niet genoeg worden geprezen. Helaas ontmoeten deze collega’s in eigen kring nog te vaak meewarigheid en zelfs dedain, alsof het beschikbaar stellen van wetenschappelijke kennis via de media een minderwaardige bezigheid zou zijn. Dat is het niet!

Openheid naar en interactie met de samenleving zijn cruciaal voor de ontwikkeling en ontwikkelingsmogelijkheden van de wetenschap. Daarbij hoort ook optreden voor niet wetenschappelijke fora, inclusief de media. De Open Science beweging heeft dat nog eens extra zichtbaar gemaakt, en in de onlangs gepresenteerde visie van de Universiteit Utrecht op ‘Erkennen en Waarderen’ wordt terecht duidelijk gemaakt dat het beschikbaar maken van wetenschappelijke kennis, anders dan door middel van publicaties in high ranked journals, ook kan bijdragen aan het maken van een mooie academische carrière.

Anders dan weleens gedacht wordt, is voor de meeste wetenschappers optreden in de media niet gemakkelijk. Het vereist vaak veel voorbereidingstijd, de vertaalslag van vakjargon naar voor leken begrijpelijke taal tijdens het gesprek is inspannend en er moet ook rekeningen gehouden houden met ‘nabereidingstijd’ in de zin van correcties van geschreven teksten en uitleggen wat er werkelijk is bedoeld tijdens (mondelinge) interviews.

Dat laatste komt deels ook door het functioneren van sociale media, waarin nauwelijks plaats is voor nuance en waarop vrij veel mensen actief zijn die er op gericht zijn om het gezag van de wetenschap te ondergraven omdat deze zaken presenteert op een wijze die niet overeenkomt met de werkelijkheid zoals zij deze zien. Vaak wordt daarbij ook op de persoon van de wetenschapper gespeeld. Niet zelden worden wetenschappers blootgesteld  aan “online vitriool” zoals Ineke Sluiter, President van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), stelt in haar indrukwekkende Leidse Diesrede 2021. Lees die rede! Veel wetenschappers worden hiermee geconfronteerd, maar ze maakt zeer aannemelijk dat vooral vrouwelijke wetenschappers worden geconfronteerd  met “online misdraging”. Misschien is het inderdaad tijd voor een VSNU taskforce ‘sociale veiligheid online’ zoals zij suggereert.

Hoe dan ook, denk ik dat we als wetenschappers meer kennis en ervaringen moeten delen met elkaar. Als universiteit moeten we onze medewerkers beter equiperen, hulp en bijstand bieden in de omgang met (social) media. Sowieso is het goed te weten dat zij ook nu al bij de facultaire en universitaire persvoorlichters terecht kunt met vragen en suggesties. Wat we met z’n allen moeten doen, is het juiste klimaat scheppen. Dat wil zeggen dat iemand die op basis van zijn of haar cruciale kennis heeft bijgedragen aan het maatschappelijk debat, de volgende dag een groot compliment verdient en geen opgetrokken wenkbrauw als het niet helemaal foutloos verliep.

Facebook Twitter Whatsapp Mail