Sloop Universiteitsmuseum is gerechtvaardigd

Body: 

Niet het uiterlijk, maar de gebruikswaarde van het pand van het Universiteitsmuseum moet leidend zijn in de gesprekken over het gebouw, vind Steven de Clercq. Hij was ten tijde van de verbouwing de directeur van het museum en vindt dat het ontwerp waarvoor de monumentenstatus is aangevraagd, moet worden aangepast.

De discussie over het Universiteitsmuseum concentreert zich op de uiterlijke kwaliteit van het ontwerp van Koen van Velzen. De functie, de gebruikswaarde van het gebouw blijft onbelicht, terwijl dat nu juist is waarvoor het is gebouwd. Dat aspect wil ik, als oud-directeur ten tijde van de bouw, dus medeverantwoordelijk, belichten.

Over de esthetische kwaliteit van het ontwerp van de ‘doos in de doos’ zijn we het eens: ook ik vind het een mooi gebouw. Het laat ook mooi zien hoezeer de Oude Hortus, als museumtuin, een wezenlijk deel van het museum is. Maar aan dat ontwerp kleven een aantal ernstige gebreken die sloop volkomen rechtvaardigen:

1) van het expositiegebouw is minder dan de helft van het vloeroppervlak te gebruiken voor tentoonstellingen, de rest zit vooral in de omloop rondom de doos en in vides.

2) de glasgevel van de nieuwbouw werkt als een broeikas, vooral aan de kant van de Lange Nieuwstraat, die al vanaf 10 uur ’s ochtends (zonnetijd) de volle zon krijgt. Hierdoor voldoet het klimaat niet aan museale eisen, noch voor de bezoeker, noch voor de collectie.

3) er is geen ruimte om met het publiek in gesprek te gaan over de tentoonstellingen en actuele wetenschappelijke onderwerpen.

Door alle tekortkomingen van het gebouw wordt het museum ernstig in zijn functioneren belemmerd, vanaf de start. De verviervoudiging van het bezoek maakt ingrijpen noodzakelijk. In 1996 betekende de verhuizing van de Biltstraat naar het Museumkwartier een enorme stap voorwaarts. De nieuwbouw, ontworpen voor 20.000, max. 25.000 bezoekers, toen een ambitieus getal, trekt nu jaarlijks het viervoudige met 75.000 bezoekers en barst letterlijk uit zijn voegen.

In de ontwerpfase zijn deze bezwaren uitvoerig besproken en terzijde geschoven: vorm was belangrijker dan de functie. Als zij verholpen hadden kunnen worden zonder het ontwerp van Koen van Velzen in zijn essentie aan te tasten, was dat natuurlijk al tijdens de bouwfase gedaan.

Vanuit de schoonheid van het gebouw begrijp ik de gedachte het museum de monumentale status te willen geven, maar het verdient die status niet, omdat het niet geschikt is voor de functie waarvoor het is gebouwd. Het verlenen van de monumentstatus dient daarom geen enkel redelijk belang; in tegendeel, het frustreert het museum in zijn functioneren en ontwikkeling.

De suggesties om een deel van de museumactiviteiten naar De Uithof te verhuizen zijn even bizar als onzinnig, maar bevestigen vooral dat het ontwerp van Koen van Velsen niet geschikt gemaakt kan worden waarvoor het is gebouwd.

Het is heel jammer om iets moois te moeten slopen, maar sloop is helaas onvermijdelijk.

Deze opinie is eerder gepubliceerd in dagblad AD/Utrechts Nieuwsblad

 

Facebook Twitter Whatsapp Mail