Laat onderzoekers zich niet langer uitkopen uit onderwijs

Body: 

Studenten zien succesvolle onderzoekers vaak niet meer in de collegezaal. Onwenselijk, vindt hoogleraar Innovatiestudies Koen Frenken. We moeten beurswinnaars niet langer toestaan zich terug te trekken uit het onderwijs.

Toen NWO in 2000 begon met het uitreiken van persoonlijke Veni-, Vidi- en Vici-beurzen, werd niet vermoed dat deze beurzen zo bepalend zouden worden voor wetenschappelijke carrières. De beurzen worden toegekend aan “excellente” onderzoekers die met het geld zich kunnen uitkopen uit hun onderwijs. En bij Vidi- en Vici-beurzen wordt het geld ook ingezet om een team van promovendi en postdocs te vormen. In veel gevallen worden de laureaten later hoogleraar en krijgt hun onderzoek en specialisatie een meer permanent karakter. Op deze manier stimuleert NWO dus bottom-up talentontwikkeling en het ontstaan van nieuwe onderzoeksgroepen.

Gaandeweg is de Veni-Vidi-Vidi-systematiek een kernonderdeel geworden van het loopbaanbeleid van veel faculteiten. Steeds vaker geldt een beurs – of tenminste een hoge evaluatiescore – als voorwaarde voor een vast contract of bevordering. Hetzelfde geldt voor de Europese ERC-grants die gemodelleerd zijn naar Nederlands voorbeeld. Op deze wijze hebben universiteiten voor een aanzienlijk deel hun personeelsbeleid uitbesteed aan NWO en tevens geanonimiseerd door het lot van onderzoekers in handen te leggen van anonieme beoordelaars. Dit beleid kunnen universiteiten natuurlijk zelf terugdraaien, en NWO valt in deze dus niets te verwijten.

Groot effect op loopbaankansen
De onvrede met de Veni, Vidi en Vici-beurzen is evenwel groeiende. Hoewel velen de bottom-up filosofie van persoonlijke beurzen omarmen, blijken de langetermijneffecten ervan oneerlijk. Een onderzoek op basis van NWO-gegevens liet zien dat de toekenning van een Veni-beurs een enorm effect heeft op loopbaankansen in vergelijking met aanvragers die een vergelijkbare score kregen, maar de beurs nét niet kregen (zg. Mattheus-effect). Deze willekeur strookt niet met zorgvuldige omgang van universiteiten met het wetenschappelijke personeel. Ook is het oneerlijk ten opzichte van studenten die de “excellente” onderzoekers niet meer in de collegezaal tegenkomen. De koppeling tussen onderwijs en onderzoek die zo wezenlijk is voor een universiteit, wordt door persoonlijke beurzen doorbroken.

De hoge aanvraagdruk is een ander veelgenoemd probleem. Juist omdat persoonlijke beurzen zo’n belangrijk aspect zijn geworden in het universitair personeelsbeleid, is een ieder haast gedwongen een aanvraag in te dienen en zijn de kansen op toekenning navenant laag. Vooral jonge wetenschappers lijden hieronder, omdat zij doorgaans weinig alternatieven hebben.

Tenslotte wijst een recent Rathenau-rapport erop dat de nadruk op “excellentie” in onderzoek andere carrièrepaden via onderwijs, instrumentontwikkeling, bestuur of maatschappelijke activiteiten feitelijk afsluit.

NWO heeft vorig jaar een reeks van maatregelen aangekondigd die de aanvraagdruk moet verminderen en de slagingskansen moet verhogen. Men neemt het probleem wel degelijk serieus. Sommige voorstellen leiden helaas weer tot meer bureaucratie omdat universiteiten moeten gaan voorsorteren. Ook zal de invoering van korte vooraanvragen het belang van een strak cv doen toenemen, en zo het Mattheus-effect versterken.

Niet langer uitkopen
Het meest voor de hand liggende voorstel wordt mijns inziens over het hoofd gezien. Laat Vidi- en Vici-onderzoekers zich niet langer uitkopen uit het onderwijs met NWO-gelden (de tweede geldstroom). Zij worden immers bij de universiteit aangesteld om te doceren en onderzoek te doen, wat in beginsel wordt bekostigd uit de eerste geldstroom.

Een grove schatting leert me dat NWO 30 tot 40 miljoen euro bespaart als Vidi- en Vici-laureaten hun onderwijs niet meer uitkopen. Met dit geld zou NWO het aantal Veni-beurzen kunnen verdubbelen. Zo wordt het Mattheus-effect gedempt omdat laureaten niet meer onderzoekstijd hebben dan andere wetenschappelijk medewerkers. Ook wordt de koppeling tussen onderwijs en onderzoek in ere hersteld. Tenslotte zullen er dan waarschijnlijk minder mensen een Vidi- of Vici-beurs willen aanvragen, wat de slagingskansen weer verhoogt. Een win-win-win.

Koen Frenken, k.frenken@uu.nl, @kfrenken

Facebook Twitter Whatsapp Mail